Facebook
Twitter
Google +
Luister live
Geen info beschikbaar
Afspeellijst
Afspeellijst
Uw afspeellijst is leeg
    huidig werk:
    Opium (AVROTROS)

    Gepresenteerd door:

    Jan Mom, Andrea van Pol

    MA | DI | WO | DO | VR

    22:30 - 00:00

    In De Torenkamer van VondelCS wordt wekelijks een jonge kunstenaar 'opgesloten' om, niet afgeleid door dagelijkse prikkels, te werken aan een magnum opus. Er is dagelijks contact met de kunstenaar in de uitzending en op vrijdag haalt Andrea van Pol de kunstenaar op uit De Torenkamer en wordt het voltooide werk gepresenteerd.

    Via ons Instagram account houden de kunstenaars je op de hoogte van hun voortgang:

    Torenkamer

    Ties Teurlings

    Ties Teurlings heeft een plan voor deze week: schrijven!

    Beluisteren

    Even voorstellen
    Ties Teurlings werd geboren in Tilburg in 1993. Na een tijd in Brugge, waar het gezin naartoe was verhuisd voor vaders werk, groeide Ties samen met zijn broertje Cas op in het Brabantse Oosterhout. Na de middelbare school studeerde hij aan de kunstacademie in Breda waar hij onder andere een fotoserie maakte van zijn opa en oma. In 2014 deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival met zijn voorstelling ‘Hard Lachen Alsjeblieft.’ Daarna werkte hij in de Efteling als acteur en studeerde een blauwe maandag Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. In 2015 liep hij de pelgrimstocht van Saint Pied de Port naar Santiago de Compostella. Bij thuiskomst schreef hij zijn eerste boek ‘Krentenkoppen’.

    Torenkamerplan
    Schrijven. Aan het eind van de week wil ik het begin hebben van een mooie nieuwe bundel verhalen. Alles oprecht en eerlijk want zo wil ik graag zijn. Mij is onlangs weer eens gevraagd waarom ik schrijf. Ik vind het een moeilijke vraag. Voor mij is het elke keer weer anders. Mijn eerste boek heb ik geschreven om mijn opa en oma te bewaren. Ik vond het belangrijk om dat op dat moment te doen. Momenteel is het belangrijk om mezelf op te vrolijken. Ik heb namelijk vers liefdesverdriet.

    De mensen van Opium lijken me in ieder geval erg aardig.
    In mijn kamertje hebben ze bananen, blauwe bessen, een zak chips , witte speculaas chocola!!!, ontbijtkoeken, rijstwaffels, witte wijn en een pak sultana’s voor me neergezet. Die ben ik van plan op te eten. Behalve de rijstwaffels, want die vind ik vies. Op Koningsdag ben ik van plan op de trappen van het Vondelpark cs voorlezen uit mijn boek voor een dubbeltje of een knuffel. Ik heb liever knuffels, die kan ik op dit moment goed gebruiken. En wie weet is mijn haar aan het eind van de week wel zo lang geworden dat ik er een mooie vlecht in kan maken en het kan laten zakken uit mijn raam.

    • Ties Teurlings - Dinges

      maandag 16 oktober 2017

      De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in Vondel CS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk. Vanavond hoort u:

      Ties Teurlings - Dinges

      Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. In zijn tweede jaar maakte hij voor zijn minor fotografie een fotoserie over zijn opa en zijn oma. In 2014 deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en in 2015 liep hij de pelgrimsroute van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella. Hij groeide op in het Brabantse Oosterhout. Begin 2017 verscheen zijn bundel Krentenkoppen, humoristische en ontroerende verhalen over zijn bezoeken aan zijn opa en oma.


      Foto: Lona Aalders

      Beluisteren
    • Ties Teurlings - Port

      vrijdag 25 augustus 2017

      De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in Vondel CS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk. Vanavond hoort u:

      Ties Teurlings - Port


      Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. In zijn tweede jaar maakte hij voor zijn minor fotografie een fotoserie over zijn opa en zijn oma. In 2014 deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en in 2015 liep hij de pelgrimsroute van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella. Hij groeide op in het Brabantse Oosterhout. Begin 2017 verscheen zijn bundel Krentenkoppen, humoristische en ontroerende verhalen over zijn bezoeken aan zijn opa en oma.
      Foto: Lona Aalders

      Beluisteren
    • Ties Teurlings - Braaf

      woensdag 5 juli 2017

      De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in Vondel CS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk. Vanavond hoort u:

      Ties Teurlings - Braaf

      Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. In zijn tweede jaar maakte hij voor zijn minor fotografie een fotoserie over zijn opa en zijn oma. In 2014 deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en in 2015 liep hij de pelgrimsroute van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella. Hij groeide op in het Brabantse Oosterhout. Begin 2017 verscheen zijn bundel Krentenkoppen, humoristische en ontroerende verhalen over zijn bezoeken aan zijn opa en oma.
      Foto: Lona Aalders

      Beluisteren
    • Torenkamer - Ties Teurlings - Dag 5

      Laatste dag in de Torenkamer

      Duizend nieuwe blaadjes


      Aan het eind van de film Hook wordt Robin Williams wakker geveegd door een schoonmaker die verdacht veel lijkt op het hulpje van kapitein Haak.  In de film reist hij naar Nimmerland om zijn kinderen te redden die door de laatstgenoemde zijn ontvoerd. Robin vraagt kijkend naar de schoonmaker af of hij echt een avontuur heeft beleeft of dat het allemaal maar een droom was. Hier moest ik aan denken toen ik daarnet voor de laatste keer met een kop thee in de stoelen voor het VondelCS zat. Voor mij veegden de twee schoonmakers de laatste sporen van het feest van gisteren weg. Ik moest even gaan staan zodat ze ook bij de flintertjes onder mijn stoel konden.

      Ik las de kranten, vooral de columns tot de regen me weer naar binnen dreef.

      Daarna heb ik grootste gedeelte van de dag besteed aan het lezen en beantwoorden van vervelende mails van en naar Zij Die Niet Genoemd Mag Worden.

      Wat er in die mails stond zal ik niet vertellen. Meer dan twee zinnen moeten er niet aan worden besteed, dat ik ze moest lezen was al zwaar en lelijk genoeg.

      Vanavond ben ik nog een keer het mannetje van de radio.

      Ik ga het stuk voorlezen dat ik schreef op Woensdag.

      Over de vader en het zoontje die ik ontmoette en wat ik daarvan heb geleerd. Die lijkt me het waardevolst. Tussen de emoties door ben ik bezig geweest het in te korten en de essentie eruit te halen. Ik ben het meest tevreden over de laatste zinnen. “Vroeg of laat klappen alle ballonen in ons leven. Maar dat betekent niet dat we moeten stoppen met spelen. De klap hoort erbij.”

      Deze gevoelens zijn makkelijker te accepteren als je beseft dat ze erbij horen.

      Iedereen maakt ze mee. Ik heb een lange historie van verzet tegen afschuwelijke gebeurtenissen waar ik niks aan kan veranderen.  Over aan paar dagen word ik 24. Het word tijd om me over te geven. Te stoppen met het verzet.

      Het is namelijk ontzettend vermoeiend om dat vol te houden.

      Gelukkig kan ik schrijven. Gelukkig mag ik schrijven. Gelukkig heb ik altijd het schrijven nog.

      Toen ik daarnet naar buiten liep om mij broertje te begroetten begon het te waaien. Het was fantastisch.

      Door het geluid van duizend nieuwe blaadjes was het net alsof de oceaan aan het eind van het Vondelpark lag.

      Met dank aan alle lieve mensen die ik ontmoet heb in de week van de Torenkamer.


    • De Torenkamer - Ties Teurlings - Dag 4

      Vierde dag in de Torenkamer

      Koningsdag


      Vanochtend werd ik weer veelte vroeg wakker in de Torenkamer.

      Elke ochtend met het gevoel dat er iets heel ergs is gebeurd.

      En dan begint de gedachten carrousel over Zij Die Niet Genoemd Mag Worden weer te draaien. De lichtjes gaan aan, de muziek klinkt en de paardjes springen op en neer.

      Ik pakte mijn telefoon en keek hoe laat het was. Kwart over zeven. Jezus. Ik had mijn wekker om acht uur gezet om de opening van het Vondelpark te kunnen zien.

      Negen uur gingen de poorten open werd mij door de redactie verteld. Dan kreeg iedereen gelijke kans op een plekje.

      Gelijke kansen. Dat is ook wel eens leuk voor de verandering. Kleren aan dan maar weer.


      Net thuisgekomen.

      Bij de hoofdingang was ik opeen steen gaan zitten.

      De twee hekkenopeners, een man en een vrouw keken even verbaast achterom maar lieten me verder met rust.Door de spijlen van het hek zag ik de mensen. Een stuk of twintig. We wachtten.Telefoon in de aanslag om te filmen.

      Één minuut voor negen.

      De mannelijke hekopener praatte in zijn walkietalkie.

      De walkietalkie praatte terug en ze liepen naar het hek. Gejoel aan de andere kant. Daar gingen ze! Het lekennet schildpadjes uit hun ei op weg naar de zee. De kamelenrace op de kermis.

      De eerste tien waren allemaal vrouw. Hollen, dat deden ze.

      Rolkoffers achter zich aan. Rekken met Kleren. Tassen, mandjes. Een man op de fiets haalde hun in.

      Na een minuutje filmen, stond ik op van mijn steentje en liep met ze mee, de dag tegemoet. Die kant moesten we op. Allemaal een gelijke kans.

      Net thuisgekomen. Ik heb bijna het hele Vondelpark gehad.

      Het werd te druk, ik ben over drie Aziatische kinderen en hun moeder heen gesprongen en over het gras terug naar mijn torentje gerend.

      Nu zit ik weer achter mijn laptop. De redactie is ook de hort op dus ik ben hier alleen.

      Ik heb buiten weer behoorlijk absurde dingen waargenomen.

      Ik ben overal lang blijven kijken.

      Alles om maar niet aan Zij Die Niet Genoemd Mag Worden te hoeven denken.

      Ik zag hoe een klein meisje zitten dop haar hurken en met haar handen tegen haar oren tegen het geluid van de herfstblazer opgesloten werd in een plastic bal.

      De vader die dit alles vermoedelijk had georganiseerd controleerde samen met zijn eigen dochter of de sluitstreep goed was afgesloten, daarna mocht het meisje naar het water rennen.

      Daar aangekomen kon ze nog geen drie stappen doen of ze gleed alweer onderuit. Ze krabbelde omhoog, stond wankel en daar ging ze weer met haar gezichtje tegen het plastic, beentjes in de lucht.

      Zie je nou wel dacht ik: het maakt niet uit welke kant je uit rent je gaat toch altijd weer keihard op je bek.

      Ondertussen stond een vrij grote groep mensen onbewogen naar deze worsteling te kijken. Mensen met honden, ouders met kinderen, opa’s en oma’s. Er stond zelfs een flinke rij om hetzelfde te mogen meemaken.

      Daarna werd ik gelukkig weer iets vrolijker. Ik focuste mij op de honden die er ook allemaal niks van snapten.

      Ze lagen naast de kleedjes van hun gezinnen. Het hoofd op hun voorpoten, af en toe verlangend opkijkend in de richting van het tentje waar broodjes knakworst werden verkocht voor driehonderd euro per stuk.

      Ik zag er een kalmpjes naar een meisje met een viool sjokken om er eens rustig tegen aan te pissen. Vivaldi is niet voor iedereen. Hij werd nét op tijd door zijn baasje weggetrokken.

      Op mijn weg terug kwam ik tot stilstand in een menigte die stond te kijken naar een schavot waar een jongen met eieren werd bekogeld. Voor het bord stond een rij met uitsluitend mannen die allemaal met een soepele armbeweging probeerden om de eieren zo hard mogelijk tegen het kind aan te smijten.  Applaus en gejoel als er weer een raak was.

      Waarom stonden mensen hiernaar te kijken? Waarom deed niemand iets?

      ‘How much is it?’ hoorde ik een toerist aan zijn vriendin vragen die zijn ogen niet van het gebeuren af kon houden. ‘Where can we pay?’

      Ik keek naar de jongen in het schavot. De ogen van het kind waren door de rotzooi op de duikbril bijna niet meer te zien.

      Ik vraag me af of deze actie met papa en mama is overlegd.

