15 augustus 2010
Meeslepende opening van Grachtenfestival - door Thea Derks, muziekpublicist
Amsterdam, 15-8-2010 – Het Grachtenfestival opende gisteravond met een indrukwekkende uitvoering van de kameropera The Lighthouse van Peter Maxwell Davies. Deze kleinschalige productie vormt onderdeel van het Resident Artist Programme van de Nationale Reisopera, dat jong talent de kans biedt ervaring op te doen op professioneel niveau. De enscenering van Davies’ opera in de krap bemeten zaal van Felix Meritis bewees opnieuw hoeveel talent er in jonge mensen schuilt.
To the Lighthouse vertelt het waargebeurde verhaal van drie vuurtorenwachters die overvallen worden door een storm en spoorloos verdwijnen. In zijn zelf geschreven libretto zoomt Davies in op hun gedwongen samenzijn en de spanningen die dit oplevert. Regisseur Timothy Nelson plaatst de drie zangers binnen een soort klamboe, omzoomd met een goot vol water. De ruimte herbergt slechts één tafel en stoel; een ladder voert naar het vuurtorenlicht; een rookmachine verbeeldt de nevel van opspattende golven.
Als bezoeker zit je zowat bovenop de zangers en doordat ook het festivalorkestje op een kluitje naast het podium zit, ervaar je welhaast lijfelijk de claustrofobische atmosfeer. We zien de mannen eendrachtig een kaartje leggen, elkaar te lijf gaan, vrezen voor ‘the angel of death’, om uiteindelijk te concluderen dat er een ‘beest’ getemd moet worden. De vraag is of dit zich binnen of buiten hen bevindt.
Met korte, druk door elkaar bewegende motieven creëert Davies een sfeer van dreiging; ijl schurende motieven van viool en hoge uithalen van de piccolo maken angstig, en woest scheurende uithalen van hoorn en trombone verbeelden ‘het beest’. Uitbundige dissonantie en lyrische cantilenen gaan vanzelfsprekend samen, uiterste verstilling slaat naadloos om in een oorverdovend pandemonium en omgekeerd. Davies vertelt ook muzikaal een verhaal dat je van begin tot einde meesleept.
De show wordt gestolen door de drie zangers, die bijna anderhalf uur ononderbroken aan het woord zijn. Zij zijn uiterst gefocust, hebben een grote dramatische overtuigingskracht en brengen Davies’ declamatorische zanglijnen volkomen natuurlijk over het voetlicht. De tenor Richard Rowe blijkt niet alleen deze aan Britten herinnerende stijl te beheersen, maar ontpopt zich bovendien als een meester van het sentimenteel-romantische lied. De bariton Kris Belligh zingt met verve een door een pompende banjo begeleid ‘volksliedje’ en de basbariton John Molloy tracht met een zalvende hymne de duivel uit te drijven.
Davies toont zijn meesterschap door de vanzelfsprekendheid waarmee hij deze drie pastiches in zijn moderne klankbeeld integreert. Zijn kleurrijke partituur wordt uitstekend uitgevoerd door de alert spelende musici onder leiding van de jonge dirigent Jonathan Berman. Opvallend genoeg durft deze zijn musici los te laten op momenten dat Davies enkel sfeer tekent met spaarzame lijnen van basklarinet, gitaar of cello; met een subtiel handgebaar geeft hij een enkele inzet aan. Dat gisteravond desondanks niet alles precies onder elkaar stond, zij hem vergeven. De uitvoerders kregen terecht een ovationeel applaus.
Eind vorig jaar zag het ernaar uit dat het twaalfde Grachtenfestival tevens het laatste zou zijn. Dankzij enkele nieuwe sponsoren werd het gered. Moge deze doorstart blijvend zijn.
Dit nieuwsbericht delen via: