Facebook
Twitter
Google +
Luister live
Geen info beschikbaar
Afspeellijst
Afspeellijst
Uw afspeellijst is leeg
    huidig werk:
    De Ochtend van 4 (KRO-NCRV)

    Gepresenteerd door:

    Margriet Vroomans, Niels Heithuis

    MA | DI | WO | DO | VR | ZA | ZO

    07:00 - 09:00

    Zeer Korte Verhalen

    Iedere zondag om 8.45 uur leest A.L. Snijders, uitvinder van het Zeer Korte Verhaal (ZKV) en winnaar van de Constantijn Huygensprijs, zijn nieuwe ZKV voor. We sluiten aan met passende muziek

    • 08.45 'Kerstgeschenk' het kerstverhaal van A.L. Snijders

      woensdag 25 december 2013

      Kerstgeschenk

      Het Twentekanaal mondt uit in de IJssel via een sluis. Daar sta ik vaak te kijken naar de schepen die in een lift van water omhoog en omlaag gaan. De constructie is prachtig, de schepen lijken onverwoestbaar, maar toch is de gedachte aan ukiyo-e nooit ver, het vluchtige karakter van de werkelijkheid, een begrip uit het Japanse boeddhisme. Jaren geleden had ik daar in december een gesprek met een schipper die de sluis net was gepasseerd maar niet verder ging. Hij stond op de wal naast het afgemeerde schip en tuurde naar de grote luchten boven de rivier. Ik zei 'ukiyo-e'. Hij zei: 'Ja, daar moest ik ook aan denken, kom even binnen, dan drinken we iets.' Hij leek op mijn vader, dus ik volgde hem over de loopplank. Hij voer al dertig jaar op de kotter, een huis had hij niet meer. Er waren drie honden aan boord, de jongste was beweeglijk en onrustig. Geen hond voor een schip, een hond voor het veld, lange soepele bewegingen achter het wild. Hij vroeg of ik de hond niet wilde hebben, als kerstgeschenk. Ik wilde hem niet, ik had al twee honden, vijf katten, kippen, eenden, poelepetaten (ongeteld), drie ganzen en een klein paard. Maar het woord kerstgeschenk maakte me zwak, woelde de christelijke barmhartigheid in me los, ik nam de hond mee naar huis. Ook bij ons bleef hij een vreemdeling, ging zonder opdracht achter het wild aan, beet ook wel eens een eigen kip dood, was nors tegen de katten en gedroeg zich aanmatigend tegenover de andere honden. De boswachter kwam langs om naar de toon van mijn woorden te luisteren. Hij kon horen of ik schuldig was aan het gedrag van de hond. Hij kwam drie keer om het vast te stellen – hij achtte mij niet schuldig, maar raadde me toch aan de hond weg te doen. Het duurde twee jaar voordat ik de kotter weer zag bij de sluis, en het was gelukkig weer december. 'Ik kom het kerstgeschenk terugbrengen,' zei ik. De schipper keek me peinzend aan, met toegeknepen ogen. 'Laten we het tussen ons houden,' zei hij. Dat betekende dat de hond, die ondertussen zowel door de schipper als door mij ukiyo-e genoemd werd, in een door het toeval bepaalde regelmaat van onderkomen zou wisselen. En zo is het gegaan, het kerstgeschenk is inmiddels vier keer verhuisd – water en land, eb en vloed, dag en nacht.

      Beluisteren
    • 08.45 'Friezen' het nieuwe ZKV van A.L. Snijders

      dinsdag 17 december 2013

      Friezen

      Italiaans eten met een Schotse drummer in de stad Groningen. Hij bestelt een Sardijns gerecht en praat met de eigenaar die op Sardinië geboren is en acht keer per jaar terug gaat naar zijn eiland, zijn ouders, zijn vrienden, zijn jeugd. De Schotse drummer woont al lange tijd in Amsterdam en spreekt Nederlands. Als hij een woord niet weet gaat hij over op het Schots, waardoor er een taal ontstaat waar strenge grammatici minachting voor hebben maar die zij tot mijn grote vreugde niet kunnen tegenhouden. Ik vertel iets over taal.