      Waarom liet hij zich zo vernederen? Toen de eierontvanger zijn hoofd even uit het gat trok en opzij stapte om zijn duikbril af te doen en met een handdoek over zijn gezicht te vegen overwoog ik het hem te vragen. Ik liep op hem af.

      De viezigheid droop met dikke plakkerige slierten door zijn haar. De jongen pakte een flesje cola van een stoel en nam een slokje. Voor ik bij hem was trok hij de glibberige duikbril alweer over zijn hoofd. Hij stak zijn hoofd weer door het gat.

      De toerist die net had gevraagd hoeveel het koste stond klaar met een ei. 

      PATS! 

      Gejuich! 

      Het vertrouwen in de mensheid zakte mij weer eens diep in de schoenen en met afschuw keek ik naar hoeveel eieren er nog stonden.

      Gelukkig heb ik ook nog iets gezien dat mijn schoenen weer vulde met hoop.

      Vlakbij het VondelCS, in de bocht aan het begin van het Vondelpark hoorde ik muziek. Coole muziek. Het deed me denken aan het jazzritme dat wordt gespeeld in de film Birdman.

      Twee jongens zorgden ervoor dat het bestond. Twee broers vermoedde ik. Een lange dunne achter het drumstelen een kleine op elektrische gitaar. Alles gloednieuw, in contrast met hun sjofele uiterlijk. Lange haren, vieze kleren. De wolvenbroeders. Achter hen dansten twee meisjes wanhopig springend op en neer om hun aandacht te krijgen.

      Maar de wolvenbroeders keken niet om. Ze keken ook niet naar de mensen die voor hen stonden te kijken. Ze speelden. Met hun ogen dicht. Soms is dat beter.

    • De Torenkamer - Ties Teurlings - Dag 3

      woensdag 26 april 2017

      Dag drie in de Torenkamer

      PANG!


      Alle stoelen waren nog leeg. Ik zette mijn kopje neer op het tafeltje en ging zitten. De schommelstoel veerde naar achter en weer terug. Ik deed mijn ogen dicht en probeerde even aan nikste denken.

      Toen ik ze weer open deed zagik een man tegen de heg zijn fiets parkeren. Hij haalde het sleuteltje eruit enkwam mijn kant op.  Achter hem huppelde zijn zoontje, een jaar of drie, blonde krulletjes,  vrolijk achter hem aan.

      De papa nam plaats. Hij liet een stoel tussen ons in.

      ‘Kunnen wij wat bestellen?’ vroeg hij aan het meisje dat iets op stond te ruimen in het kastje met bestek.

      ‘Nee, sorry, het terras is nog gesloten.’

      ‘Hoe laat gaat het open dan?’

      ‘Tien uur.’

      ‘Oh.’

      Vader keek op zijn horloge.

      ‘Nou, dan wachten we even', zei hij schouderophalend tegen zijn zoon.

      Op de weg voor het VondelCS reden twee meisjes voorbij

      , de paardenstaarten zwiepend heen en weer.  Allebei droegen ze een speciaal joggingpak alsof ze zich verderop onder luid gejuich van een ander terras met een helmpje op uit een kanon zouden laten schieten.

      Naast me sprong het jongetje bij zijn vader op schoot en begon te onderzoeken of er geluid uit zijn neus kwam als je erop drukte.

      Ze lachten er samen om.

      ‘Jij moet mijn handen vasthouden!’ riep het zoontje terwijl hij op zijn been klom. ‘En nu omhoog!’

      Vader deed wat hem werd opgedragen en tilde zijn zoon met been en al de lucht in. Het kind genoot ervan zoals alleen kinderen dat kunnen. Zonder schaamte.

      ‘Nog een keer! Nog een keer!’

      ‘Dit is de laatste keer, hoor,  papa’s been wordt een beetje moe.’ Hij werd weer veilig op de grond gezet.

      ‘Waarom krijgen we niks te drinken?’

      ‘We moeten nog even wachten tot het terras open is.’

      ´Hoe lang dan?’

      ‘Een half uurtje.’

      Ik besloot me ermee te bemoeien.

      ‘Ik werk hierboven, ik wil wel voor jullie wel iets te drinken halen.’

      Vader keek me aan. ‘Dat zou fijn zijn.’

      ‘Wat wil je hebben? Thee?’

      Hij knikte. ‘Ja. Graag. ’

      ‘En voor hem?’

      ‘Heb je appelsap?’

      ‘Ik ga even kijken, ik ben zo terug.’

      Ik holde de trappen op naar boven. Op de een of andere hangt er hier in het trappenhuis een enorme bedorven rotte lucht alsof er ergens een lijk ligt te ontbinden. Straks maar eens vragen of er iemand van het personeel wordt vermist.

      ‘Dankjewel,’ zei vader toenik hem zijn thee gaf. ‘Krijg je wat van ons?’

      ‘Nee, hoor.’

      Ik pakte mijn eigen thee en ging weer zitten. Hij was inmiddels afgekoeld.

      ‘Kijk eens wat die aardige meneer voor ons heeft gebracht, dat is sinaasappelsap, wil je dat hebben?’

      Het jongetje keek mij even wantrouwend aan, keek weer naar zijn vader en schudde toen beslist nee. ‘Nou, misschien lust je het straks nog wel. Kom maar even bij mij zitten. Pas op de tafel want dat is hete thee.’

      Het jongetje sprong bij hem op schoot en sloeg zijn armpjes om zijn nek en verborg zijn hoofd in zijn schouder.

      ‘Wat doe je hier voor werk?’ vroeg hij aan mij.

      ‘Ik zit tot vrijdag in dat torenkamertje daar.’ Ik wees.

      ‘Elke week mag er een nieuwe kunstenaar in wonen om iets te maken en ik probeer er te schrijven over mijn liefdesverdriet.’

      ‘Ah, dat lijkt me lastig.’

      ‘Ja.’

      We waren even stil.

      ‘Is het al lang uit?’

      Ik dacht even na.

      ‘Vier weken.’

      ‘Dus dat is nog niet zo lang geleden?’

      ‘Nee. We woonden samen, hierin Amsterdam.’

      ‘Oja?’

      Ik knikte.

      ‘Mijn fiets staat er nog. Die moet ik nog een keer ophalen.’

      ‘En spreken jullie elkaar?’

      ‘Nee, dat wil Zij Die Niet Genoemd Mag Worden niet.’

      ‘Dan wordt het lastig, natuurlijk.’

      ‘Nouja, ik kan de buurvrouw vragen of ze de deur voor me open doet. Het was een soort flat met appartementen.’

      ‘En waar woon je nu?’

      ‘Terug bij mijn ouders.’

      ‘En die wonen?’

      ‘Vlakbij Breda. Ze zijn gescheiden.’

      Stilte.

      ‘Wonen jullie in Amsterdam?’ vroeg ik.

      Vader knikte.

      ‘Ik breng hem nu naar zijn moeder, die woont in West.’

      De papa aaide zijn zoon over zijn hoofd. ‘Deze lastpak heb ik gekregen nádat het uit was.’

      ‘Echt waar?’

      ‘Ja, we zijn nog één keer samen geweest en toen is het gebeurd.’

      ‘Goh. Ja, dat kan natuurlijk ook. Nou, wie weet belt mijn vriendin me volgende week wel op.’

      We lachten erom. Ik wist even niet wat ik daarna zou moeten zeggen of vragen. En of ik dat durfde.

      ‘Was dat moeilijk?’ vroeg ik.‘Hebben jullie erover getwijfeld?’

      ‘Ik wist dat zij graag eenkind wilde dus ik gunde het haar heel erg en ik wist dat ik een rol wilde spelen in zijn leven. Maar ik wist het pas zeker toen ik hem voor het eerst zag. Het is mijn kleine lastpak.’

      Opeens verscheen het terrasmeisje.

      ‘Wilt u iets bestellen?’vroeg ze aan de papa.

      ‘Ik wil wel een koffie.’ Hij keek naar mij. ‘Wil jij nog iets?’

      ‘Nee, hoor, dankjewel.’

      ‘Weet je het zeker?’

      ‘Doe mij ook maar een koffie,’ zei ik tegen het meisje.

      Ze liep weer naar binnen en stapte opzij om haar collega’s door te laten die samen een oranje ballonen toren naar buiten tilden. Ze zetten hem neer aan het eind van de mat.

      ‘Die zijn voor morgen, natuurlijk,’ zei vader. ‘Voor koningsdag.’ Een van de obers liep op het zoontje af met een enorme ballon. ‘Alsjeblieft!’

      Het zoontje ontving zijn cadeau met open armen. Hij liet hem aan ons zien. De ballon was bijna drie keer zo groot als hij. ‘Kijk eens, papa! Kijk eens!’

      ‘Ik zie het, jongen.’

       ‘Ik ga hem hélemaal omhoog gooien!’  En dat deed hij. Het jongetje rende er lachend en dolgelukkig achteraan. Het viel me ineens op hoeveel fietsers er hier fietsen en hoe dichtbij het water was. ‘Blijf maar een beetje hier,’ riep de papa naar zijn zoon. Hij speelde en speelde. Het kind schopte de ballon omhoog en ving hem weer alsof er in de hele wereld niks leukers bestond.

      Zijn vader en ik genoten van de zon.

      ‘Wil jij kinderen?’ vroeg hij.

      ‘Ja,’ zei ik. ‘Heel graag.’

      “PANG!”

      Met open mond en grote ogen van verbazing stond het jongetje naar zijn lege handen te kijken waar net nog een ballon in te zien was.

      En daarna gebeurde er iets opmerkelijks. Het jongetje begon te lachen. Vrolijk. Vrolijker dan toen hij de ballon nog had. Niet teleurgesteld. Blij. Hij vond het grappig. De ballon klapte, het spel was onherroepelijk voorbij maar het jongetje lachte erom.

      Vanaf het begin dat de ballon werd geaccepteerd was de klap onvermijdelijk. Die zat altijd al in de ballon.

      Vroeg of laat klappen alle ballonen in ons leven. Maar dat betekent niet dat we moeten stoppen met spelen.

      De klap hoort erbij.

       

      Beluisteren
    • De Torenkamer - Ties Teurlings - Dag 2

      Een Mooie Nieuwe Dag

      Toen ik mezelf daarnet aankeek in de spiegel omdat ik me stond te scheren in de kelder van hetVondelCS voelde ik me net als Tom Hanks in The Terminal die een jaar langmoet wonen in de vertrekhal van een vliegveld omdat zijn land niet meer bestaat.

      Vannacht sliep ik pas rond een uur of vijf. 

      Met mijn matras achter me aanslepend heb ik bijna elke hoek van de redactie gehad. Achter de stoelen zoemden de computers te hard, bij het raam voelde ik me niet veilig. 

      Weer terug naar het Torenkamertje, daar was het te koud. Het kacheltje aangezet en weer uit want anders kan ik niet horen welke monsters de deur van het kamertje met een wilde zwaai open zouden kunnen trekken. Misschien was het niet zo verstandig om nog een stuk uit Het van Stephen King te lezen.

      Ik heb met mijn hoofd naar de deur geslapen,met mijn hoofd naar het raam, ik heb er zelfs nog over gedacht om de tafel voorde deur te schuiven.

      En dan was er nog de wc, de wc aan de andere kant van de glazen deur. De glazen deur die open moet met het pasje. Raak je het pasje onderweg kwijt dan ben je verloren want dan gaat de deur niet meer open. Naar beneden kun je dan ook niet want dan gaat het alarm af was me verteld. Nu houd ik best van een beetje aandacht maar een loeiende sirene door het Vondelpark is toch weer iets te veel van het goede.

      Gelukkig heb ik het pasje steeds stevig vastgehouden en kon ik elke keer terugkeren naar mijn matras.

      Ik weet niet hoe het met jou zit, maar 's nachts niet kunnen slapen vind ik een van de ondraaglijkste dingen in dit leven. Ik geloof dat het Reve was die zei dat mensen die 's nachts wakker liggen het dichtst bij de dood komen.

      Toen de vogeltjes in het park om vijf uur begonnen te fluiten vond ik tussen de munten en papiertjes in de binnen zak van mijn jas gelukkig nog een oordopje.

      En godzijdank komt elke ochtend de zon toch weer op alsof het nooit donker is geweest, alsof de nacht niet heeft bestaan zoals Paul de Leeuw zo mooi kan zingen.

      Een mooie nieuwe dag. Ik ga het zo even luisteren en dan een stukje wandelen in het zonovergoten Vondelpark.

