Weblog: Kinkhoest en ritselzak
Geplaatst op Thea Derks, muziekpublicistIn de NRC van vrijdag 9 mei las ik een interessant betoog van Herien Wensink: ‘De theaterkinkhoest grijpt om zich heen’. Zij windt zich hierin op over de toegenomen verruwing van de omgangsvormen in onze vaderlandse theaters. Mensen staan niet meer op, maar steken juist hun benen uit als je voor hen langs je stoel wilt bereiken, en zitten ongegeneerd te blafhoesten – liefst op momenten dat de muziek, of het toneelstuk op zijn subtielst is.
Het door Wensink beschreven gedrag is bepaald niet nieuw en wordt al jarenlang in recensies en columns bekritiseerd – de pianist Alfred Brendel wijdde er tijden geleden al een satirisch verhaal aan, waarin het Keulse Klap- en hoestgenootschap op gezette tijden bij elkaar komt om partituren te bestuderen, zodat men op stille momenten een goed gemikte kuch, een daverende hoestbui, of oorverdovend applaus kan genereren.
Interessant in het betoog van Wensink is, dat zij het luide gehoest en gekuch ziet als het bewijs dat cultuur inmiddels het gemene volk heeft bereikt, dat zijn duur betaalde kaartje wreekt met horkerig gedrag. Ik geloof daar niets van, want ook het zogenaamd beschaafde publiek dat het Concertgebouw en de Stopera bezoekt, gedraagt zich vaak uitgesproken ongemanierd. Ik zou haast durven zeggen, nog sterker dan in de schouwburg in de provincie.
Toen ik enige tijd geleden La traviata in Odeon in Zwolle bezocht, viel me juist op hoe weinig er werd gekucht en gehoest, in het Concertgebouw heb je bij opera’s altijd wel één of meer – meestal mannen – die nog voor de laatste noot geklonken heeft, een luid ‘bravo!’ uitstoten. Ik wijdde al eens een column aan het tuberculeuze gerochel dat een liedrecital van Ian Bostrigde en Mitsuko Uchida in de Grote Zaal versjteerde.
Afgelopen week bezocht ik twee operavoorstellingen. Tijdens het eerste bedrijf van Tristan und Isolde in de Stopera, hoorde ik voortdurend geknisper achter mij, vooral op de momenten dat de muziek gedempt klonk. Boos vroeg ik me af waarom de persoon in kwestie zijn of haar snoepje of zakdoekje niet vóór aanvang uit zijn omhulling had bevrijd, maar toen ik omkeek, zag ik tot mijn verbijstering dat een heer een plastic tasje kneedde. Toen ik hem in de pauze vroeg het geritsel te staken, slingerde hij mij een verwensing naar het hoofd. Twee dagen later bezocht ik de kameropa Medea van Tania Sikelianou in de zaal van de Toneelschool in Amsterdam. Opnieuw hoorde ik geknisper tijdens de meest aangrijpende momenten – en weer bleek een bezoeker met een plastic zak te spelen. Ook na mijn smekende blik weigerde hij zijn geritsel te staken. Beide personen waren beslist niet ‘van het volk’.
Ik vrees dat de verruwing alleen nog maar zal toenemen. Dergelijk gedrag komt enerzijds door de doorgeslagen individualisering – ‘Ik heb recht om te kuchen/ritselen/hoesten/klappen’ – en anderzijds door de vercommercialisering van de kunsten. Het is begonnen in de bioscopen, waar men tegenwoordig geen pauze meer inlast, maar mensen hun consumpties mee de zaal in laat nemen. Met het gevolg dat je een film niet meer kunt volgen vanwege het onophoudelijke geknisper en geknars van krakende popcorn. Ik ga tegenwoordig zelden meer naar de film.
Helaas rukt de ongemanierdheid ook op in de theaters en de concertzalen. Misschien moet men het publiek voor aanvang niet alleen vragen de telefoon uit te zetten, maar ook tassen controleren op mogelijke knisper- en knarsverwekkende voorwerpen. - En zelf bij de ingang pepermuntjes uitdelen….
Thea Derks, muziekpublicist en programmamaker Radio 4
-
-
-