Facebook
Twitter
Google +
Luister live
Geen info beschikbaar
Afspeellijst
Afspeellijst
Uw afspeellijst is leeg
    huidig werk:
    Opium (AVROTROS)

    Gepresenteerd door:

    Jan Mom, Andrea van Pol

    MA | DI | WO | DO | VR

    22:30 - 00:00

    In De Torenkamer van VondelCS wordt wekelijks een jonge kunstenaar 'opgesloten' om, niet afgeleid door dagelijkse prikkels, te werken aan een magnum opus. Er is dagelijks contact met de kunstenaar in de uitzending en op vrijdag haalt Andrea van Pol de kunstenaar op uit De Torenkamer en wordt het voltooide werk gepresenteerd.

    Via ons Instagram account houden de kunstenaars je op de hoogte van hun voortgang:

    Torenkamer

    Jonah Falke

    Kunstenaar Jonah Falke zit deze week in de Torenkamer en wandelt door het Vondelpark.

    Beluisteren

    Even voorstellen
    Jonah Falke (1991) werd geboren in Ulft en studeerde in 2013 af aan ArteZ, Enschede in de richting schilderkunst. Hij maakte als frontman van de band Villa Zeno de plaat ‘Self Made Woman’ (2014). Vorig jaar verscheen zijn debuutroman ‘Bontebrug’. ‘Bontebrug’ is genomineerd voor de Bronzen Uil 2017.

    Op 11 maart opende zijn eerste solo-expositie ‘Dogs & Faces’ bij Galerie Bart in Amsterdam. Dogs & Faces (te zien t/m 22/4/17) toont een serie schilderijen met in zichzelf gekeerde honden en mensenkoppen die weinig tot niets van zichzelf prijs willen geven. De laconieke schwung waarmee ze worden weergegeven, gekaderd in een vierkant of geïsoleerd van hun omgeving, lijkt een sociaal onbehagen te onthullen. Jonah Falke’s ‘geschilderde afstandelijkheid’ maakt zijn werk expressief en ontoegankelijk tegelijk. De expositie markeert een nieuw vertrekpunt in zijn nu al verrassende oeuvre.

    Torenkamerplan
    Het probleem van kunstenaars lijkt me dat ze vooral in zichzelf geïnteresseerd raken en steeds minder in de wereld. Dat kan vervelende gevolgen hebben. Om mezelf - als kunstenaar - wat te beteugelen heb ik besloten om deze week wat te doen voor een ander. Althans dat wil ik proberen.

    Tijdens mijn week in de Torenkamer zal ik iedere dag een paar uur doorbrengen met Bennie van Uum. Hij is een hulpbehoevende man van eind tachtig. Ik heb hem ontmoet - twee jaar terug - tijdens een bijbaan in de thuiszorg.
    Het werk doe ik niet meer maar Bennie ben ik blijven zien. Ik denk dat ik hem desondanks het leeftijd verschil een vriend kan noemen. Al is het gevaarlijk om dat te zeggen. Want Bennie zei eens: ‘Iemand noemde me een keer zijn beste vriend, daarna heb ik hem nooit meer gezien.’

    Ik belde Bennie en stelde voor om iedere dag te gaan wandelen in het Vondelpark. Hij reageerde enthousiast maar voegde er wel aan toe: ‘Die woensdag ben ik jarig en de donderdag moet ik naar het ziekenhuis voor een scan.’
    Ik stelde voor hem te vergezellen op zijn verjaardag en in het ziekenhuis. Dat leek hem een goed plan.

    Over mijn ontmoetingen met Bennie zal ik verslag doen vanuit Vondel CS.

    En hij zal een verhaal schrijven, er staat nog niks op papier, maar een titel is er wel: 'steak tartaar'.

