Het eerbetoon van Zamora is het offer van 100 maagden dat de tiende-eeuwse Spanjaarden jaarlijks aan de Moorse bezetter moeten leveren.

Eerste akte
Spanje in de tiende eeuw, ten tijde van de Moorse bezetting. Een groot plein in Oviedo. Op de achtergrond zien we het Spaanse koninklijke paleis.
De bewoners van Oviedo versieren het huis van het weesmeisje Xaïma voor haar bruiloftsdag met bloemen. Aan haar verloofde, de jonge Spaanse soldaat Manoël, wordt gevraagd om zijn bruid te wekken met een lied en met veel overgave bezingt Manoël vervolgens de onschuld van Xaïma. Die neemt vol vreugde de bloemen aan die haar worden aangeboden.
Dan klinken er fanfares. Xaïma trekt zich terug in het huis. Arabische ruites en hun gevolg marcheren Oviedo in. Iedereen vreest Ben-Saïd, die als gezand van de Kalief van Cordoba de bevolking onderdrukt. Sinds de Moren de Spanjaarden bij de slag om Zamora overwonnen, eisen ze elk jaar een offer van honderd maagden. Oviedo werd tot dusver als koninklijke woonplaats ontzien.
Xaïma verschijnt in haar bruidsjurk. Ze treurt om de afloop van de slag om Zamora want daar verloor ze ooit haar hele familie. Ben-Saïd is onder de indruk van Xaïma’s temperament en schoonheid: aan zijn zijde zou haar een koninklijke behandeling wachten.  Manoël stelt zich voor: hij is de bruidegom van Xaïma. Daarop besluit Ben-Saïd om de bruiloft te verijdelen. Hij gaat het paleis in.
Xaïma verzekert Manoël ervan dat geen enkele rijkdom in de hele wereld haar van hem zou kunnen doen scheiden. Het paar droomt van een gezamenlijk leven.

Het volk komt samen om de bruiloft te vieren. De koning verschijnt en er wordt verkondigd dat Oviedo een aandeel zal leveren in het eerbetoon aan de Moorse bezetter: er zullen twintig jonge vrouwen worden uitgeleverd. Het rebellerende volk wordt door Ben-Saïd het zwijgen opgelegd. Manoël wil een opstand, maar de koning vraagt zijn onderdanen om dit ene offer te bieden opdat verder bloedvergieten vermeden zal worden. De alcade stelt vast wie de twintig jonge vrouwen zijn: ook op Xaïma en haar vriendin Iglésia valt het lot. Xaïma en Manoël wanhopen. Hij vervloekt Ben-Saïd, die Xaïma meeneemt. Het Spaanse volk belooft Manoël hulp te bieden. Men zingt gezamenlijk de vaderlandse hymne.

Tweede akte
Aan de oever van de Guadalquivir bij Cordoba, een bazaar.
Het Moorse volk prijst de dag waarop de overwinning bij Zamora behaald werd. Een Moorse soldaat vraagt Hadjar, de legeraanvoerder en broer van Ben-Saïd, om een lied te zingen: het wordt een loflied op de Arabische krijgers en de demonen van de veldslag en de liefde.
Een waanzinnige vrouw genaamd Hermosa vraagt de Moren om te stoppen met zingen. De soldaten bespotten haar, maar Hadjar beschermt haar: ze is een waanzinnige en die moeten volgens de Koran vereerd worden, omdat de krankzinnigen immers wijs zijn. Bovendien is ze deel van de buit uit de veldslag rond  Zamora en daarom bezit van Ben-Saïd.
Hermosa wordt bevangen door een visioen en ziet zich in haar waan met haar kinderen verenigd in de hemel.

