Weblog: Pleziermuziek
Geplaatst op Levendige cd van Britten Jeugd Orkest - door Thea Derks, muziekpublicist
Zwolle, 22-12-2009 – Alleen al het hoesje van de nieuwe cd van het Britten Jeugd Strijkorkest doet alle sombere gedachtes over de veronachtzaming van de hoge kunsten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Op een felrood fond dansen elf in rood en zwart gestoken meiden jubelend rond met hun strijkinstrumenten, terwijl dirigent Loes Visser ons trots toestraalt: zo leuk kan klassieke muziek dus zijn! Het orkest werd in 2007 opgericht om jonge strijkers uit de drie oostelijke provincies een kans te geven hun muzikaliteit te ontwikkelen, in nauwe samenwerking met het ArtEZ Conservatorium. Niemand minder dan Liza Ferschtman is ambassadeur van dit in alle opzichten jonge orkest.
Om de jongeren zo goed mogelijk te trainen in de uiteenlopende aspecten van het orkestspel worden niet alleen concerten in Nederland gegeven, maar ook in het buitenland. Bovendien gaat men interessante samenwerkingsprojecten aan met bijvoorbeeld het zigeunerorkest van Nello Mirano, worden workshops gevolgd bij Amsterdam Sinfonietta en wordt samengewerkt met jonge, veelbelovende solisten. En nu is er dan een cd, die niet alleen een plaatsje onder de kerstboom verdient bij de spreekwoordelijke (groot)ouders, ooms, tantes, neefjes en nichtjes, maar ook bij iedere liefhebber van klassieke muziek.
De cd opent met de Variaties op een thema van Couperin van Hendrik Andriessen, die een zwelgend-romantische dramatiek paart aan barokke luchthartigheid. Loes Visser creëert met haar jongedames een verzadigde strijkersklank waartegen de fluit – zeer ingeleefd gespeeld door Marianne Noordink - en de harp – een al even fraaie vertolking door Annegreet Rouw - hun nu eens weemoedige, dan weer dartele partijen kunnen afzetten. De levendige en kleurrijke interpretatie kan zich meten met die van professionele orkesten. Ik vermoed dat zij in Discotabel in vergelijking met de registratie door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Willem van Otterloo geen gek figuur zou slaan.
De Suite voor Strijkorkest van Janácek en de Roemeense Volksdansen van Bartók krijgen zo'n vurige en meeslepende vertolking, dat meteen duidelijk is hoe goed de jonge musici geluisterd hebben naar de zigeunermuziek van Mirano. De ritmes zijn puntig en opzwepend, de melodielijnen worden soms opgerekt met tanentrekkende glissandi. De Nocturne en het Andante cantabile voor cello en strijkorkest van Tsjaikovski worden warmbloedig maar ingetogen vertolkt, waarbij je de wat onzekere intonatie van de soliste graag voor lief neemt vanwege haar zangerige toon en innemende muzikaliteit.
Het speelplezier spat van deze cd en het zij de dames vergeven dat de klank een enkele keer wat dunnetjes is en dat niet alle inzetten even trefzeker zijn – ze zijn immers pas twee jaar bezig. Alleen al door dergelijke opnames te maken zullen zij groeien in hun ontwikkeling. Deze prachtige cd is voor mij het beste bewijs dat ook jonge mensen op een volwassen niveau willen worden aangesproken, want juist door het hoge niveau dat van hen verlangd wordt kunnen zij hun talenten met veel plezier en elan etaleren. Enig minpuntje is dat stukken van naamgever Benjamin Britten ontbreken. – Dus: op naar de volgende cd!
-
-
-