    • De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 5

      vrijdag 31 maart 2017

      Afgelopen maandag nam ik me voor om vandaag Steak Tartaar te eten met Bennie. Het restaurant hebben we al eens eerder samen bezocht. Het leek me een mooie afsluiter van deze week. Maar toen ik deze morgen wakker werd, had ik twee gemiste oproepen van hem. Ik belde terug. Bennie zei dat hij het ziekenhuisbezoek van gisteren zwaar had gevonden en dat hij vandaag liever thuis wilde blijven om uit te rusten. Ik zei dat ik het jammer vond maar hem wel snapte. Vlak voordat we ophingen zei hij: "We zien elkaar wel weer jongen, je mag altijd op de koffie komen." Ik zei dat ik dat zeker ging doen en bedankte hem voor de week.

      De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 5.JPG

      Enigszins teleurgesteld ben ik om twaalf uur toch naar het restaurant L’ Entrecote et les Dames aan de van Baerlestraat gefietst. Ik was de eerste en enige bezoeker. De Steak Tartaar smaakte als altijd, maar alléén eten is niet zo aangenaam. Gelukkig was de bediening erg vriendelijk.
       
      Of ik Bennie geholpen heb door hem iedere dag uit te laten weet ik niet, maar we hebben wel gelachen. Dat kan hij vast waarderen. Wanneer ik hem weer zal zien weet ik niet. Al denk ik dat het goed is om er even mee te wachten. 
       
      Over mijn verblijf in de Torenkamer kan ik kort zijn: het is niks voor mij, maar dat kan nog komen natuurlijk. Mijn vriendin zei aan het begin van de week: "Het is juist goed dat ze jou ook eens opsluiten." Ik ben het daar niet mee eens. Het binnenzitten voelde als mezelf verstoppen voor de wereld, een verzonnen verplichting. Zoals mensen stoppen met roken op 1 januari om snel daarna weer te beginnen met roken. Mijn bewondering voor de mensen die wel een hele week in de Torenkamer zijn gebleven is groot. Nu het nog kan zou ik graag gewoon doorgaan met roken. Anders gezegd: mijn opsluiting mag nog even uitgesteld worden, hopelijk zo lang mogelijk.

      Ps. Nog een kanttekening voor de medewerkers van Opium.
       
      In het herentoilet naast de redactie stond een tube tandpasta op de wasbak. Ik nam de tube afgelopen woensdag mee naar huis aangezien hij daar op was.
      Ik mag er dan misschien niet uitzien als een bedelaar, maar ik ben het wel.


      Beluisteren
    • De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 4

      Ik schrijf dit vanuit een wachtruimte van het AMC ziekenhuis. Want vandaag ben ik wéér niet in de Torenkamer. Ik ben met Bennie in het ziekenhuis, hij moet in een scan. Hoe lang het hier gaat duren weet ik niet. 


      Later op de dag heb ik andere verplichtingen. Morgen ben ik weer in de Torenkamer.


      Bennie is zojuist opgehaald. Een verpleegster duwde zijn rolstoel voort. Ik wenste hem succes. Hij zei: "Tot straks jongen." De verpleegster hoorde ik nog net vragen of ik familie van hem was. Bennie’s antwoord kon ik niet verstaan. 


      Het viel me zwaarder dan gedacht om hem als patiënt te zien. In de taxi naar het ziekenhuis spraken we nog gewoon zoals we altijd doen. Ineens is zijn gedaante veranderd. In de taxi zei hij: "Ik moet straks veertig minuten stil liggen in dat apparaat. Als je beweegt moet alles nóg een keer." Ik deed een suggestie om de tijd te doden. "Misschien moet je in die tijd nadenken over een echt probleem, het Midden-Oosten conflict bijvoorbeeld? Zou je dat in veertig minuten kunnen oplossen? Misschien. Ik zal er eens over nadenken."


      Nu Bennie weg is, bedenk ik me dat het misschien beter voor hem is om proberen te slapen of oefenen om dood te zijn tijdens de scan. Het verschil tussen die twee is me niet helemaal duidelijk, al lijken ze beiden op rust. 


      Gisteravond na de radio uitzending sprak ik een meisje van de redactie. Ze vroeg of ik ook in de Torenkamer bleef slapen. Ik zei: "Nee, want ik kan tussen 12 en 6 uur 's ochtends niet uit het pand. Ik ben een beetje claustrofobisch." Ze zei: "Je kunt dan gewoon niet roken, dat is het, jij bent echt zo’n doodroker." Ik voelde me betrapt en was verbaasd over haar mensenkennis. Ik gaf toe en zei: "Ja, ik ben zo’n doodroker."