      Ik sta in een Friese lift. Die gaat op en neer in de serviceflat waar mijn ouders wonen. Ik sta er niet alleen, twee dames houden mij gezelschap, samen niet jonger dan 160 jaar. Er is enige verwarring over het bedienen van de knopjes. Een van de dames houdt een heel verhaal tegen me, maar ik versta er niets van. Er is geen reden om hanig te zijn en ik zeg dan ook neutraal: 'Ik versta u niet, ik ben een Hollander.' Ze zegt: 'We zijn hier in Friesland.' Ik zeg: 'Ja, dat weet ik, maar u spreekt Fries en Hollands, en ik ken alleen Hollands, dus de keus lijkt me in dit geval niet moeilijk.' Zij zegt: 'De Hollanders proberen ons altijd altijd te overheersen.' Ik zeg: 'Ik probeer u niet te overheersen, ik wil met u praten in een taal die we allebei verstaan.' En omdat ik mijn makke houding toch enigszins wil kruiden, voeg ik eraan toe: 'Bovendien is Hollands de hoofdtaal in dit land.' Waarop zij deze kleine dialoog afsluit met de woorden: 'Maar de Friezen waren er het eerst.'

      Daarmee verrast ze mij. Waren de Friezen er eerder in dit land? Vòòr de Limburgers, de Amsterdammers, de Joden en de Turken? Dat moet ik toch eens nakijken. Als ze de lift verlaat, zegt ze vinnig: 'Dag meneer de Hollander.'

      De achterblijvende Friese vrouw zegt zachtjes: 'Je hebt Friezen en Friezen.'

      Beluisteren
    • 08.45 'Zigzag' het nieuwe ZKV van A.L. Snijders

      dinsdag 10 december 2013

      Zigzag

      Een magnetische dichtbundel. Titel: jij mij. Uitgeverij De Harmonie. Twee harde plaatjes, acht bij vijf centimeter, voor en achterplat, daartussen vierentwintig liefdesgedichten. Ze staan op een lange strook papier die zigzag tussen de plaatjes is geplakt. Onder de titel van de bundel staat een waarschuwing: 'Let op! Bewaar geen pasjes met magneetstrip bij dit boekje.' Er zitten magneten tussen de gedichten die het geld van je bankpasje kunnen uitwissen. Het kan zijn dat je je meisje in deze uitgeefmaand een groot cadeau wil geven. Je hebt een gedicht gelezen waardoor je liefde als het ware gematerialiseerd is, je besluit voor haar een kleine, sportieve, zinderende auto te kopen van vierendertig duizend euro. Je gaat naar de dealer met de magnetische dichtbundel op zak en je vraagt aan de bediende of de auto zo snel mogelijk geleverd kan worden, de poëtische urgentie heeft natuurlijk haar grenzen. Omdat je jezelf heel bijzonder vindt, kun je het niet laten de bediende in te lichten. De man is opgeleid om auto's te verkopen, hij moet zich inhouden, hij mag niet laten merken wat hij van je vindt. Maar dat kan hij, daarvoor is hij opgeleid, hij weet dat de waarheid geen rol speelt in de handel. Toch is hij in dit geval nieuwsgierig, hij vraagt welk gedicht je tot deze ongewone daad verleid heeft. Je leest het voor: 

      Zoals je loopt, / door de kamer uit het bed / naar de tafel met de kam, / zal geen regel ooit lopen. // Zoals je praat, / met je tanden in mijn mond / en je oren om mijn tong, / zal geen pen ooit praten. // Zoals je zwijgt, / met je bloed in mijn rug / met je ogen in mijn hals, // zal geen poëzie ooit zwijgen.

      Terwijl je voorleest denk je 'Oh God, wat zal de autoverkoper van me denken', maar de autoverkoper laat niets merken. Dat komt pas als je bij de balie staat en probeert te betalen met je bankpasje – je geld is verdwenen, de magneten van de dichtbundel hebben het uitgewist, je bent blut, een pias, een bedrieger. Er is niets van je over, behalve het liefdesgedicht.

