Weblog: Troostmuziek (2)
Geplaatst op Britse tenor Paul Potts verovert de wereld - door Thea DerksAan goede voornemens doe ik sinds jaar en dag niet meer, maar ik wil u graag een gelukkig 2008 toewensen, met veel prachtige muziek in de concertzaal en een muzakvrije horeca. Nu de sigaret eindelijk uit de publieke ruimte wordt verbannen, kunnen we ons in het komende jaar concentreren op ons recht op stilte.
Dank aan George van Elburg en Rolf den Otter voor hun reacties op mijn blog over de Tsjechische pianiste Alice Herz-Sommer, met de welkome tips over bestaande en nog te vinden opnames van deze bijzondere vrouw. En Rolf: als u een Europees fonds weet dat mijn boek over Reinbert de Leeuw zou kunnen ondersteunen, houd ik me aanbevolen.
De Kerstdagen bracht ik door bij mijn (schoon)familie in Limburg. Hoewel ik het geloof al op mijn twaalfde heb afgezworen, laat ik mij op hoogtijdagen graag verleiden naar de kerk te gaan. Ik werd diep ontroerd door de mis in het Maasdorp van mijn schoonmoeder, die opgeluisterd werd door het plaatselijke fluitercorps en dito mannenkoor. Aandoenlijk vals speelden de fluiters, meeslepend ingeleefd zongen de mannen een in memoriam voor de overledenen van het afgelopen jaar. Dit was echte troostmuziek. Jammer alleen dat de meeste stukken van Amerikaanse oorsprong waren. Diep in mijn hart hunkerde ik naar Stille Nacht, De herderkens lagen bij nachte en Nu zijt wellekome, maar ik ben kennelijk niet met mijn tijd meegegaan.
Op Nieuwjaarsdag ontmoette ik bij vrienden een autohandelaar en zelf verklaarde kenner van klassieke muziek. Hij bezwoer mij een ster ontdekt te hebben, die zijn weerga niet kent. Paul Potts was de naam van deze Britse tenor, die direct bij zijn eerste optreden in het Engelse tv-programma Idols door de jury zou zijn onthaald met de woorden: 'Stopt u maar, u bent de nieuwe Pavarotti.' Enthousiast draaide de man Potts' cd-registratie van Nessun dorma. Inderdaad, een prachtige stem, die mij echter bij elke sprong in de hoogte even de adem deed inhouden, omdat die duidelijk nog wat boven zijn macht lag. Dit kon het enthousiasme van de autodealer niet temperen en hij stopte mij bezwerend een cd-kopie in handen.
Thuis beluisterde ik de eersteling van Paul Potts. Tien nummers, telkens gezongen met die warme, ietwat zielige stem, die je onmiddellijk meesleept, maar na drie nummers ook doet snakken naar enige variatie. Of Potts nu 'Nessun dorma' zingt of 'I did it my way', ik zie steeds die trouwe hondenogen van de geslagen en verstoten minnaar, de loser die altijd en eeuwig bedrogen uit zal komen. Graag hoorde ik een wat bredere inleving in de teksten. De zwelgende arrangementen à la de 'Onegin Line' hielpen ook niet echt om mij een authentieke luisterervaring te bezorgen.
Ik twijfel niet aan Potts' oprechtheid en begrijp dat hij als telefoonverkoper-zonder-enige-opera-ervaring de harten van velen sneller doet kloppen, maar of hier daadwerkelijk een ster van het kaliber van Luciano Pavarotti is geboren, betwijfel ik. De Brit zingt heerlijk treurige troostmuziek, maar de toekomst zal uitwijzen of hij ook verzengende hartstocht, gierende jaloezie en dodelijke haat op zijn palet heeft.
-
-
-