Iedere ochtend deze week een aflevering van Het Dessert, een kerstfeuilleton in zes delen. Geschreven door Franca Treur en voorgelezen door acteur en presentator Stefan Stasse. 

 



1: DICHTE DEUR (PAUL)


2: CHAMPAGNE

3: AAN TAFEL

 4: GEDACHTEN VAN WOUTER

5: DE KIP

 6: HET DESSERT

 

Paul en Greta bellen aan bij het huis van hun zoon Wouter. Het is de tweede keer in korte tijd dat ze hier op bezoek komen. Misschien is het wel de laatste keer. Iedere Kerst kan je laatste zijn. Dat is het meestal niet, maar het kan.

Paul kijkt naar de dichte voordeur. Hij heeft zelf ook een sleutel, maar die gaat hij mooi niet gebruiken. Wat hem betreft blijft de deur op slot. Zat dat ook niet in het bijbelse kerstverhaal? Geen plaats in de herberg?

Helaas, dat zit er niet in. Alles wijst erop dat ze worden verwacht: de geveegde stoep, de aangestoken kaarsjes voor het raam, de geur van klaargemaakte kip.

O, wat heeft Paul weinig zin in dit diner. En dat is dan nog heel netjes uitgedrukt, bijna het tegenovergestelde van de vloeken die ergens in zijn hoofd uit hun holen proberen te ontsnappen. Hij weet dat hij hier niet had moeten staan. Hij wilde de uitnodiging ook absoluut niet aannemen. Maar hij is niet alleen op de wereld. Greta is er ook nog. Wie Greta kent, weet dat het onmogelijk is om haar niet haar zin te geven. Hij kijkt opzij. Greta's lippen bewegen al richting een zo hartelijk mogelijke begroeting, geenszins van plan haar Kerst door haar echtgenoot te laten bederven. Ze heeft al genoeg in haar leven door hem laten bederven. Vandaag gaat ze Kerst vieren met haar dierbaren. Dat is hoe ze het formuleerde. Haar dierbaren. Maar haar stem klonk verbeten op het moment waar je zachtheid verwachtte.

Later zal hij op deze middag terugkijken, of nee, avond is het al. Hoe dan ook, hij zal tegen zichzelf zeggen: ze zijn weer voorbij, die moeilijke uren uit mijn leven. Hij kan zichzelf al lekker in zijn fauteuil zien zitten, een bel armagnac in zijn hand, alles overdenkend, of, aannemelijker, alles wegduwend. Kennelijk is dat wat je doet op moeilijke momenten: je maakt alvast een herinnering van iets wat nog gebeuren moet.

Greta drukt een tweede keer op de bel.

Nu gaat de deur wel open. Willemijn staat in de opening. 'O, jullie zijn het.' Ze veegt haar handen af aan haar schort. 'We dachten dat het Benny was.'

Benny? Wie is Benny? Het klinkt bekend, maar Pauls hersenen werken traag deze winter.

'Dag Willemijn,' zegt Greta. 'Dag lieverd!' Ze geeft Willemijn drie zoenen. Even haken hun krullen in elkaar. Daarna schuift ze langs haar schoondochter heen de gang in, om plaats te maken voor hem.

Paul en Willemijn kijken elkaar aan. Haar schort is groen, een heel lelijke kleur groen. Ze steekt als eerste haar hand naar hem uit. 'Dag Paul!'

'Dag!' Hij drukt haar hand kort, en kijkt langs haar heen.

De gang is te smal met die volle kapstok. Willemijn moet haar brede heup tegen hem aan persen als ze haar hand strekt om de deur achter hem dicht te doen.

-----

Wouter schenkt vast champagne in. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij hoe zijn vader en moeder hun cadeaus onder de kerstboom schikken. Pa is duidelijk niet op zijn gemak. En terecht. Hij had hier niet moeten zijn. Wouter was ook volstrekt niet van plan geweest hem uit te nodigen, maar zijn moeder had hem er huilend over opgebeld. Ze wilde niet tegen haar vriendinnen hoeven zeggen dat haar man niet uitgenodigd was voor Kerst. Ze kreeg toch al zoveel van die meewarige blikken. En toen Wouter voorzichtig Willemijn had gepolst, vond die het best. Het maakt haar niet uit. Weinig maakt haar nog uit. Een nare schoonvader was ook welkom, met nare kanten en al.