      Beluisteren
    • 08.45 'De tweede mens' het nieuwe ZKV van A.L. Snijders

      dinsdag 3 december 2013

      De tweede mens

      Ik loop in het land van de Friese adel, Oranjewoud. Het land is zo plat dat je gedwongen wordt aan de hemel te denken, en als je aan de hemel denkt voel je je nietig. Daar komt nog bij dat ik op weg ben naar een museum voor beeldende kunst, Belvédère. Als ik het goed zie ligt het daar in de verte, een lange, zwarte doos die zich nauwelijks verheft boven het vlakke land. De architect heeft het land niet willen verstoren, hij heeft het versterkt. Hij heeft natuurlijk jaren geleurd met zijn ontwerp, het heeft jaren geduurd voordat de laatste stem JA zei. Commissies hebben hem bevraagd en gewogen, hij heeft gepraat, duizenden woorden, hij heeft zich in bochten gewrongen, de weg van het vlees. Maar hij had kunnen volstaan met vijf woorden: ik verstoor niet, ik versterk.

      Als ik daar loop is er niemand op aarde, ik loop hier voor het eerst, ik ben de eerste mens. Het museum is in 2004 geopend, ik heb er nooit iets van vernomen, ik ben een barbaar in de Nederlandse cultuur. Terwijl ik gespannen in de leegte kijk, zie ik ten slotte toch leven, ik zie de tweede mens, een historische ontmoeting. Het is een man, hij loopt op hetzelfde smalle, kaarsrechte pad in mijn richting. Het wordt een ontmoeting, onvermijdelijk, ik zal iets moeten zeggen, je kunt de tweede mens niet zwijgend passeren. Ik vraag: 'Is dat het museum?' Hij sluit zijn ogen om zijn afgrijzen te verbergen – hij denkt dat ik van de voetbalcompetitie, het songfestival en het pretpark ben, hij moet er doorheen. Hij zegt dat dit museum het mooiste museum is. Later blijkt dat hij niet Friesland, Nederland of Europa bedoelt, hij bedoelt de wereld, dit is het mooiste museum ter wereld. Het lijkt me overdreven, maar het past wel bij de emoties van de tweede mens. 

      Als ik na een paar uur het museum verlaat en terugloop in de inktzwarte duisternis waar het verschil tussen hemel en aarde volkomen is uitgewist, betrap ik me erop dat ik het oordeel van de tweede mens toch niet zo absurd vind. 

      Beluisteren
    • 08.45 'Dolhuis' het nieuwe ZKV van A.L. Snijders

      dinsdag 26 november 2013

      Dolhuis

       

      Ze staan in de bocht waar de IJssel zich door de Wilpse klei wringt. Ze zitten in een auto, twee mannen en een vrouw. De vrouw verzamelt Cobra schilderijen, de mannen zijn dichters. Altijd als ik ze zie hoor ik muziek die ik niet kan thuisbrengen, ik denk aan ijskoude streken waar de adem van de kerkklokken op zondag bevriest. Het verzamelen van de vrouw is ooit begonnen door de liefde. Ze was verliefd geworden op een jongen uit haar buurt, een kunstschilder. Ze dacht bij dat beroep aan landschapjes met koeien en rietkragen, hij liet haar nooit iets zien, het ging ze louter om de liefde. Toen hij naar Parijs verhuisde, was ze bedroefd. Na een half jaar reisde ze hem achterna en raakte betrokken bij Cobra. Hij woonde in een pakhuis boven een leerlooierij, de stank was ondraaglijk, maar de kunst oppermachtig. Toen de liefde voorbij was ging ze met een kleine verzameling schilderijen terug naar Holland, het vaderland. En verder is dit verhaal een verhaal zoals het kan gaan, tegenslag en verdriet. Ze is zelf ook gaan schilderen, ze was heel talentvol, maar kon zich niet uit de schaduw van Cobra bevrijden. Nu is ze vijfentachtig en zit in een dolhuis zoals haar broers, de dichters, het noemen. Het is een gesloten inrichting, zij zijn het er niet mee eens dat hij gesloten is. Eens per week, op vrijdag, halen ze haar op en rijden dan langzaam door het land van hun jeugd. Ze rijden naar de Wilpse klei waar de IJssel een bocht maakt. Daar stoppen ze, openen de ramen, en luisteren naar het water van de rivier en het geluid van de wind in de populieren. Haar broers zijn jonger dan zij, zij is de oudste.

      Bij de poort van de inrichting zegt ze tegen de verpleegster dat ze haar jas niet uitdoet, want ze gaat mee terug met haar broers. Maar dat gebeurt nooit, ze moet blijven.

      Beluisteren