Facebook
Twitter
Google +
Luister live
Geen info beschikbaar
Afspeellijst
Afspeellijst
Uw afspeellijst is leeg
    huidig werk:
    Opium (AVROTROS)

    Gepresenteerd door:

    Jan Mom, Andrea van Pol

    MA | DI | WO | DO | VR

    22:30 - 00:00

    In De Torenkamer van VondelCS wordt wekelijks een jonge kunstenaar 'opgesloten' om, niet afgeleid door dagelijkse prikkels, te werken aan een magnum opus. Er is dagelijks contact met de kunstenaar in de uitzending en op vrijdag haalt Andrea van Pol de kunstenaar op uit De Torenkamer en wordt het voltooide werk gepresenteerd.

    Via ons Instagram account houden de kunstenaars je op de hoogte van hun voortgang:

    Torenkamer

    Basje Boer

    Schrijfster en fotografe Basje Boer zit deze week in De Torenkamer.

    Beluisteren

    Even voorstellen:
    Basje Boer studeerde fotografie aan de Rietveld Academie. In 2006 debuteerde ze met de verhalenbundel Kiestoon (De Arbeiderspers) en dit jaar kwam haar roman Bermuda uit bij Nijgh & Van Ditmar. Haar verhalen verschenen in literaire tijdschfiten als Das Magazin, De Revisor, Hollands Maandblad en De Gids. Daarnaast schrijft ze over film en kunst, onder meer voor De Groene Amsterdammer. Ze woont en werkt in Amsterdam.

    Torenkamerplan:
    Nadat eerder dit jaar mijn eerste roman is uitgegeven, wil ik mijn tijd in De Torenkamer gebruiken om een begin te maken aan mijn tweede. Ik leg de lat hoog: ik wil gedurende deze week het eerste deel in de steigers zetten. Het idee is er al, evenals een vage opzet. Nu komt het aan op schrijven. Daarnaast zal ik research doen, specifiek naar scenarioschrijven.
    Over mijn tweede roman:
    De roman vertelt over een masterclass scenarioschrijven. Ergens in Gelderland komt een klein groepje aspirant-scenarioschrijvers samen om les te krijgen van een goeroe binnen het vak. Terwijl ze alles leren over het hanteren en voorkomen van filmclichés, komen ze erachter dat ze ook elkaar al te makkelijk in hokjes plaatsen.

    • De Torenkamer - Basje Boer - Dag 5

      Laatste dag in De Torenkamer. Als er een ideaal moment is om terug te kijken op de afgelopen week, dan is dit het. Maar het lukt niet. Inmijn geheugen kleven de dagen aan elkaar en verworden tot een brei van gele bladeren en herfstbuien, het scrollen door een tekst die almaar langer wordt. Liever klamp ik me vast aan harde feiten, onverbiddelijke cijfers.

       

      Mijn tekstbestand telt momenteel 9.425 woorden. Ik ben halverwege hoofdstuk negen. Ik heb mijn doel (het afronden van het eerste deel)niet gehaald; ik had het ook niet echt verwacht. Toch ben ik verder gekomen dan ik bij aanvang dacht: ruim over de helft. Mijn personages zijn gesetteld. Hebben hun koffers uitgepakt. Ik pak mijn koffers juist weer in. Mijn boeken, die grotendeels ongelezen bleven, gebruik ik om het boomblad dat ik uit het park meenam, heel te houden. Het is inmiddels gedroogd, en gedeeltelijk verbrokkeld.

       

      Vandaag was ik in de hotelkamer van mijn hoofdpersoon, ik liep er samen met haar rond. Ze vond een brief zonder afzender: een gedicht dat ik had geschreven. Ik vraag me af hoe het zal zijn om hier, over een maand misschien, wanneer het nog kouder en donkerder is, langs te fietsen. Waar is mijn hoofdpersoon dan? Herinner ik me, wanneer ik de toren zie, de hotelkamer waar mijn hoofdpersoon verbleef? Herinner ik me een verbrokkeld boomblad? Ook dan maakt mijn geheugen een brei van deze vijf dagen. Kent geen onderscheid tussen dat wat ik beleefde, en dat wat ik schreef.

