weblog Het hoogste woord
Geplaatst op Staat besteelt omroepen, Kamerkoor zingt Hooglied - Door Thea Derks, muziekpublicist
Den Haag/Hilversum/Amsterdam, 30 april 2011 – Deze maand moeten de omroepen en het Muziekcentrum van de Omroep hun bezuinigingsplannen voorleggen aan staatssecretaris Halbe Zijlstra. Het MCO moet inkrimpen van ruim dertig naar elf of veertien miljoen, de omroepen dienen tweehonderd miljoen te beknibbelen op een budget van zevenhonderd. Ik ga niet nog eens uitweiden over de desastreuze gevolgen voor de diversiteit van ons muziekleven en medialandschap, maar wil Zijlstra en onze volksvertegenwoordigers waarschuwen voor het begaan van een historische vergissing.
De woorden van politici zijn immers als zand in de wind. Toen zij in 1999 de Dienst Omroepbijdragen ophieven om de omroepgelden voortaan door de belastingdienst te laten innen, riepen zij in koor dat deze inkomsten ‘geoormerkt’ werden, opdat zij niet misbruikt konden worden voor politieke doeleinden. Maar de nieuwe regeling was nog niet ingevoerd, of men wist van geen oormerk meer. Men repte enkel nog van de onverantwoord hoge kosten van het omroepbestel en sloeg aan het bezuinigen.
Terwijl er van meet af aan meer geld binnenkwam dan de financiering kost! Een lezer zette de cijfers op een rij: ‘De omroepbijdrage bedraagt 1,1% van de eerste schijf, zo’n tweehonderd euro per belastingbetaler. Van ruwweg 7,5 miljoen mensen int de belasting dus anderhalf miljard, het dubbele van het budget van de publieke omroep. Kennelijk verdwijnt de helft in de algemene middelen. Als je iets volledig betaalt en maar deels geleverd krijgt, heet dat minstens wanprestatie en vaker diefstal.’ Geen krant bleek geïnteresseerd. – Het is misschien wat laat, maar kan Moszkowicz hier zijn tanden niet inzetten?
Voeren politici graag het hoogste woord, het Nederlands Kamerkoor zingt deze maand het Hooglied van Salomon, in de schitterende zetting van Jean Yves Daniel-Lesur. Samen met Olivier Messiaen, André Jolivet en Yves Baudrier vormde deze Franse componist in 1936 ‘La Jeune France’. Zij zetten zich af tegen de frivole muziek van de leden van de ‘Groupe des Six’ en streefden naar meer diepgang en spiritualiteit. Zij verrijkten hun muziek met mystieke en erotische elementen uit de Oosterse wereld.
Daniel-Lesur componeerde zijn twaalfstemmige Cantique des Cantiques in 1952 en het geldt als een hoogtepunt in zijn oeuvre. Het paart een intense sensualiteit aan een diep gevoelde religiositeit en gebruikt naast Bijbelteksten ook verzen uit de Latijnse mis en het Nieuwe Testament. Op ‘draag mij als een zegel op je hart, op je arm’ in het laatste deel worden kleurrijke harmonieën in de hoge stemmen afgezet tegen een laag ostinato op ‘Veni sponsa Christi’. Het slot vormt een bloedstollend fraaie climax op een steeds herhaald ‘Alleluja’.
Naast Daniel-Lesur plaatst dirigent Peter Dijkstra ingetogen stukken van Ton de Leeuw (een leerling van Messiaen) en Maurice Duruflé. Opvallend zijn de twee koorwerken van Francis Poulenc, lid van de door Daniel-Lesur vermaledijde ‘Groupe des Six’. Diens Salve Regina klinkt aan de oppervlakte als een gebed, terwijl het daaronder borrelt van de erotiek en past zo mooi bij zijn Hooglied. De dwarse ritmes en jubelende uitroepen van de Mis in G tonen Poulencs snaakse kant, maar het wegstervende ‘Dona nobis pacem’ is weer hemels.
Ook het Nederlands Kamerkoor hangen drastische bezuinigingen boven het hoofd. Het toeval wil dat de door de Staat verdonkeremaande omroepgelden bijna het gehele cultuurbudget beslaan. Dus, Moskowicz: claim die hap en veeg in één ruk alle omroep- en cultuurkortingen van tafel!
-
-
-