Weblog: Grauwsluier
Geplaatst op Muziekgebouw vecht tegen lege zalen - door Thea Derks
Amsterdam, 5-2-2010 – Voor slechts honderd man publiek bracht het vermaarde Klangforum Wien gisteravond een programma in het Muziekgebouw aan ’t Y met wereldpremières van vier componisten uit even zo veel landen en decennia. Door een slimme stoelplaatsing – alle oneven rijen ontbraken – trachtte men de schade nog enigszins te beperken, maar toch overweegt het gevoel je in een kantine te bevinden die overhaast door de medewerkers is verlaten. Ook bij eerdere optredens van Klangforum Wien in oktober en december bleven veel plaatsen ondanks de sluwe opstelling akelig leeg. Net als overigens bij de meeste andere concerten in de internationale serie op de donderdagavond. Maar zelfs een potentieel publiekskanon als het programma rond Tom Waits en Kurt Weill met de Vlaamse popheld Kris Dane en het Ictus Ensemble trok afgelopen dinsdag amper 150 bezoekers.
De vraag is hoe dat komt. Zit het hem in de programmering, in de afgelegen locatie waar het altijd regent en waait, in een gebrekkige pr? Of is het een vorm van ‘overdaad schaadt’ en schiet men met een reeks van dertig, grotendeels aan onbekende ensembles en onbekende componisten gewijde concerten misschien in eigen voet? De aloude PROMS, die de basis vormde voor deze serie trekt vooralsnog wel volle zalen. De drie hierbij betrokken – Nederlandse - ensembles kunnen sinds jaar en dag bogen op een trouw en toegewijd publiek, dat zij met uitgekiende pr-strategieën aan zich blijven binden, en passant nieuwe publieksgroepen aanborend.
Het is alleszins lovenswaardig dat Tino Haenen, de nieuwe directeur van het Muziekgebouw ook buitenlandse ensembles naar ons land wil halen, maar de nadelen lijken vooralsnog groter dan de voordelen. Ten eerste brengen zij geen eigen aanhang mee, omdat alleen de echte diehards van de moderne muziek hen kennen. Ten tweede presenteren zij vaak onbekende componisten, waardoor een gevoel van urgentie ontbreekt en de gemiddelde concertganger zich niet a priori naar de concertzaal spoedt. Wie wel gaat, treft een ongezellig lege zaal waar hij een veelal eenvormige notenbrij krijgt voorgeschoteld die hem niet zal verlokken snel weer te keren. Want als de internationale serie iets duidelijk maakt, is het wel dat veel buitenlanders zijn blijven hangen in een na-oorlogs avant-gardisme waarvan het obligate klankkleuronderzoek inmiddels schuilgaat achter een stevige grauwsluier.
In het concert van Klangforum Wien toverde de Grieks-Franse George Aperghis (1945) ons in Seesaw een ietwat amorf klankkleurstuk voor met als enige spannende element dat de dribbelende loopjes van een piano links vóór werden geëchood door een vleugel rechts achter. De Spaanse César Camarero (1962) schotelde ons in Klangfarbenphonie 2 een fraaie klankwereld voor waarin flarden melodie meditatief oplossen in uitwaaierende klanktapijten, maar dergelijke gestiek hebben we al zo vaak gehoord. De Italiaanse Mauro Lanza (1975) speelde met gekke klankjes en durfde af en toe een flinke roffel op de trommels te laten geven. Maar de enige verrassing bood de Oostenrijkse Georg Friedrich Haas (1953). Met La profondeur schreef hij een prachtig ronkend stuk dat zich slechts beweegt in de laagste regionen van het instrumentarium. Daarmee wist hij een knappe spanningsboog op te bouwen die mij – en de rest van het publiek – van begin tot het einde op het puntje van mijn stoel hield.
Het programmeren van zoveel wereldpremières bergt grote risico’s in zich. Bij Haas pakte het toevallig goed uit, maar mij lijkt het beter om zulke relatief onbekende ensembles zich eerst te laten presenteren met repertoire dat zich op de internationale podia bewezen heeft. Vervolgens lardeer je dit met werk van onbekendere componisten om zo geleidelijk een publiek aan je te binden, dat na verloop van tijd ook zal afkomen op een programma met onbekende namen. Want aan de kwaliteit van de uitvoeringen ligt het zeker niet, die is zonder uitzondering van zeer hoog niveau.
Komend weekend presenteert het Muziekgebouw een festival rond Mauricio Kagel en Karlheinz Stockhausen, twee recent gestorven meesters die ooit goed waren voor bomvolle zalen. Gelukkig zijn hiervoor niet alleen buitenlandse ensembles uitgenodigd als MusikFabrik en Ensemble Modern, maar ook Nederlandse publiekstrekkers als Calefax Rietkwintet, Nieuw Ensemble en Asko | Schönberg. Ik duim voor volle zalen
-
-
-