Een gevoel van razernij steekt in hem op. Het is Kerst, moet hij tegen zichzelf zeggen. Bewaar de vrede. Als Willemijn het kan, dan is hij dat zéker verplicht.

Toch blijft het de vraag wat ze hier met elkaar doen.

Vroeger was Kerst een geheimzinnig feest met lichtjes en een wonderlijk verhaal over een baby'tje. Maar zodra je volwassen bent is het een dag waarop je elkaar gewoontegetrouw opzoekt en dingen geeft die je anders toch wel had gekocht. Je doet het voor de kinderen.

Maar kinderen hebben ze niet, dus what's the point? Nu ja, hij is de laatste die dit mag zeggen. Het was zijn eigen idee om toch Kerst te vieren. Hij wilde weer het gevoel hebben een normaal stel te zijn.

En trouwens, ze hebben vandaag toch een soort kind, Benny, het neefje van Willemijn.

Voor Benny is het wel wat saai, een etentje met alleen maar volwassenen, maar anders zou hij de hele Kerst in zijn eentje thuis gaan zitten gamen. Zijn ouders zijn een maand naar Aruba. Hoe makkelijk die mensen denken dat een kind van twaalf volwassen genoeg is om zichzelf te redden. In die zin had zijn vader wel een punt. Maar er is een groot verschil tussen dingen vinden en dingen zeggen.

'Benny heeft weinig vriendjes,' had Willemijn gezegd, alsof er argumenten nodig waren voordat ze haar zin zou krijgen. Natuurlijk krijgt ze haar zin. Zeker na wat er gebeurd is met Silvio. Beelden van Willemijns krullen op Silvio's gezicht schieten als pop-ups voor Wouters ogen. Dat gebeurt tegenwoordig op de stomste momenten. De natte zoenen op zijn dode voorhoofd. Wouter wil die beelden niet. Maar wat doe je ertegen?

'Hoe gaat het?' vraagt hij aan Paul.

'Goed,' zegt Paul.

'Op je werk?'

'Het gaat. Druk.'

'Het is nooit niet druk,' schiet Greta de conversatie te hulp.

'Dat is waar,' zegt Paul. Zijn stem klinkt een beetje onvast. 'Maar soms kan je 't beter aan.'

Wouter doet zijn mond open om iets te zeggen, iets stekeligs, iets over wie hier nou recht van klagen heeft. Maar op dat moment gaat de bel.

'Dat zal Benny zijn.'

----

Benny is het neefje van Willemijn, of eigenlijk het neefje van haar ex, Silvio. Paul weet het weer. Hij lijkt zelfs ook op Silvio, althans, wat hij zich herinnert van het bidprentje. Zo goed heeft hij het nou ook weer niet bestudeerd.

Benny is twaalf en heel verlegen. Verlegen is misschien niet het woord. Hij ziet er geslagen uit. Alsof het leven, dat goed en mooi begonnen was, zich tot zijn ontzetting ineens tot iets lelijks dreigt te ontwikkelen, met een slechte afloop.

'We kunnen aan tafel,' zegt Willemijn. Zelf gaat ze op de stoel naast Wouter zitten. Benny en Greta tegenover hen en Paul mag aan het hoofd, tussen Greta en Wouter in. 

Paul vraagt zich af of Benny weet wat er speelt. Waarschijnlijk niet, het is nog een kind. Waarschijnlijk is Benny de enige die onbevangen tegenover hem staat. Het maakt dat hij ineens een stuk sympathieker over de jongen denkt.

'We hebben soep vooraf,' kondigt Willemijn aan.

Het is tomatensoep, dik en donkerrood, als bloed.

