Weblog: De marteling van valse hoop
Geplaatst op DNO presenteert Il prigioniero van Dallapiccola - door Thea Derks, muziekpublicist
Amsterdam, 3-3-2010 – Begin twintigste eeuw reageerde Arnold Schönberg op de megalomane opera’s van Wagner met een reeks eenakters die blijvende invloed zouden hebben. Tegenover eindeloos uitgesponnen, multithematische verhaallijnen plaatsten componisten voortaan beknopte libretti met één onderwerp, dat psychologisch wordt uitgediept. De Nederlandse Opera zet nu twee hoogtepunten uit de eenakterliteratuur samen op het programma, de mysterieuze Hertog Blauwbaards Burcht van Béla Bartók en de desolate Il prigioniero van Luigi Dallapiccola. Onbegrijpelijkerwijze wordt de laatste zelden uitgevoerd, terwijl het verhaal toch zo navolgbaar en de muziek intens meeslepend is.
Il prigioniero verhaalt van een gevangene van de Inquisitie, die eenzaam zit opgesloten in een duistere cel. Tijdens een bezoek van zijn moeder vertelt hij dat zijn bewaker hem eerder ‘broeder’ noemde, waardoor hij zijn levenslust hervond. Zij heeft echter nachtmerries waarin Koning Philips II het aangezicht krijgt van de dood en is minder hoopvol gestemd. Na haar vertrek meldt de cipier dat het schrikbewind van Philips is gevallen en laat de celdeur open. Als de man zijn vrijheid tegemoet treedt en opgelucht een ceder omarmt, stuit hij alsnog op de Grootinquisiteur die hem op de brandstapel zet. - Zijn ergste marteling was de valse hoop op verlossing.
Dat Dallapiccola een dergelijk zwaarmoedig thema koos, is niet verwonderlijk, aangezien hij zelf al jong ervoer wat het betekent onvrij te zijn. Hij werd in 1904 geboren op het door Oostenrijk overheerste schiereiland Istrië en werd tijdens de Eerste Wereldoorlog met zijn ouders geïnterneerd, omdat zijn vader ‘politiek onbetrouwbaar’ zou zijn. Na de oorlog verhuisde hij naar Italië, waar hij compositie studeerde in Florence en een joodse vriendin kreeg. Toen Benito Musolini in 1938 zijn rassenwetten afkondigde, was hij razend: ‘Ik had willen protesteren, maar was niet zo naïef over het hoofd te zien dat het individu machteloos staat in een dictatuur. Alleen in mijn muziek zou ik mijn verontwaardiging kunnen uitdrukken.’ Hij componeert de aangrijpende Canti di prigionia, waarvan het eerste deel in Brussel in première gaat vlak voordat de nazi’s België binnenmarcheren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog woont Dallapiccola op verschillende adressen om de fascisten te ontwijken. Zijn vrouw stuit in Parijs op de novelle ‘La torture par l’espérance’ van Auguste Villiers de L’Isle Adam en suggereert hem hier een opera op te baseren. Vier jaar lang, van 1944-1948 werkt Dallapiccola aan de partituur, die in 1949 haar concertante wereldpremière beleeft en een jaar later wordt geënsceneerd. Er zijn veel raakvlakken met Canti di prigionia, maar waar deze cyclus nog afsluit met een sprankje hoop op de overwinning van de geest, eindigt Il prigioniero in uitzichtloze wanhoop.
Voor zijn zetting gebruikte Dallapiccola verschillende twaalftoonsreeksen, met elk een eigen emotionele lading. De moeder zingt een stijgende, ruim anderhalf octaaf omspannende lijn, die als een angstkreet fortissimo op een hoge B blijft hangen om daarna moedeloos in elkaar te zakken. Haar woorden worden doorsneden met claustrofobische slagakkoorden van het orkest. De reeks van de gevangene illustreert met zijn stijgende kleine secunden en daarop volgende wilde intervalsprongen fraai diens aarzelende, dan jubelende hoop. De kleurrijke orkestratie doorsnijdt zware, dissonante passages van koor en orkest met ijle nachtmuzieken, die zowel de eenzaamheid van de gevangene als de onderhuidse dreiging haarscherp vangen.
Il prigioniero is een in-menselijk meesterwerk, dat het verdient vaker te worden uitgevoerd. Wie er niet bij kan zijn, kan op 13 maart een opname beluisteren in Opera Live van de NPS op Radio 4.
-
-
-