weblog Poëtische Van der Aa
Geplaatst op Amsterdam Sinfonietta toert met Liebestod - Door Thea Derks, muziekpublicist
Amsterdam, 17-3-2011 – Luid gejuich klonk gisteravond in de Grote Zaal van het Concertgebouw, na de Nederlandse première van Up-Close van Michel van der Aa. Hij componeerde dit celloconcert in opdracht van de European Concert Hall Organization voor een tournee van Amsterdam Sinfonietta en de celliste Sol Gabetta. Zij brachten een puntgave uitvoering van de nieuwste pennenvrucht van Van der Aa, waarin hij zich had laten verleiden tot ‘schaamteloos mooie melodieën’, zoals hij verklapte tijdens mijn inleiding. Zijn ietwat freudiaanse opmerking verwijst naar de mantra van het modernisme dat muziek vernieuwend en ingewikkeld moet zijn en vooral niet mag behagen.
Zoals in bijna al zijn stukken werkt Van der Aa ook in Up-Close met videobeelden, die hij integreert in het live gedeelte. Amsterdam Sinfonietta zit rechts op het podium, met Sol Gabetta prominent ervóór, links staat een videoscherm. Hierop zien we beelden van een oudere vrouw, die met haar ranke gestalte en wapperende haren lijkt op de jonge celliste. Prachtig zijn de spiegeleffecten, zoals wanneer Gabetta en de videodame in perfecte synchronie sjouwen met een staande schemerlamp. Of wanneer de celliste een stoel voor het scherm plaatst, die haar alter ego vervolgens door een bos sleurt - het lijkt alsof zij hem zó van het podium heeft gegrist.
Up-Close opent met snelle, zwierige lijnen van de cello en swingende ritmes van het strijkorkest. De vrouw versleept een ingewikkeld apparaat waarop zij zenuwachtig codes lijkt te verzenden naar een onbestemd adres. In het trage, lyrische middendeel horen we zwoele harmonieën en fraaie dubbelgrepen van de cello, die soms alléén mag schitteren. Zoekend loopt de videodame door een bos dat behangen is met aluminiumstrips. Hun suggestieve geritsel mengt naadloos met de live gespeelde klanken. Peinzend stopt de vrouw enkele strips in glazen potten, als zijn het de lang verhoopte berichten van de buitenwereld.
Het laatste deel is uiterst gejaagd. Amsterdam Sinfonietta en Sol Gabetta spelen drukke capriolen vol zenuwachtige uithalen, terwijl haar alter ego vertwijfeld door het huis rent en uiteindelijk het woud in vlucht. Daar lijkt zij te sterven, met als enige metgezel de staande schemerlamp, terwijl Gabetta een aangrijpend lamento speelt. Door het telkens uitknippende videoscherm lijken we het laatste zieltogen van haar oudere pendant mee te beleven.
De integratie tussen beeld en klank is volkomen organisch en Up-Close is een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van Van der Aa. De muziek is aanzienlijk minder hoekig dan in vroegere werken en past perfect bij de smachtende klankwereld van Richard Wagner. Diens Prelude tot Tristan und Isolde vormde de aanleiding voor het thema Liebestod. De zetting voor strijkorkest van Wagners meesterwerk door Adrian Williams was fraai, maar werd wat terughoudend uitgevoerd en bleef daardoor wat bleekjes.
Een misser was de door Jeroen Willems uitgesproken monoloog bij de Lyrische Suite van Alban Berg, op basis van diens correspondentie met zijn geheime liefde Hanna Fuchs. Op papier een goed idee om de bron van dit hartstochtelijke stuk te dramatiseren, maar in de praktijk werd Berg vermalen tot brandhout. Hij werd opgevoerd als een halvegare dronkenlap en het hielp evenmin dat Willems sprak in onverstaanbaar steenkolen-Engels (‘Ai rifier joe’).
Bovendien wist Willems geen moment ook maar iets van passie te suggereren, laat staan de kwelling van een verboden liefde. Het warmbloedige spel van Amsterdam Sinfonietta kon de zaak helaas niet redden. Gelukkig klonk na de pauze dat prachtstuk van Michel van der Aa.
Vanavond speelt Klangforum Wien overigens het Kammerkonzert van Alban Berg in Muziekgebouw aan 't IJ, dat hij kort voor de Lyrische Suite componeerde.
-
-
-