'Echt Kerst,' zegt Greta genietend. 'Vind je ook niet, Benny?' Ze kijkt hem gezellig aan. Ze houdt er erg van als dingen gaan zoals het hoort. Antilliaanse kip als hoofdgerecht doet een beetje afbreuk aan het kerstgevoel, en het feit dat Willemijn er per se bier bij wil al helemaal, maar het is de enige manier waarop Willemijn het kan klaarmaken. Voor Paul maakt het niets uit, hij hecht niet aan Kerst.

Dat Wouters vriendin Willemijn heet en niet Carmencita is te danken aan haar Nederlandse vader, die zijn hoofd erbij hield op het moment van de roze wolk. Een Carmencita geef je geen baan, die geef je een uitkering.

Misleidend is het ook. Wouter en Willemijn, dat klinkt gezellig. Toen Wouter over haar vertelde, nu een maand of drie geleden, had hij aanvankelijk helemaal geen nattigheid gevoeld. Hij was juist blij dat Wouter serieus was, na al die halfslachtige projectjes van hem. Met Willemijn wilde hij trouwen, had hij gezegd. Greta meteen enthousiast. Een bruiloft, dat was nou echt iets voor haar, ze zou helemaal tot haar recht komen als moeder van de bruidegom.

Maar toen hadden ze Willemijn nog niet gezien. De ongeziene Willemijn was een keurige blondine, althans zo zag ze eruit in zijn hoofd. Totaal het tegenovergestelde van de echte Willemijn met haar waterval aan Antilliaanse krullen. Die krullen, dat was nog tot daar aan toe, maar ze had ook nog een Antilliaanse ex, één die in moeilijkheden was geraakt. Silvio. Om redenen die Paul niet helemaal duidelijk werden was het waarschijnlijk beter dat hij de komende paar maanden niet in Nederland was.

'Het lijkt me beter,' had Paul gezegd, 'dat hij helemaal niet meer in Nederland komt. Wat heeft dit land aan criminele types die alleen maar ellende opleveren? Dat soort uit de staatsruif vretende misdadigers kon Nederland missen als kiespijn.' Enzovoort enzovoort.

'Waar moet hij dan heen van u,' vroeg Willemijn nadat hij was uitgeraasd.

'Wat kan mij dat schelen?' was zijn antwoord. 'Voor mijn part lost hij op in het niets!' Hij had met een denkbeeldig pistool in de lucht geschoten. 'Poef!'

 ---------

Als dit huis niet van pa was geweest, dan had ik hem niet binnengelaten, denkt Wouter, terwijl hij in de keuken voor zichzelf en voor zijn moeder nog wat soep haalt.

'Een half schepje, hoor,' roept zijn moeder hem na. 'Anders kan er geen hoofdgerecht meer bij.'

O, wat zou het mooi zijn geweest als hij kon zeggen: zeg pa, hou je racistische praatjes voortaan voor je, en trouwens, hou je geld ook maar, ik hoef het niet.

Maar waar hadden ze dan moeten wonen? Dan had hij met een bank moeten praten om een huis te financieren, en dat was absoluut nooit gelukt, simpelweg omdat hijzelf niet was gelukt. Hij had het ver kunnen schoppen als hij zijn opleiding had afgemaakt, als hij doorzettingsvermogen had gehad, als hij ergens voor had kunnen gaan. Maar zo zat hij niet in elkaar. Hij was het halfslachtige type, het type dat nooit ergens een vast contract kreeg. Het type dat liever op de bank lag.

Hoewel, hij moest nu niet overdrijven. Hij was bezig zijn leven te beteren. Hij wilde Willemijn alle kansen geven die ze zelf nooit gehad had. Je kan veel over hun relatie zeggen, maar niet dat hij er niet voor gaat. Zij is zijn grote liefde, hij moet er niet aan denken om zonder haar verder te moeten, zo'n lieve warme vrouw. En ze vraagt nooit door. Ze hoeft niet te weten hoe hij aan dit huis komt. Ze denkt dat hij een goede baan heeft. Als ze thuiskomt uit haar werk doet hij alsof hij er ook nog maar net is, alsof hij de verwarming nog maar net heeft aangezet.

