1. Vooraf. In het begin was er niets. Er was stilte. Naamloze vissen zwommen door het naamloze water. Er was alleen de natuur met zijn geluiden en zijn seizoenen.
2. Een spat kalk en een zandkorrel. Het kasteel wordt gebouwd: volkeren spannen er samen tegen de Zweden, maar die sturen een gouverneur: Erik Axelsson Tott
3. Dialoog tussen Erik Axelsson Tott en de Savonse vrouw. De verteller is Erik Axelsson Tott die naar naar de plek komt waar het kasteel wordt gebouwd, van waaruit hij de arme Finnen wil beschermen, bijvoorbeeld tegen de nieuwe macht die in Moskou ontstaat. Een vrouw, de sopraan, ondervraagt hem: hoe kan een edelman dezelfde belangen hebben als zij, arme vrouw, wier echtgenoot gestorven is? Hij stierf toen een schip materiaal kwam brengen voor het kasteel. Erik antwoordt dat het kasteel hen van nu af aan zal beschermen tegen vijanden.
4. Tijd om te bouwen. De bariton beschrijft hoe het kasteel groter en groter wordt: het fort verrijst uit het zwarte water, uit de donkere rivier die er langs stroomt. In de heldere noordse nachten baadt alles in surreëel wit licht.
5. Zout en mout (De hopwals).  De solisten beschrijven hoe er aan zout, bier en graan werd gekomen. Iedereen moest immers eten en drinken. Zo overleefde men de winter.
6. Het begin van een nieuw tijdperk. Het kasteel ontstond ten tijde van de Italiaanse renaissance, aan het begin van de boekdrukkunst en zeventien jaar voordat Columbus naar het westen voer.
7. Sara Ursina. Sara Ursina stelt zich voor: de dochter van de pastor, de echtgenote van een van de strijders van koning Karel. Ze doodde haar kind, omdat het buitenechtelijk was. De vader was Adam Pistolekors, lid van een beruchte Zweedse familie van grootgrondbezitters.
8. Het lied van Messlöffs gevangenschap. De driejarige gevangenschap in het kasteel van de Duitse kolonel Joachim Messlöff wordt beschreven door de vier solisten.
9. Erik Tuurszoon Bielke. De Deense koning stuurt Erik Tuurszoon Bielke als markgraaf naar het kasteel. De bariton speelt hem en vertelt hoe hij tegenstand moest bieden aan de onbetrouwbare Moskovieten uit het Oosten en Deense dreiging vanuit het westen. Erik Bielke leert onderhandelen met de Moskovieten en laat in 1511 het kasteel na aan zijn wijze vrouw Gurilla.
10. Is je mannelijkheid verdwenen?  Het is een tijd van vrede. Men realiseert zich hoe mooi het kasteel is. Zullen de luchten altijd zo blauw blijven? En zal de mannelijkheid van het kasteel verdwijnen? Mannelijkheid is oorlog kunnen trotseren en kunnen streven naar vrede, zegt de verteller.
11. Het was een Fin die je gebouwd heeft. De Denen hebben het kasteel ontworpen: de Zweden en de Russen gebruikten het om een vuist te maken naar elkaar. Maar de Finnen hebben het gebouwd en eisen het weer op.
12. Een boodschap van Elimyssalo. ‘Tegenwoordig is het kasteel als een oude man die gezeten is op een rots, waaromheen de tijd stil is komen te staan. Zoals een koning die zijn macht heeft overgedragen, ooit woest, grimmig en streng. En als die man plotseling het hoofd zou opheffen, zijn ogen zou bijdraaien en vragen: Wie ben jij? Waar vind jij, inwoner van Finland, dan het antwoord?’ Het antwoord vind je door je blik te verruimen. De kennis over onszelf vinden we in de natuur.