Weblog: Cabaretesk concert
Geplaatst op Adès, Ayres en Walton in Vredenburg - door Thea Derks, muziekpublicist
Utrecht, 16-4-2010 – April doet wat-ie wil en dus is het niet vreemd dat deze maand een concert in De Vrijdag van Vredenburg niet op vrijdag, maar op donderdag valt en wel op de 29e, de avond voor Koninginnedag. Het concert past perfect bij de feestelijke sfeer, want de Radio Kamer Filharmonie presenteert een selectie van drie vermakelijke pareltjes uit de Engelse muziek. De stukken van Richard Ayres, Thomas Adès en William Walton vormen een muzikale pendant van de typisch Engelse humor van de tv-serie Monty Python.
Het concert opent met drie instrumentale delen uit de opera Powder her Face van Thomas Adès, over een vrouw die dankzij een huwelijk hertogin wordt. Vanwege haar losbandige levensstijl volgt al snel de scheiding, waarna zij een kostbare hotelsuite betrekt. Daar deelt zij het bed met een schier onuitputtelijke reeks mannen van steeds lager allooi. Ook de hotelmanager die haar vanwege een gigantische huurschuld zijn etablissement uitgooit, tracht zij te versieren. Adès schreef hierbij muziek die varieert van ballroomdans tot cabaret en van Mozartiaanse aria’s tot poppy percussie.
Richard Ayres werd in 1965 in Cornwall geboren, maar woont al zo’n twintig jaar in Nederland. Zijn werken hebben een komische, vaak absurdistische ondertoon; op zijn website vinden we een ‘gewone’ en een ‘verzonnen’ biografie, waarin hij figureert als cricketheld. Ayres maakte furore met een reeks ‘noncerti’, die de conventies van het traditionele concert op de hak nemen. In Noncerto 30 probeert een cellist letterlijk zuchtend en steunend aansluiting te vinden bij het orkest, terwijl een sopraan als zijn spirituele stem woordeloze, maar uiterst lyrische lijnen zingt. Na een pandemonisch eerste deel volgt een arcadische en toch ‘tragische’ finale.
De oudste (en enige dode) componist op het programma is William Walton, hier te lande vooral bekend met zijn in 1929 gecomponeerde Altvioolconcert. Toch vestigde hij zes jaar eerder zijn naam met het parodistische Façade, naar gedichten van de excentrieke Edith Sitwell. Zij vroeg Walton muziek te componeren bij haar nonsensteksten, die zij tijdens de première via een megafoon ritmisch voordroeg. Een soort rap avant-la-lettre. Sitwell was op het idee gekomen nadat zij het dadaïstische Parade van Satie had bijgewoond. Walton plaatst jazz en vaudeville naast referenties aan Stravinsky en Debussy. Een prachtg stuk dat helaas zelden wordt uitgevoerd.
Dat brengt mij op het recent door de Raad voor Cultuur uitgebrachte advies de radio-orkesten niet langer uit het omroepbudget te financieren maar onder te brengen in de zogenoemde BIS (Basis Infrastructuur). Zij zouden te veel concurreren met de landelijke orkesten, maar wie hun programmering vergelijkt met die van de omroepseries ziet onmiddellijk dat de laatste zich aanzienlijk meer inzetten voor het minder gangbare repertoire – inclusief de door de landelijke orkesten zo verwaarloosde Nederlandse muziek. Een uitgesproken dom en ongefundeerd advies, dat kan leiden tot nog meer kaalslag binnen het symfonisch repertoire. Straks verdrinken we in een zee van Brahmsen, Bruckners en Mahlers en zijn er nooit meer concerten als dat van 29 april.
-
-
-