Eerste akte
Italië, de Middeleeuwen. We zijn op een afgelegen kasteel in Italië. Archibaldo, van Duitse afkomst, heeft veertig jaar geleden het Italiaanse koninkrijk Altura veroverd. Nu, veertig jaar later, begin het volk te morren tegen de buitenlandse overheersing. Archibaldo wacht op zijn zoon Manfredo die terug moet keren van een oorlog in het noorden. In gezelschap van zijn dienaar Flaminio mijmert de blinde Archibaldo over de verovering van Altura, hetgeen hij vergelijkt met de verovering van een mooie vrouw. Flaminio is een trouwe dienaar, maar hij is tegelijkertijd een Alturische patriot, die niet geheel eerlijk is jegens de blinde koning.
Daarom leidt hij Archibaldo snel naar zijn appartementen als hij een fluit hoort in de verte. Het is een teken van de Alturische prins Avito, die een verhouding heeft met Fiora, de echtgenote van Archibaldo’s zoon. Hij was in het verleden de verloofde van Fiora, totdat ze, op aandringen van Archibaldo, met Manfredo moest trouwen. Hun geheime ontmoeting wordt verstoord door de terugkeer van Archibaldo. Avito kan ontsnappen, maar Fiora verraadt zichzelf door haar hoorbare ademhaling. Ze ontkent dat er iemand bij haar was.
Flaminio kondigt aan dat Manfredo teruggekeerd is van de oorlog, om even bij zijn vrouw te zijn. Fiora liegt dat ze uit haar vertrekken was gekomen om haar man te begroeten. Ze gaat met Manfredo naar binnen. Archibaldo dankt God dat hij blind is.

Tweede akte
We zijn op een terras, hoog op de kasteelmuren. Het lukt Manfredo niet om een teken van affectie te krijgen van zijn Fiora maar ze belooft naar de top van het kasteel te gaan om hem met een sluier uit te zwaaien als hij weer terugkeert naar de oorlog.
Als Manfredo weg is, verschijnt Avito, verkleed als wachter. Fiora smeekt hem om weg te gaan en haar te vergeten. Een dienstmeisje brengt Fiora de witte sluier waarmee ze haar man moet uitzwaaien. Als ze daarmee bezig is, komt Avito toch weer terug en krijgt haar langzaam maar zeker zo ver dat ze het zwaaien achterwege laat en in zijn armen zinkt.
Als Archibaldo onverwacht verschijnt, wil Avito hem neersteken, maar Flaminio houdt hem tegen met een handgebaar. Wederom vraag Archibaldo wie er bij Fiora is en alweer ontkent ze dat ze gezelschap heeft. Als Archibaldo aanhoudt, bekent ze dat er een minnaar was en ze noemt hem ‘Zoete dood’. Woedend wurgt Archibaldo Fiora.
Manfredo komt terug en denkt dat Fiora van de muur gevallen is, omdat hij haar plotseling niet meer zag zwaaien. Archibaldo vertelt dat er een ander was, maar dat hij die niet heeft kunnen zien. Manfredo betreurt het dat Fiora intens bemind heeft, maar dat hij het niet was die ze beminde.


Derde akte
Fiora ligt opgebaard in de crypte van het kasteel. Het volk weeklaagt en een jonge vrouw, een jongeman en een oude vrouw zien in haar het symbool van verzet tegen onderdrukking.
Avito komt afscheid nemen van Fiora en kust haar lippen. Manfredo betrapt hem en zegt dat nu ook hij dood is, want op Fiora’s lippen was gif gesmeerd. Als Avito sterft, voelt Manfredo dat hij Fiora niet kan haten. Hij wil niet alleen achterblijven en ook hij kust Fiora’s lippen.
Archibaldo denkt nu de minnaar betrapt te hebben, maar houdt zijn stervende zoon in zijn armen : “Jij bent nu met mij in de schaduw.”