Weblog: Claustrofobische Tristan
Geplaatst op Thea Derks, muziekpublicistVol verwachting spoedde ik mij gistermiddag naar de Stopera in Amsterdam, om de première bij te wonen van Tristan & Isolde van Richard Wagner bij De Nederlandse Opera, een herneming van een productie die ik in 2001 gemist had. Ik was nog groggy van een slapeloze nacht, veroorzaakt door het feestgedruis rond de viering van 5 mei. Kennelijk moet de bevrijding van de terreur van het fascisme jaar in jaar uit herdacht worden middels de terreur van de decibellen – de vrijheid van de een leidt kennelijk tot de onvrijheid van de ander.
Daarom dompelde ik mij hoopvol onder in de verterende liefdesklanken van Wagners Tristan & Isolde, en werd verrast door de enscenering van Alfred Kirchner. Het eerste bedrijf, waarin Isolde door haar voormalige geliefde Tristan van Ierland naar Engeland wordt gevaren, speelt zich af op een kille, grijze boot, waarboven slechts een minimaal stukje lucht te zien valt. Het tweede, waarin Tristan & Isolde hun geheime liefdesnacht beleven, wordt beheerst door een benauwde zwarte doos, die fungeert als burcht van Marke en als sterrenhemel. Het derde en laatste bedrijf, waarin onze helden sterven van liefdesverdriet, is gezet in een oogverblindend witte, kale ruimte, die Tristans kasteel in Bretagne voorstelt.
De claustrofobische enscenering botste op mijn verwachtingspatronen. Ik had onbewust gerekend op fraaie vergezichten van Ierse heuvels, een weids golvende zee en vrij in de wind wapperende haren en blaren. Maar Kirchners aanpak overtuigde: de liefde van Tristan & Isolde is immers gedoemd te mislukken: geboren uit bloed – Tristan heeft Isoldes echtgenoot vermoord; eindigt zij in verraad – Tristan heeft de hand van Isolde beloofd aan Koning Marke van Cornwall.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest werd geleid door Ingo Metzmacher, die in het verleden garant stond voor bombastische uitvoeringen van opera’s van Korngold, Berg, Janacek en Mozart. Dit keer wist hij de musici echter soms te verleiden tot subtiliteit, in de eindeloze variatie aan klankkleuren en smachtende leidmotieven die Wagner ons voorschotelt. Toch kan Metzmacher niet tippen aan de intense zangerigheid en souplesse die Hartmut Haenchen in Wagner tentoonstelt - in de luidere passages overstemde hij zelfs geregeld de zangers.
Terwijl die toch behept waren met stembanden van roestvrij staal. Vooral Linda Watson meende haar alles verterende liefde voor Tristan te moeten uitdragen via ongegeneerd geloei, vaak onzuiver bovendien. Geen moment kreeg ik de indruk dat ze begreep wat ze zong, haar Duits was onverstaanbaar. Gelukkig toonde Stig Anderson als Tristan meer inleving en finesse, zodat in ieder geval zijn liefde en wanhoop voor mij invoelbaar werden. Ook Koning Marke (de bas Stephen Willing) trok de aandacht naar zich toe en wist met zijn vergevingsgezinde lied te ontroeren.
Ster van de avond was echter Heidi Brunner, die als hofdame van Isolde de juiste snaar wist te treffen met haar volle, warme toon, uitstekende dictie en het overtuigende naturel waarmee zij acteerde. Haar waarschuwende ‘Gib acht!’, in het tweede bedrijf zond rillingen over mijn rug, die ik niet licht zal vergeten.
Thea Derks, muziekpublicist en programmamaker Radio 4
-
-
-