Maar de dood van Silvio, die heeft haar diep geraakt. Ze keek ongelovig voor zich uit, toen ze het hoorde. Met haar mond open. Eerst ongeloof, toen paniek en daarna, hij weet niet. In zichzelf gekeerd.

Vuurwerk was het. Ernstig hoofdletsel. Even dacht hij echt dat pa erachter zat. Nog geen drie dagen daarvoor had die immers gezegd dat Silvio voor zijn part kon oplossen in het niets.

Maar nee, zijn vader had er niets mee te maken, zei Willemijn. Het was gewoon onvoorzichtigheid.

De begrafenis was een week geleden. Er was heel veel familie. Silvio was heel sociaal, zo bleek, en hij hield ontzettend van eten, daarom was er ook heel veel te eten. Dat zou Silvio zo gewild hebben. Hij was zelf een geweldige kok.

'Spontane mensen,' zei zijn moeder, ze zei het wel vier keer. 'Van die mensen die gewoon alles zeggen wat ze denken.' Ze had haar ogen uitgekeken.

En dan nu Kerst. 'Laten we het toch maar vieren,' had Wouter voorgesteld. 'Het feest van de hoop.' En Willemijn had het goed gevonden.

'Ik maak wel kip,' had ze gezegd.

-------

Paul vindt de kip lekkerder dan hij had gedacht. Eerlijk gezegd zit hij gewoon te smullen. Een teken dat hij al meer op zijn gemak is dan net. En waarom ook niet? Zo erg was het toch ook weer niet wat hij had gezegd? Je hebt gewoon wel eens een mening.

En dat gebaar dan, met dat denkbeeldige pistool? vraagt een stemmetje in zijn hoofd.

Dat was een grapje.

Je zei poef!

Ik zei 'pouffe', op z'n Frans. Ik bedoelde toch niet dat die man dood moest! Ik kende hem niet eens! Bovendien, ik kon toch niet weten dat mijn woorden met terugwerkende kracht zo'n gewicht zouden krijgen? Wie denkt daar nou aan? Het is stom toeval. Echt, voor hetzelfde geld was het heel anders gegaan. Er is geen verband. En over een jaar denkt niemand er meer aan, dan zijn er alweer een heleboel dingen gebeurd die dit onbelangrijk zullen doen lijken. Grotere dingen, of gewoon, dingen die aandacht opeisen.

'Wat wil jij later worden, Benny?' hoort hij Greta vragen. 'Of is dat voor jullie niet een normale vraag?' Ze kijkt Willemijn aan.

'Dat is een normale vraag,' zegt Willemijn.

'Ik weet 't nog niet,' zegt Benny. 'Misschien straaljagerpiloot.'

'Dát moet je doen, jongen,' zegt Paul enthousiast. 'Dat is een heel mooi beroep. Wouter wilde dat ook worden toen hij klein was.'

Iedereen kijkt naar Wouter.

'Herinner ik me niet, hoor,' zegt Wouter.

'Ik ook niet,' zegt Greta. 'Tegen mij zei je altijd dat je met mij wilde trouwen.' Ze schatert zelf om die malle uitspraak van hem als jochie. 'Dan kon je je hele leven met mij op de bank zitten. Ik heb altijd gezegd dat ik dat ook gezellig vond.'

'Maar de keuring is streng, voor straaljagerpiloot,' zegt Paul. Ineens heeft hij het gevoel dat dit moment hem in de schoot geworpen wordt. Hier zit een jongen wiens leven nog moet beginnen, iemand voor wie hij met zijn ervaring iets wezenlijks kan betekenen. Om dit soort dingen gaat het uiteindelijk. Iedereen maakt fouten, maar soms krijg je ook weer kansen om het goede te doen. Goede woorden duwen slechte woorden naar de achtergrond.

