Weblog: Samson als zelfmoordterrorist
Geplaatst op Vlaamse Opera maakt Samson et Dalila politiek - door Thea Derks, muziekpublicistAntwerpen, 28-4-2009 – Massaal boegeroep weerklonk in de Vlaamse Opera na de première van Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns, enkele verdwaalde ‘bravo’s’ daargelaten. Het productiehuis had zijn nek uitgestoken door het Israëlisch-Palestijnse regisseursduo Omri Nitzan en Amir Nizar Zuabi te vragen het bijbelse verhaal naar de moderne tijd te vertalen. Het tweetal vatte dit letterlijk op, en onder het motto ‘de onderdrukten van toen zijn de onderdrukkers van nu’, draaiden zij de oorspronkelijke rollen om. Dus dragen de joodse held Samson en zijn volk Arabische kledij – inclusief jihaddoek - en zijn de Filistijnen (lees Palestijnen) gehuld in moderne westerse kleding. Dit levert overbekende beelden op van arme sloebers die met stenen vechten tegen een ultramodern leger. Maar de boodschap dat Israël tegenwoordig zelf een onderdrukker is, wordt er zó eenduidig ingeramd, dat het begrijpelijk is dat een joods tijdschrift hiertegen al voor de eerste uitvoering protesteerde.
Gelukkig bleef de beeldende, vaak dramatische muziek van Saint-Saëns krachtig overeind. Koor en Orkest van de Vlaamse Opera musiceerden op topniveau, dankzij de alerte directie van Tomáš Netopil, die ook de aansluiting tussen podium en orkest soepel liet verlopen. Helaas waren de solisten minder sterk. De tenor Torsten Kerl zong als Samson wel erg kelig en had bovendien een braampje op zijn stem. Marianne Tarasova bereikte als de Filistijnse prinses Dalila amper de eerste rijen – zij heeft weliswaar een mooi timbre, maar een geringe draagkracht. Dat Samson als een blok valt voor haar charmes en zo het joodse volk in de afgrond stort, bleef onbegrijpelijk, want van enige chemie tussen beiden was geen sprake. Overtuigender waren de bariton Nikola Mijailovic (Filistijnse Hogepriester) en de bas Milcho Borovinov (Filistijnse legeraanvoerder).
Op de regie valt veel af te dingen. Zo ‘dragen’ de joden in de openingsscène met hun blote handen een plateau waarop de Filistijnen zwierig dansen; vindt het liefdesduet van Samson en Dalila plaats in een potsierlijke vulva van tulpenbladeren, ‘doen’ de militairen het met hun geweer en blaast Samson zich op met een heus bommenvest. Ik kon het boegeroep goed begrijpen, hoewel ik sympathie koester voor de poging van Nitzan en Zuabi. Door te tonen dat ‘de woede die de onderdrukkers creëren in hun gezicht zal ontploffen’, hopen zij een dialoog te creëren tussen Israël en Palestina, die kan leiden tot een oplossing van het conflict. Dat deze nog mijlenver weg is, blijkt al te tragisch uit deze productie. De bevlogen regisseurs staan niet boven de materie en maakten daardoor voor de hand liggende keuzes zonder raffinement. Toch is deze productie waardevol, want zij geeft een aanzet om anders naar de geschiedenis te kijken. Toekomstige regisseurs van Samson et Dalila zullen deze boodschap ter harte moeten nemen.
-
-
-