Trompetten kondigen de aankomst van de honderd Spaanse jonge vrouwen aan. Een triomfmars weerklinkt. Manoël heeft zich verkleed als Berber tussen het volk gemengd, maar wordt er door Hadjar uitgepikt: hij herkent in hem de Spaanse held die hem ooit op het slagveld het leven gered heeft. Uit dankbaarheid wil Hadjar nu helpen om Xaïma te bevrijden en geeft Manoël geld waarmee hij Xaïma bij de verkoop van de jonge vrouwen kan terugkrijgen. De soldaten bekijken de vrouwen. Hermosa ziet Xaïma: ze dreigt dat ze haar wil kopen en wenst haar vol wraakgevoelens hetzelfde verschrikkelijke lot dat haarzelf is overkomen. Toch lijkt de ontmoeting haar tegelijkertijd diep te ontroeren.
De verkoop van de vrouwen begint: Manoël lijkt het hoogste bod op Xaïma uit te kunnen brengen. Daar is echter Ben-Saïd: hij herkent Manoël en zet 10.000 gouden dinars in. Over dat bedrag komt Manoël niet heen: hij verkeert in diepe wanhoop.


Derde bedrijf
Het paleis van Ben-Saïd

De vrouwen in het harem van Ben-Saïd ontvangen hun meester. Ben-Saïd verschijnt samen met Xaïma en wil te harer ere een feest geven. De haremvrouwen dansen voor Xaïma en een jonge slaaf zingt een barcarole. Ben-Saïd bekent Xaïma zijn liefde maar dreigt ook dat hij verwacht dat ze die beantwoordt. Hadjar stelt Manoël voor als de redder van zijn leven. Ben-Saïd stuurt Xaïma weg, wil Manoël zijn dankbaarheid bewijzen en biedt hem geld. Als Manoël Xaïma terugeist, ontstaat een conflict. Manoël wil een duel, maar Ben-Saïd slaat hem tijdens een gevecht het zwaard uit de hand en wil hem doden. Op dit moment komt Xaïma weer terug en dreigt met zelfmoord als Manoël gedood wordt. Manoël ontvangt Ben-Saïds genade maar wil eigenlijk liever sterven.
Nu moet Xaïma zich voegen naar de wensen van Ben-Saïd, maar ze besluit zich van het leven te benemen. Dan ontmoet ze andermaal Hermosa, de waanzinnige vrouw. Als die hoort dat Xaïma ook uit Zamora afkomstig is, wil ze met haar vluchten. Hermosa krijgt opnieuw een visioen: ditmaal over de dag waarop haar echtgenoot door Arabische strijders vermoord werd. Xaïma herinnert zich die gebeurtenis echter net zo en herkent in het slachtoffer haar vader en in Hermosa haar moeder. Hermosa komt door de ontmoeting weer bij zinnen. De twee vrouwen danken God voor hun hereniging.

Vierde bedrijf
Een tuin in het paleis van Ben-Saïd
Manoël is terug het paleis in geslopen en wil zich in de tuin met een dolk doorsteken. Xaïma verschijnt: het koppel besluit zich samen met de dolk van het leven te beroven. Dat gaat niet door, want Hermosa snelt toe, ontneemt Manoël de dolk en laat weten dat ze er niet mee kan leven dat haar dochter dood wil. Ze belooft dat ze het paar bij een vlucht zal helpen.
Ben-Saïd ziet hoe Manoël en Hermosa weglopen, maar doet niets, omdat hij Xaïma echt voor zich wil winnen. Zij wijst hem echter wederom af. Dan dwingt hij haar in woede om mee het paleis in te gaan. Hermosa houdt Ben-Saïd op de trappen van het paleis tegen. Terwijl Xaïma het paleis in vlucht, verzoekt Hermosa Ben-Saïd om haar en haar dochter vrij te laten. Ben-Saïd merkt dat Hermosa niet langer waanzinnig is en wil haar verstoten. Hermosa trekt dan Manoëls dolk en steekt Ben-Saïd neer. Hadjar, die dat gezien heeft, wil hulp gaan halen, maar Ben-Saïd weigert die, bekent nog eenmaal zijn liefde voor Xaïma en sterft. Hadjar wil Hermosa niet bestraffen, omdat hij meent dat ze uit waanzin heeft gehandeld en de waanzinnigen moeten als wijzen vereerd worden, zegt de Koran. Hij laat Xaïma, Hermosa en Manoël vrij om het paleis te verlaten. Het drietal gaat de vrijheid tegemoet.