      Bennie is ook een doodroker. Maar hij leeft nog wel.

    • De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 3

      woensdag 29 maart 2017

      Bennie belde me vanmorgen. Hij vroeg of ik om half drie – in plaats van 's avonds - wilde langskomen voor zijn verjaardag. Hij zei: "Ik slaap al dagen slecht en morgen wordt het een lange dag." Zijn stem klonk mat. 


      Stipt om half drie sta ik met cadeaus in mijn hand voor zijn huis. Hij opent de voordeur, geeft me een stevige hand en zegt: “Ik nodig nooit iemand uit maar altijd komen er mensen. 


      Het klopt, want ook mij had hij niet uitgenodigd, daar moest ik zelf om vragen.


      Bennie rolt voor me uit de woonkamer in. In de kamer valt er niks op te merken dat hij jarig is vandaag. Het enige verschil is dat er nu een oude vrouw met opgestoken grijs haar aan tafel zit. Bennie stelt haar voor als het zusje van zijn vrouw – overleden vrouw. We schudden elkaar de hand.


      "Dus jij bent die schrijver!" zegt ze. 


      Ik vertel haar over mijn Torenkamer project maar ze zegt al ingelicht te zijn door Bennie. Het lijkt haar weinig te interesseren. 


      "Je hebt vast zin in koffie," zegt ze opgewekt, ze lijkt blij om wat te kunnen doen en snelt meteen de kamer uit. 


      Bennie steekt een sigaret op en buigt naar me toe: "Ik ben altijd bang dat ze nooit meer weg gaat.” 


      Ik lach en steek ook een sigaret op. Dan overhandig ik hem de plastic zak met cadeaus. Ik heb het bordspel 'Mens erger je niet' voor hem gekocht. Dit omdat hij gelijkenissen vertoont met de man op de doos én ook de titel past bij hem.


      De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 3.3.jpeg


      Als écht cadeau heb ik een boek van Gustave Flaubert (Drie vroege vertellingen) voor hem gekocht. 


      Bennie gaf me twee jaar geleden Flauberts brievenboek. Dat boek heb ik sindsdien op mijn nachtkastje liggen. Als ik in wat voor crisis dan ook denk te zitten, sla ik het open. Het lezen van een paar brieven helpt bijna altijd. 


      Om ‘Mens erger je niet’ moet Bennie lachen en met het boek is hij blij. Hij zegt: "Deze verhalen ken ik niet, maar Flaubert is altijd goed." 


      Als de vrouw terugkomt begint ze meteen te praten. Eén woordenkots waarvan ik bang ben dat er geen eind aan gaat komen. 


      Volgens mij heb je twee soorten mensen: De één denkt hardop of herhaalt dingen die hij of zij al weet. De ander zwijgt zoveel mogelijk. Beiden kunnen overigens evenveel onzin of wijsheden uitkramen. 


      De vrouw praat een half uur. Bennie rookt in die tijd drie sigaretten. Ik kijk toe. 


      Als ik aanstalten maak om naar de Torenkamer te gaan weet ik alles over: haar gezondheid, een kleinzoon die schildpadden in Sri Lanka aan het redden is en over het openbaar vervoer in Amsterdam. Bennie of ik zijn niet aan het woord geweest. 


      Ik geef de vrouw een hand en zeg: "Leuk je ontmoet te hebben. Ik veracht mezelf meteen om die leugen." 


      Bennie laat me uit en hij verontschuldigd zich voor de vrouw. Hij zegt: "Ze is veel jonger, een nakomeling, een ander mens, ze lijkt totaal niet op mijn vrouw, dat heeft ze nooit gedaan. Maar bedankt voor je komst jongen." Ik zeg dat het geen probleem is en vraag hem hoe laat we morgen afspreken. "10 uur? Ik moet om 11 uur in het ziekenhuis zijn." 


      "Ik zal er zijn." Dan geven we elkaar een hand en ik wens hem alvast een goede avond.