    • De Torenkamer - Basje Boer - Dag 4

      Vandaag kwam ik druipend van de regen De Torenkamer binnen. Ik keek naar buiten: inmiddels was het droog. Ik zat precies in de bui, zal je altijd zien. Nu, aan het einde van de dag, is het al te verleidelijk om de regen de schuld te geven. Ik ben vandaag, schat ik, zo’n 500 woorden verder gekomen. Weinig, vind ik. Veel, vindt Zadie Smith. In een gesprek tussen haaren collega-schrijver Jeffrey Eugenides, waarvan een filmpje circuleert op het internet, vertelt ze dat als ze 800 woorden schrijft, ze felicitaties verwacht. 500 is voor haar de standaard.

       

      Ik denk veel aan andere schrijvers wanneer ik zelf aan het schrijven ben. De een vertelt dat hij op de bank schrijft. De ander zit meteen laptop in bed. Iemand heeft de televisie op de achtergrond aanstaan. Ik probeer het vak niet te romantiseren, maar ontkom er bijna niet aan. Ik lééf zo ongeveer op mijn bank, maar hij is te min om een boek op te schrijven. Ik ben groot fan van achtergrondtelevisie (StudioSport is favoriet), maar die staat uit wanneer ik schrijf. Hier in De Torenkamer zijn de omstandigheden ideaal, want zonder opsmuk: een tafel, eenstoel, een kachel (goddank!), het uitzicht natuurlijk. Dat is zelfs nu mooi, in het donker, wanneer ik niet meer zie dan de lichten die worden weerspiegeld in de druppels op het raam.

       

      In mijn reguliere werkbestaan, waarin ik schrijfklussen en opdrachten met mijn eigen werk combineer, komt het aan op uren sprokkelen: vroegin de ochtend, laat op de avond, soms de luxe van een hele dag. Hier in De Torenkamer strekken de schijnbaar eindeloze dagen zich voor me uit. Soms weet ik de uren makkelijk om te zetten in een snel oplopend woordenaantal. Op andere momenten laat ik me al te makkelijk afleiden. Door de regen op het raam. Door het drogen van mijn voeten bij de kleine elektrische kachel. Door een filmpje van Zadie Smith.

      IMG_0247.JPG

    • De Torenkamer - Basje Boer - Dag 3

      woensdag 16 november 2016

      In mijn notitieboekje zitten al mijn personages aan tafel. Het is zomer en ze zitten in de tuin. Tenminste, op de tekening is dat niet te zien, maar het is de situatie die ik in hoofdstuk 6 en 7 van mijn nog te voltooien roman beschrijf. Tijdens het tikken kijk ik zo nu en dan in mijn notitieboekje, om te zien wie waar zit. O ja, Rens zit schuin tegenover Johanna. Bibi zit naast hem. Ik heb ontdekt dat zij graag haar schoenen uittrekten haar benen optrekt. Zo leer je al schrijvende je personages kennen.

       

      Ik fiets Amsterdam door, nat en herfstig Amsterdam, om buitende deur te eten. Het helpt; de wind, en het rumoer om me heen. De personages lijken nog te veel op elkaar, peins ik tijdens het fietsen. Hoe maak ik ze specifieker, hoe maak ik het onderscheid scherper? Of, een radicale gedachte, zal ik er een of twee schrappen? Heb ik zoveel personages wel nodig? Maar ik wil niet schrappen. Ik ben gesteld op ze geraakt, nu al.

       

      Tijdens de lunch lees ik. De poëtische taal van Eimear McBride werkt soms geweldig, dan weer helemaal niet. Maar nu, in deze specifieke scène, trekt ze me volledig in het verhaal. Op de momenten dat ik me uit het boek weet los te maken, kijk ik op, en denk aan mijn eigen verhaal. Een man loopt langs, hij heeft brede heupen. Ik denk aan een van mijn personages: kan hij niet ook brede heupen hebben? Ik maakte er een notitie van in mijn telefoon.

       

      Op de terugweg vind ik een boomblad, groter dan mijn hoofd en aan de onderkant zo zacht als wol. Ik neem de herfst mee De Torenkamer in.

