Weblog: Campra's Carnaval
Geplaatst op Clowneske Niquet vervoert publiek in Festival Oude Muziek - door Thea Derks, muziekpublicist
Utrecht, 31-8-2010 – Dirigent Hervé Niquet en zijn Concert Spirituel werden gisteravond in Vredenburg Leidsche Rijn luidruchtig toegejuicht na hun concertante uitvoering van Le Carnaval de Venise van André Campra. In stijl met het aan de regeringsperiode van Lodewijk XIV gewijde Festival Oude Muziek had Niquet zich in een halflange karmijnrode jas gestoken, inclusief hoog opstaande kraag. Als een dompteur liep hij voor het orkest heen en weer, onderwijl de verschillende groepen aanvurend met vervaarlijk grootse gebaren. Soms vreesde ik dat zijn handen eraf zouden vliegen, maar het publiek smulde van zijn bravoure.
Het is een handelsmerk van Hervé Niquet: hij stormt het podium op en nog voor hij goed en wel voor het orkest staat, begint hij te dirigeren. De musici zijn weliswaar uiterst alert en spelen op zeer hoog niveau, maar worden door deze aanpak toch ietwat overrompeld. De eerste maten klinken nogal rommelig en dit zal de rest van de avond zo blijven. Bij elke overgang – naar een recitatief, een aria, een tussenspel – zet Niquet dermate snel in, dat zijn ensemble hem slechts met moeite kan bijbenen. Net als de zangers, die vaak matenlang worstelen met het hoge tempo dat hij ook binnen de delen aanhoudt. Toch zijn er sublieme momenten, waarop fijnzinnige dynamiek en gedetailleerde stemvoering hand in hand gaan.
In deze komische opera lijkt André Campra (1660-1744) vooruit te lopen op de beroemde ‘Guerre des Bouffons’, die zo’n tien jaar na zijn dood in Parijs zou losbarsten. De componist geeft als het ware een exposé van de strijd tussen de Franse en de Italiaanse muziek, door beide stijlen gebroederlijk naast elkaar te plaatsen. Zelfs het libretto bevat zowel Franse als Italiaanse teksten. Overigens blijft het liefdesverhaal ook mét boventiteling onnavolgbaar.
Wat wel goed over het voetlicht komt is het grote verschil tussen de sprankelende virtuositeit van de Italiaanse muziek en de statige voornaamheid van de Franse. Gloedvolle coloraturen waarin de zangers een speelse dialoog aangaan met solo-instrumenten illustreren hoe natuurlijk de Italianen hun melodieën laten stromen. Daarbij steken de op verheven toon gereciteerde zanglijnen in de Franse delen toch wat bleekjes af. Hoogtepunt is het slechts door een paar blokfluiten en basso continuo begeleide trio van de drie bassen Léandre (Edwin Crossley-Mercer), Rodolphe (Andrew Foster Williams) en Pluto (Luigi De Donato) in het tweede deel.
Uitblinker van de avond is Luigi De Donato, die met zijn diepe stem soepel de vele versieringen in zijn partij vertolkt. Anders dan de verder uitstekend zingende sopranen Isabelle Druet (Minerva/La Fortune) en Judith van Wanroij (Isabelle) laat hij zich niet verleiden tot lolligdoenerij. Ook Niquet meent dat je een komische opera moet opleuken en wendt zich geregeld al bekkentrekkend om naar het publiek. Jammer, want Campra’s muziek is boeiend en afwisselend genoeg. De uiterst energieke uitvoering zou met wat meer beheersing beslist aan glans hebben gewonnen.
Het Festival Oude Muziek brengt ook de rest van de week nog veel aansprekende programma’s. Wie meer wil weten over de ‘Guerre des Bouffons’ kan woensdagavond terecht in Vredenburg Leidsche Rijn, waar Holland Baroque Society het programma Rousseau versus Rameau presenteert. Hierin zet de acteur Johan Leysen als personificatie van Rousseau de aanval in op de Franse stijl van zijn tijdgenoot.
Later die avond klinkt in de Geertekerk klavecimbelmuziek van Elisabeth Jacquet de la Guerre. Zij werd door Lodewijk XIV zeer bewonderd en door collega’s op gelijke hoogte gesteld met Lully. Ook andere minder bekende componisten als Naudot, Gaultier en Balbastre krijgen tijdens dit festival terecht een podium. Het wordt op zondag 5 september afgesloten met een ode aan de Franse orkestsuite door Le Concert des Nations onder leiding van Jordi Savall. Ik wens u nog veel luisterplezier!
-
-
-