    • De Torenkamer - Ties Teurlings - Dag 1

      maandag 24 april 2017

      Maandag, eerste dag in de Torenkamer

      Even wennen hoor. Fieke van Opium heeft net de torenkamerdeur dicht gedaan. Het is hier koud. Voor me staat mijn opengeklapte laptop. Ik voel me net het meisje dat in een nacht goud moest spinnen van stro. Ik ben benieuwd in wanneer het mannetje verschijnt. ‘Ik geef je een verhaal in ruil voor je eerste kind!’

      ‘Oké, mannetje, oké!’

      Ik moet iets maken, iets, dat ergens over gaat, binnen vijf dagen, anders laten ze me niet gaan. Wat een vreemde situatie. Straks ben ik hier helemaal alleen. Goed voor een psychose.

      Ik heb het kacheltje even aangezet maar daar kwam zo’n giftige lucht uit dat ik niet denk dat het verstandig is voor mijn carrière om die nog een keer aan te doen.

      Het leek net of er driehonderd vuilniszakken tegelijk werden verbrand.

      Er wordt geklopt.

      ‘Binnen!’

      Het zijn de jongen en het meisje die ik net nog achter hun computers heb zien zitten. Ik heb ze een hand gegeven maar hoe heten ze ook al weer?

      ‘Mogen wij een filmpje van je maken?’ vraagt de jongen.

      ‘Eh, ja, hoor.’

      ‘Het is voor op de website als een soort introductie van jou.’

      ‘Hoe heet jij ook alweer?’

      ‘Joost.’

      ‘En jij Ties, toch?’

      ‘Ja.’

      ‘En jij?’

      ‘Marlies,’ zegt het meisje.

      ‘Oké, wat moet ik doen?’

       ‘Ehm, wil je op het stapelbed gaan zitten en jezelf introduceren zo van: ik ben Ties Teurlings en ik ben schrijver en ik ga hier schrijven zoiets.’

      Ik klim het trapje op. Als ik hier midden in de nacht af val en ik breek mijn nek vinden ze me pas morgenochtend.

      ‘Zit je goed?’

      ‘Ja!’

      Joost richt zijn camera op mij.

      ‘Ziet het er niet heel raar uit?’

      Joost knijpt een oog dicht terwijl hij door de camera kijkt.

      ‘Dat valt wel mee. Actie!’

      Het rode lampje gaat aan.

      ‘Ik ben Ties Teurlings, ik ben schrijver en ik ga hier schrijven.’

      Het rode lampje ging weer uit.

      ‘Mooi, zou je dat nog een keer willen doen maar dan hier?’

      We wisselden van plaats. Joost klom het trapje op en filmde mij van boven terwijl ik beneden mijn tekst deed.

      Ik ben benieuwd.

      Beluisteren
    • Ties Teurlings - Stéénkoud

      woensdag 5 april 2017

      De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in Vondel CS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk. Vanavond hoort u:

      Ties Teurlings - Stéénkoud

      Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. In zijn tweede jaar maakte hij voor zijn minor fotografie een fotoserie over zijn opa en zijn oma. In 2014 deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en in 2015 liep hij de pelgrimsroute van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella. Hij groeide op in het Brabantse Oosterhout. Begin 2017 verscheen zijn bundel Krentenkoppen, humoristische en ontroerende verhalen over zijn bezoeken aan zijn opa en oma.
      Foto: Lona Aalders

      Beluisteren
    • Ties Teurlings uit Krentenkoppen

      dinsdag 7 februari 2017

      De nacht valt over Opium op 4 en het Vondelpark. Er brandt nog één lampje in Vondel CS. Daar zit een schrijver voor te lezen uit eigen werk. Vanavond hoort u:

      Ties Teurlings uit Krentenkoppen

      Ties Teurlings (1993) studeerde aan de kunstacademie in Breda. In zijn tweede jaar maakte hij voor zijn minor fotografie een fotoserie over zijn opa en zijn oma. In 2014 deed hij mee aan het Leids Cabaret Festival en in 2015 liep hij de pelgrimsroute van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Santiago de Compostella. Hij groeide op in het Brabantse Oosterhout. Begin 2017 verscheen zijn bundel Krentenkoppen, humoristische en ontroerende verhalen over zijn bezoeken aan zijn opa en oma.
      Foto: Lona Aalders

      Beluisteren