weblog - Overdaad schaadt
Geplaatst op Evgeni Onjegin verdrinkt in enscenering
Amsterdam, 15 juni – In deze tijden van barre bezuinigingen betrad ik gisteren met gemengde gevoelens het Muziektheater, waar twee door Zijlstra gespaarde instituten de première brachten van Evgeni Onjegin van Peter Tsjaikovski. Omdat De Nederlandse Opera en het Koninklijk Concertgebouworkest hun sporen internationaal verdiend hebben, hoeven zij van onze staatssecretaris slechts vijf procent in te leveren op hun huidige budget.
Dat legt een enorme druk op de instellingen om op topniveau te blijven presteren, terwijl het voor de toeschouwer lastiger wordt onbevangen de geboden kost tot zich te nemen. En juist deze voorstelling noopte tot het inzicht dat er bij DNO ook wel wat onsjes vanaf zouden kunnen. Regisseur Stefan Herheim vond het nodig het aangrijpende verhaal van de door een mondaine macho vernederde dorpse deerne onder te laten sneeuwen in een visueel spektakel dat zijn weerga niet kent.
Omdat hij het libretto niet spannend genoeg vond, voorzag Herheim de personages van dubbelgangers en liet hij de verhaallijnen van de verschillende aktes door elkaar lopen. Zo wordt de puberende Tatjana (Krassimira Stoyanova) van meet af aan vergezeld door een ‘echtgenoot’, hoewel zij als ongerepte landmeid hopeloos verliefd wordt op een voortdurend rondstalkende Evgeni Onjegin (Bo Skovhus). Wanneer zij haar vermaarde liefdesbrief schrijft, zit Onjegin zelfs aan haar bureau met een pen in de hand. Wie het libretto niet kent, snapt er geen snars van.
Het decor biedt de aanblik van een uiterst luxe hotel uit de jaren twintig, inclusief liftdeuren en een draaiende glazen ruimte op een verhoogd podium. De kostuums zijn al even overdadig, met lakeien in ouderwetse livreien, dames in uitzinnige avondtoiletten, mannen in smoking en dorpsmeisjes in klederdracht. Om het nog 'Russischer' te maken gooide Herheim er ook nog een dansende beer, wat Sovjetatleten, hamer-en sikkelboeren en astronauten tegenaan.
Van de zangers wisten vooral Bo Skovhus als Onjegin en Michail Petrenko als Graaf Gremin stand te houden tegen het visuele geweld. Stoyanova slaagde er niet in als Tatjana een snaar te raken, terwijl ook Elena Maximova als haar zusje Olga niet wist uit te stijgen boven de platte regie. Andrej Dunaev ontroerde als haar tragische verloofde Ljenski slechts in zijn laatste scène, vlak voor hij geveld wordt in het duel met Onjegin. Mooie bijrollen waren er van Guy de Mey als Monsieur Triquet en Nina Romanova als de dienstmeid Filipjevna.
Mariss Jansons en zijn Koninklijk Concertgebouworkest vertolkten met veel inzet de prachtige muziek van Tsjaikovski, maar verloren soms de aansluiting met de zangers. Ook was de strijkersklank wat aan de dunne kant. Het Nederlands Operakoor zong zijn Russisch ronkende partijen met een fraaie, volle klank, maar kon evenmin steeds de ritmiek van het orkest bijbenen.
Nu is een première nooit een goede graadmeter, dus laten we hopen dat men zich in volgende uitvoeringen weet te ontworstelen aan de kitscherige regie. – Want overdaad schaadt.
-
-
-