      IMG_0243.JPG

      Beluisteren
    • Torenkamer - Basje Boer - Dag 2

      Gisteravond zat ik nog tot laat te schrijven. De stilte buiten, niet alleen in het park maar in heel het pand, maakte me rustig. Ik dacht dat mijn focus het scherpst was in de ochtenden, maar nu weet ik weer hoe fijn het kan zijn om ’s avonds laat te schrijven. Ik tikte er zo een hele pagina uit. Niet slecht, kon ik vanochtend concluderen. Toch backspacete ik de laatste 100+ woorden.


       

      Ik werk zo: ik ken mijn personages, ik weet welke kant het verhaal op gaat, ik weet wat ik wil vertellen en ik heb al een paar scènes of momenten in mijn hoofd. Verder doen mijn vingers het werk: het gebeurt allemaal terwijl ik tik. Maar dan is het wel zaak om terug te lezen, om constant terug te lezen, en om te schrappen wanneer je merkt dat het verhaal een kant op gaat die niet logisch is, die nergens heengaat. Een omweg. Een verkeerde route.Een doodlopende straat. En zo nog wat metaforen. Intussen moet je ook nog je personages op de rails houden. Klopt dit wel? vraag ik mezelf continu af. Zou hij dit zeggen? Zou hij dit doen? En wanneer mijn personage iets onverwachts doet, moet ik dan mijn ideeën over hem bijstellen?

       

      Vandaag stel ik mezelf vooral vragen; het schrijven wil niet erg. Ik lees terug, ik herschrijf, ik backspace. Intussen lees ik ook een filmscenario, bij wijze van research. Daar vermaak ik me op het moment het meest mee, meer dan met het schrijven zelf. Buiten regent het, ik ben blij dat ik binnen zit. Juist op de momenten dat ik op dreef ben, op de momenten dat de woorden makkelijker lijken te komen en het verhaal zich op natuurlijke wijze ontrolt, laat ik me afleiden. Door dit blog bijvoorbeeld. Waarom is dat?

      IMG_0236.JPG

    • De Torenkamer - Basje boer - Dag 1

      maandag 14 november 2016

      Wat is het uitzicht vanuit De Torenkamer sensationeel: bruine, gele en groene bladeren, eenden in de vijver, honden aan de oever, dik ingepakte Amsterdammers op de fiets of onder paraplu’s; een laag mist hangt er overheen als een Instagram-filter. De komende week is dit mijn uitzicht, terwijl ik schrijf aan een nieuw boek; het beginnetje van een nieuwe roman. Of nou ja, beginnetje: ik heb beloofd dat ik het hele eerste deel af ga maken. Het is lastig in te schatten hoe realistisch dat voornemen is: je weet tenslotte niet waar je tegenaan loopt tijdens het schrijven. Hele romans verdwijnen in digitale prullenbakken wanneer een vooropgezet plan toch niet blijkt te werken. 



      Terwijl ik dit schrijf, begint de schemer in te vallen. Op de voorgrond bestaat mijn uitzicht uit een papieren koffiebekertje, een glas water, boeken, nog meer boeken, een notitieboekje, een pen. Mijn laptop natuurlijk, waarop ik dit tik. Het notitieboekje gebruik ik om tekeningen te maken: de route die een personage wandelt, minimalistische schetsen van de personages. Zo krijg ik iets meer grip op de wereld die ik beschrijf. De boeken die ik heb meegenomen gaan vooral over film: twee naslagwerken, een boek over scenarioschrijven en op mijn iPad het script van The Breakfast Club. Maar ik heb ook een roman mee, De mindere goden van Eimear McBride, en een dichtbundel van E. E. Cummings. Het luistert heel nauw, wat je kunt lezen terwijl je zelf aan het schrijven bent. Het moet niet te veel lijken op wat je zelf aan het doen bent, heb ik gemerkt. Het juiste boek voegt iets toe aan je eigen werk, het verkeerde boek werkt tegen je. 

      Het wordt echt donker nu. Achter het beeldscherm van mijn computer doemt mijn eigen gestalte op, weerspiegeld in het raam. In de donkerte van mijn gezicht zijn de bladeren van de bomen te ontwaren, soms een jogger, een voorbijganger in een rode jas. De buitenwereld en ik komen zo samen in één beeld. Ik moet mijn best doen er niet een metafoor in te zien.

      IMG_0231.JPG

      Beluisteren