'Je moet ervoor gaan, hoor,' zegt hij tegen Benny. 'Tweehonderd procent, maar het kan zijn dat je ogen net niet goed genoeg zijn, of je reactievermogen, ik noem maar iets. Daarom moet je ook een plan b hebben.'

Iedereen begint nu beroepen op te noemen. Journalist, ondernemer, burgemeester, kapitein op een schip, architect.

Benny knippert met zijn ogen. 'Architect, daar moet je volgens mij vwo voor doen,' zegt hij. 'Sem uit onze klas wil dat.'

'Ga je niet naar het vwo?'

Benny schudt zijn hoofd.

'Havo is ook heel mooi,' zegt Greta.

Willemijn staat op en begint de borden te verzamelen. 'Help jij me even, Benny?' 

-----

Het dessert moet nog een paar minuutjes in de oven. Willemijn stuurt Benny terug naar de kamer en loopt zelf naar buiten om een sigaretje te roken. Ze wil niet dat het kind haar slechte voorbeeld ziet. Ze kijkt naar beneden, naar haar middel met het groene schort eromheen. Ze wordt dik. In het nieuwe jaar maar wat minder biertjes drinken.

Ze hoort de stemmen in de woonkamer. Ze kan eigenlijk niet te lang wegblijven, ze moet op Benny letten. Die ouders van Wouter zijn zo makkelijk met hun meningen. Verder zijn het geen kwaaie mensen hoor, maar ze zeggen alles wat ze denken, en dat is nou echt niet allemaal zo fraai. Als die dingen bij háár zouden opkomen, zou ze in gedachten haar mond op slot draaien, zoals haar moeder haar heeft geleerd.

Aan de andere kant doen woorden geen zeer. Dat zei haar moeder ook altijd. Dat zal ze straks nog eens tegen Benny zeggen, als de ouwelui weg zijn. Dat hij zich niet door die mensen moet laten raken.

Klinkt daar nu gezang? Haha. Die moeder van Wouter heeft een beetje te veel kerstwijn gehad. Wat een vrouw is dat. Ze kleedt zich als een vorstin op werkbezoek. Met die keurige mond van haar is ze vreselijk op haar hoede om iets racistisch te zeggen. Grappig genoeg doet ze het de hele tijd, maar ze heeft het niet door. Nu ja, van Willemijn mag het. Je kan overal wel wat van vinden. Als ze op elk slakje zout zou leggen, heeft Wouter een rotavond, en hij mag ook wel weer eens iets leuks, na al die ellende met Silvio.

Wouter is zo'n schatje! Die denkt dat zij niet weet dat dit huis van zijn vader is. Alsof ze niet door heeft hoe het zit in deze familie. Niet dat het haar iets aangaat. Willemijn heeft haar eigen leven, haar eigen baan, haar eigen geld. Ze vindt Wouter gewoon een relaxte gast. Lief en aanhankelijk, en daar valt ze nu eenmaal op. Het voordeel van Wouter is dat ie geen mens kwaad doet, dat lag met Silvio wel ietsje anders. Die kon soms erg driftig worden. In Wouter zit geen spoortje drift. Daar dankt Willemijn de lieve Heer elke dag voor.

De oven piept. Willemijn haalt de taart eruit. Ze prikt erin met een naald. Precies goed. Ze had een muntje klaargelegd, maar waar ook alweer? Ah, hier ligt hij, tussen de kipkruiden. Ze veegt hem schoon en duwt hem in de cake. Er blijft een klein littekentje achter. Even goed onthouden, dat wordt het stuk voor Benny. Die is aan de beurt voor het geluk.

De cake wordt een groot succes. Paul en Wouter willen nog wel een stuk, en ja dat mag best een groot stuk zijn.

'Dat was echt heerlijk, kind,' zegt Greta, die ook haar bordje nog een keer bijhoudt. 'Echt de kroon op dit kerstdiner. Hoe heb je 't toch voor elkaar gekregen?'

'Hij zat nog in de vriezer,' zegt Willemijn. 'Het is een van de laatste taarten die Silvio hier nog heeft staan bakken.'