      De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 3.1.jpeg

      De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 3.2.jpeg

      Beluisteren
    • De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 2

      Vandaag zal ik niet in de Torenkamer verblijven. Het is boekenweek en ik moet naar Aalten – in de Achterhoek – voor een interview. Wel zal ik Bennie nog even zien om koffie te drinken. Waar ik niet bij stil heb gestaan is dat iemand misschien wel heel erg tegenvalt als je hem of haar iedere dag ziet. Volgens mij lopen ook veel huwelijken daardoor op de klippen: door pure verveling. Het is al bijna niet te harden om elke dag met jezelf opgezadeld te zitten, laat staan met een ander. Ik zal Bennie tijdens de koffie vragen hoe hij zijn huwelijk heeft ervaren. Naar mijn weten had hij een lieve vrouw. Ze overleed helaas al erg vroeg. 


      Gisteravond at ik met een meisje van de productie in VondelCS. Ze vroeg me wat ik gister – met Bennie – had gedaan. Gister gingen Bennie en ik naar het Theehuis – midden in het Vondelpark - en keken naar de talrijke moeders met kinderwagens om ons heen. Er zaten prachtige moeders bij. Voor sommigen voelden Bennie en ik erotische gevoelens, al bewonderden we nooit dezelfde vrouw. We voerden argumenten op waarom de ander ongelijk had. Het was een aangenaam tijdverdrijf, plat maar onschuldig. Ik vroeg Bennie waar al die moeders en kinderen in godsnaam vandaan kwamen. "De ene helft uit hun moeder," zei hij droog, "de rest denk ik ook trouwens." We moesten lachen en na Bennie’s hoestbui viel het gesprek stil. Ik ervoer het niet als storend. Morgen ben ik terug in de Torenkamer. In de avond ga ik naar Bennie’s verjaardag.

    • De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 1

      maandag 27 maart 2017

      Bij aankomst kreeg ik een rondleiding door het hele gebouw. De man die me rondleidde zei: "Je hebt een prachtige week uitgekozen om in de torenkamer te zitten." Maar de zon zal gaan schijnen deze week. Meestal voelt het misdadig om met zulk weer binnen te blijven. Toch zei ik: "Ja, het wordt een prachtige week." De man liet me ook de torenkamer zien. Het is kleiner dan gedacht en zit pal naast de redactie van het programma Opium. Om de kamer te bereiken moet je werkende mensen passeren. Met enig argwaan zullen de medewerkers zich vast afvragen wat 'de gast' deze week gaat uitspoken in het hokje. Ik zou kunnen gaan schreeuwen om de-gekwelde-kunstenaar uit te hangen maar dat lijkt me vrij onverstandig. De muren zijn dun, ik ben er net en ik wil de mensen niet tot last zijn. Ongemak moet je volgens mij zo lang mogelijk uitstellen.

      De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 1.1.jpeg

      De Torenkamer - Jonah Falke - Dag 1.2.jpeg
      Ik installeer me op de kamer, open mijn koffer en controleer of het internet werkt. Een leven zonder wifi is helaas moeilijk voor te stellen. Ik beantwoord een paar emails en de deur naar de redactie staat open. Het voelt daardoor net alsof ik ook een medewerker van de redactie ben. Ik sluit de deur. Als hij dicht is, voelt het opgesloten. Dan klopt er iemand op de deur. Een meisje van de productie. Ze vraagt of ze een foto van me mag maken voor op de website.Ze klikt een paar keer en laat me de foto’s zien. "Je kijkt wel een beetje boos," zegt ze. "Maar misschien ben ik ook wel heel erg boos." Ze lacht en zegt vriendelijk: "Ja, dat kan natuurlijk ook." Na de foto verlaat ik de torenkamer om met Bennie te gaan wandelen. 

      Op de weg naar zijn huis bel ik mijn vriendin. Ze vraagt hoe het gaat. Ik vertel over de kamer. Ze zegt: "Het is juist goed dat ze jou ook eens opsluiten." Vanavond zal ik binnen blijven en schrijven over de wandeling met Bennie

      Beluisteren