Weblog: Het kiezelsteentje van Gelsomina
Geplaatst op Thea Derks, programmamaker en muziekpublicist.Fellini komt tot leven in opera-remake van La Strada.
Hoewel mijn liefde ligt bij de hedendaagse muziek, word ik zelden geraakt door moderne opera. Zeker als die van Nederlandse makelij is. Librettisten lijden hier vrijwel collectief aan de overtuiging dat een verhaal geen verhaal mag zijn en dat hun tekst moet barsten van de dubbele bodems en kolderieke grappen. Met als meest recente voorbeeld Snow White van Micha Hamel. Zelf stelt de componist een nieuw genre ontwikkeld te hebben, dat van de 'tragische operette', maar van tragiek is geen sprake, van vernieuwing al helemaal niet. De partituur bestaat uit een razendsnelle opeenvolging van muziekjes in alle denkbare populaire stijlen, het verhaal van Sneeuwwitje wordt bedolven onder quasi-filosofietjes en would-be vervreemdingseffecten, en de regie completeert het beeld van een dolgedraaide ADHD machine.
Nee, dan de Belgen! Afgelopen zondag zag ik in Antwerpen de opera La Strada van Luc van Hove, naar de gelijknamige film van Federico Fellini. Anders dan veel van hun Nederlandse collega's voelden Van Hove en zijn librettist Eric de Kuyper niet de behoefte het oorspronkelijke verhaal te verminken, maar volgen zij dit op de voet. Sterker nog: het drama van de naïeve Gelsomina die droomt van een leven als straatartiest, maar vermalen wordt onder de brute handen van krachtpatser Zampano, komt in de opera nog pregnanter tot uitdrukking dan in de rolprent uit 1954. Ik zat geregeld met tranen in mijn ogen.
De Kuyper gebruikt de letterlijke teksten van Fellini, waarbij hij door slim knip-en-plakwerk en de toevoeging van enkele interne monologen de eenzaamheid en onvervulde verlangens van Gelsomina nog sterker invoelbaar maakt. Van Hove schreef er prachtige muziek bij - nu eens smeltend van weemoed, met een intens hunkerende melodie in de bugel, dan weer vol ingehouden dreiging, met onheilspellend dissonante harmonieën in de lage regionen.
Van Hove betoont zich hierbij een meester van de grote vorm. Apocalyptische orkestklanken krijgen een contrapunt van verstilde passages, waarin Gelsomina - ingeleefd vertolkt door de sopraan Jeannette Fischer - alle ruimte krijgt om in zwierige zanglijnen haar hartzeer uit te dragen. Hoogtepunt is het moment waarop Gelsomina beseft dat ze wel degelijk waarde heeft, net als het kiezelsteentje dat iemand haar gaf, en besluit bij de barse Zampano te blijven. Twee hobo's omcirkelen elkaar in schijnbaar innige omhelzing, maar schrille dissonanten geven aan dat Gelsomina's opoffering vergeefs zal zijn.
De regie van Waut Koeken sluit bij dit alles naadloos aan. Met een vernuftig gebruik van rekwisieten en filmbeelden evoceert hij de schrale armoede van het Zuid-Italiaanse platteland, de levendige chaos in het circus, het eindeloze reizen naar een volgende optreedplek en de nu eens dreigende, dan weer koesterende zee. La Strada is een schoolvoorbeeld van het Gesamtkunswerk dat Wagner voor ogen gehad moet hebben. Ik hoop dat deze wonderschone productie ook in Nederland te zien zal zijn.
-
-
-