weblog Laatste reis
Geplaatst op Sinta Wullur schrijft eigentijds requiem - Door Thea Derks, muziekpublicist
Amsterdam, 28-2-2011 – Er wordt veel gesomberd over de afnemende belangstelling van de jeugd voor klassieke muziek, maar ondertussen zijn de projecten voor en met jongeren niet te tellen. Elk zichzelf respecterend orkest of ensemble heeft een educatieve afdeling, die hen op speelse wijze introduceert in de wereld van Bach, Brahms, Goebaidoelina en Saariaho. Het aantal deelnemers aan het Prinses Christina Concours, dat komende week in Groningen zijn finale beleeft, is overweldigend. Ook de Gaudeamus Muziekweek, waar jonge mensen hun composities presenteren, kent al jaren toenemende bezoekersaantallen.
Het beluisteren en samen uitvoeren van klassieke muziek blijkt jongeren dus nog altijd aan te spreken. Eerder schreef ik hier over de musiceervreugde van de tieners van het Britten Jeugd Strijkorkest, maar ook het Nationaal Jeugd Orkest krijgt elk jaar meer aanmeldingen dan het kan plaatsen. Hetzelfde geldt voor het avontuurlijke Ricciotti Ensemble, dat afgelopen week optrad in voedselbanken en filmhuizen en morgen zijn Voorjaar Vrijwilligerstournee afsluit in de brandweerkazerne van het Overijsselse Buitenpost.
Ook het in 1974 opgerichte Nederlands Studenten Kamerkoor (NSKK) beëindigt komende week zijn jaarlijkse tournee, met een optreden in het Concertgebouw in Amsterdam. Een voorproefje van hun programma Magic Words was al te horen in de Spiegelzaal op Radio 4. Net als het Nederlands Studentenorkest presenteert het NSKK elk jaar een speciaal voor hen geschreven compositie, die samen met de componist wordt ingestudeerd. Zo leren de jonge musici dat klassieke muziek niet alleen een zaak is van dode mannen, maar ook van (bijna) leeftijdgenoten.
Dit jaar vroeg men Sinta Wullur, die op haar tiende vanuit Indonesië naar Nederland kwam. Zij studeerde onder anderen bij Ton de Leeuw, die haar inwijdde in de geheimen van de Aziatische, met name de Indiase muziek. Ze verwerkt Indiase ritmes en toonschalen in haar composities en bekwaamde zich en passant in Indiase zang. Zij raakte ook geïnteresseerd in de gamelanmuziek van Bali en Java. Om het afwijkend gestemde instrumentarium te kunnen koppelen aan westerse instrumenten, liet Wullur op eigen kosten een chromatische gamelan bouwen. Hiervoor componeerde zij succesvolle stukken als de opera Ramayana.
Haar nieuwe werk voor het NSKK is gebaseerd op tekstfragmenten uit het Tibetaanse dodenboek, de Gregoriaanse Requiemmis en repertoire dat gezongen wordt bij Balinese ceremonieën voor de doden. Wullur noemde het The Last Journey en droeg het op aan Jan Rokus van Roosendael, een componist die net als zij oost en west met elkaar verweefde en die in 2005 zelfmoord pleegde.
The Last Journey is gezet voor gemengd koor a cappella en slagwerk, maar helaas wordt niet gespecificeerd welke instrumenten gebruikt worden en hoe de verhouding koor-instrumenten is. Ook zijn er nog geen recensies verschenen, maar afgaande op eerdere composities, zal Wullur ook in The Last Journey een sfeervolle brug weten te slaan tussen oost en west.
-
-
-