Cosroe is de huidige vorst en een  man die snel ten prooi valt aan twijfels. Omdat hij weet dat zijn zoon Siroe gevoelens heeft opgevat voor Emira, de dochter van zijn voormalige vijand Asbite, de koning van Camabaya (India), wantrouwt hij hem.
Medarse, de jongste zoon, maakt handig gebruik van zijn vaders wantrouwen om zelf op de troon te komen.
Siroe, de troonopvolger, is het slachtoffer van de intriges van de anderen.
Laodice is de minnares van Cosroe, maar ze is verliefd op Siroe. Ze zou hem graag op troon zien, met zichzelf ernaast.
Emira is de dochter van de door Cosroe vermoordde koning Asbite. Ze wil zich wreken op Cosroe. Iedereen - behalve Siroe - denkt dat ze dood is en daarom is ze naar Cosroes hof gekomen, verkleed als een man genaamd Idaspe.
Arasse heeft een mooie en beweeglijke hoge stem, als van een positief ingestelde zeer jonge man. Hij is de legerleider, de broer van Laodice en de vertrouweling van Siroe. Hij staat hem bij met daad en goede, maar tegenwoordig niet meer geheel politiek correcte raad.


Eerste bedrijf.

Medarse, de jongste zoon van de Perzische koning Cosroe, wil zowel zijn vader als zijn oudere broer Siroe uit de weg ruimen om de troon voor zichzelf op te eisen. Siroe heeft dat door en weigert trouw te zweren aan de man die door zijn vader als opvolger zal worden gekozen. Daarmee haalt Siroe zich de woede van zijn vader Cosroe op de hals.
Intussen probeert Siroe te verhinderen dat zijn geliefde Emira zich op Cosroe probeert te wreken omdat die haar vaders dood op zijn geweten heeft. Tegelijkertijd probeert Cosroes maitresse Laodice om Siroe in haar netten te verstrikken: ook zij zou het liefste zien dat Cosroe uit de weg geruimd wordt. Ze maakt haar gevoelens kenbaar aan Siroe, maar die houdt haar op een afstand.
Siroe probeert zijn vader te waarschuwen voor samenzweringen middels een brief die hij niet ondertekent en waarin hij geen namen noemt, uit loyaliteit naar Emira, die hem voortdurend beschuldigt van een gebrek aan liefdesgevoelens. Hoewel Medarse aanvankelijk beweert de brief geschreven te hebben, wordt het duidelijk dat de boodschap van Siroe afkomstig is. Om verschillende redenen zijn de anderen daarom allemaal tegen hem. Laodice draait gebeurtenissen zelfs om: ze zegt tegen Cosroe dat Siroe haar avances heeft gemaakt. Koning Cosroe kondigt nu aan dat Medarse de troonopvolger zal worden in plaats van Siroe. Medarse is daar blij mee, maar Emira en Laodice voelen wroeging.


Tweede bedrijf
Dit is hoe de zaken staan: Siroe wordt belaagd door de ongewenste affecties van Loadice, de maitresse van zijn vader Cosroe; zijn vader Cosroe beschuldigt hem van verraad en wil zijn jongere broer Medarse op de troon zetten; Siroe moet bovendien proberen te verhinderen dat zijn geliefde Emira een aanslag pleegt op zijn vader.
Laodice betuigt spijt, maar Siroe wil niet met haar praten. Contact met Laodice versterkt de verdenkingen van zijn vader dat hij oneerbare bedoelingen met diens maîtresse heeft. Siroe zit diep in de put. Om Emira te laten merken hoe hij zich voelt, trekt hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen voor haar ogen. Als Cosroe binnenkomt, lijkt het alsof Siroe Idaspe probeert te vermoorden. Siroe wordt gearresteerd. Emira probeert daarop Cosroe te doden, maar nu is het Medarse die juist op dat moment binnenkomt. Emira legt snel haar zwaard aan de voeten van de koning, hetgeen door de koning wordt opgepikt als een nobele geste van Idaspe.
Cosroe vraagt Siroe om de verraders te noemen die tegen hem samenzweren, maar Siroe sterft liever dan dat hij namen onthult. Laodice vraagt 'Idaspe' om zijn goede invloed op de koning te gebruiken om Siroe te redden.

Derde bedrijf
Het volk is in opstand omdat het gehoord heeft dat kroonprins Siroe geëxecuteerd zal worden. Laodice bekent Cosroe nu dat haar verhalen over de ongewenste intimiteiten van Siroe gelogen waren. Ook Emira vraagt Cosroe om Siroe niet te straffen. Te laat, zo lijkt het: legerleider Arasse komt vertellen dat Siroe geëxecuteerd is. Geschokt toont Emira haar ware gedaante en biecht aan Cosroe op dat zij degene was die een aanslag op de koning voorbereidde. Arasse laat Emira daarna weten dat Siroe nog leeft. Emira verhindert daarna een aanslag op Cosroe door Medarse. Rebellen dringen het paleis binnen en bedreigen Cosroe, maar Siroe verdrijft hen: hij vergeeft zijn broer Medarse en vraagt Emira om haar haatgevoelens jegens zijn vader te laten varen. Cosroe treedt af; Siroe wordt de nieuwe koning van Perzië en zal trouwen met Emira. Hij vergeeft zijn broer.