weblog - CD-regen
Geplaatst op Platenindustrie houdt de moed erin
Amsterdam, 3-1-2012 – Door de schier eindeloze stroom jobstijdingen lijken we wel te leven in het einde der tijden. Sommigen voorspellen zelfs dat de wereld in 2012 definitief zal vergaan, maar tot nu toe werd de soep nooit zo heet gegeten als zij werd opgediend, dus ik blijf optimistisch. Het kabinet doet weliswaar zijn best, maar zal de cultuur nooit werkelijk de nek om kunnen draaien: daarvoor zijn kunstenaars te veerkrachtig en vindingrijk. Zie het verzoek van twee filmers aan onze volksvertegenwoordigers om vierduizend euro van hun riante inkomen te investeren in de film &Me: boter bij de vis!
Ook de platenindustrie houdt de moed erin: hoewel de ene na de andere cd-winkel zijn deuren sluit, daalde rond kerst een ware cd-regen neer. Te beginnen met de fraai vormgegeven cd Stimme der Sehnsucht van de mezzosopraan Christianne Stotijn en de pianist Joseph Breinl. De titel belichaamt voor Stotijn het onbestemde verlangen dat zo kenmerkend is voor de romantiek en komt van het gelijknamige gedicht van Carl Buse. Dit werd door Hans Pfitzner met rusteloze grilligheid op muziek gezet. Stotijn weet, bijgestaan door Breinl, de duistere sfeer uitstekend te treffen. Ook de liederen van Strauss en Mahler krijgen een verzorgde en ingeleefde vertolking.
Steekt Stotijn haar nek uit met de weinig uitgevoerde liederen van Pfitzner, de jonge pianist Hannes Minnaar maakt zich hard voor de onbekende Eerste Pianosonate van Sergei Rachmaninov. Anders dan de nummering doet vermoeden, ontstond dit werk pas na zijn eerste twee pianoconcerten. Het had echter aanzienlijk minder succes, wat Rachmaninov zelf weet aan de lengte van ruim een half uur en de hoge moeilijkheidsgraad. Minnaar taalt hier niet om en zuigt je schijnbaar moeiteloos mee in de sinistere sfeer van het eerste deel, het contemplatieve tweede en het boertig-joviale derde deel – al is dit laatste soms iets té uitbundig.
Het Nederlands Kamerkoor en voorzanger Gilad Nezer plaatsen op Tehilim minder bekende grootheden als Sim Gokkes, Salomon Sulzer en Tzvi Avni naast bekende meesters als Sweelinck, Rossi en Schönberg. Hoe dissonant Avni en Schönberg ook schrijven, dankzij hun soevereine beheersing smeden koor en dirigent de stijlen van Middeleeuwen tot heden tot een overtuigend en sfeervol geheel. In deze ‘interreligieuze dialoog over thema’s als onderdrukking en bevrijding’, is het ontbreken van muziek van het geplaagde Palestijnse volk een gemiste kans. Moge deze lacune in concertuitvoeringen alsnog worden ingevuld.
Evenmin te versmaden is de nieuwe cd van de Pools-Nederlandse Hanna Kulenty, van wie het Kamerkoor het afgelopen jaar een première bracht – ik hoop dat het ook Music for Roy voor koor en kamerorkest op het repertoire zal nemen. Kulenty schuwt het emotionele gebaar niet, en maakt een aanstekelijke mix tussen oudkatholiek kerkgezang en moderne dissonantie. In het GG Concerto toont zij zich van haar humoristische kant: het klavecimbel speelt razend virtuoze, repetitieve patronen en vliegt daarbij steeds vaker ‘uit de bocht’. Opvallend, ook in de andere twee stukken, is Kulenty’s enorme vakmanschap: alles klinkt als een klok en zij laat de spanningsboog geen moment verslappen.
Last, but not least is er weer een nieuwe cd van het Britten Jeugd Strijkorkest en dirigent Loes Visser. Onder het motto alle goede dingen in drieën, is hierop nu ook werk van naamgever Benjamin Britten te horen. Met kenmerkend enthousiasme vertolken de achttien musici voorbeeldig diens Simple Symphony. Het eerste deel ‘boisterous bourree’, klinkt als een onstuimige Barokdans; het ‘playful pizzicato’ blinkt uit in lichtvoetigheid, de daaropvolgende ‘sentimental saraband’ heeft een zwaarmoedig pathos en de ‘frolicsome finale’ schittert met Vivaldiachtige virtuositeit en sonoriteit. Visser en haar musici bewijzen keer op keer dat klassieke muziek blijft leven, ook onder jongeren. - Kunnen zij niet eens geprogrammeerd worden in de Vrijdag van Vredenburg?
-
-
-