Facebook
Twitter
Google +
Luister live
Geen info beschikbaar
Afspeellijst
Afspeellijst
Uw afspeellijst is leeg
    huidig werk:
    Opium (AVROTROS)

    Gepresenteerd door:

    Jan Mom, Andrea van Pol

    MA | DI | WO | DO | VR

    22:30 - 00:00

    In De Torenkamer van VondelCS wordt wekelijks een jonge kunstenaar 'opgesloten' om, niet afgeleid door dagelijkse prikkels, te werken aan een magnum opus. Er is dagelijks contact met de kunstenaar in de uitzending en op vrijdag haalt Andrea van Pol de kunstenaar op uit De Torenkamer en wordt het voltooide werk gepresenteerd.

    Via ons Instagram account houden de kunstenaars je op de hoogte van hun voortgang:

    Torenkamer

    Wouter Klein Velderman

    Beeldend kunstenaar Wouter Klein Velderman wil deze week een klassiek sculptuur maken: van resten PVC doek en buizen van tyleen.

    Beluisteren

    Even voorstellen
    Wouter Klein Velderman is beeldend kunstenaar. Hij behaalde in 2009 zijn MFA aan het Sandberg Instituut na een studie aan de Gerrit Rietveld Academie, waar hij op dit moment docent sculptuur is. Klein Velderman is zowel ruimtelijk denker als ruimtelijk naaier. Zijn sculpturen zijn reproducties of omhulsels van alledaagse objecten en gebruiksvoorwerpen, die hij een plekje geeft in de publieke ruimte. Hij reproduceert ze vanuit een ander materiaal, creëert zijn eigen versie van de dingen die vervolgens transformeren tot vreemde familieleden van onze dagelijkse omgeving. 

    Klein Velderman begeleidt zijn sculpturen door dans, performance, dialoog, een lezing of geschreven tekst. Hiermee krijgt hij als beeldend kunstenaar zelf ook een aanwezigheid binnen het werk. Dit ziet hij als een logisch vervolg op het zeer intensieve, voor de ogen van het publiek verborgen maakproces, dat in het atelier aan elke sculptuur vooraf gaat.

    Torenkamer
    Via de woonkamer van de publieke omroep neem ik elke dag de trap omhoog naar de Torenkamer van Opium, en daarmee neem ik zowel fysiek als mentaal plaats binnen de publieke radioruimte van Nederland.
    Hierdoor laat ik voor het eerst de grens tussen het atelier en de publieke ruimte volledig vervagen. In de negen vierkante meter grote Torenkamer laat ik drie en een halve kubieke meter materiaal en twee luxe fauteuils aanvoeren. Gewoonlijk volgt er daarna een lang en intens maakproces, in volledige afsluiting van de mensen, de dieren en de wereld om hem heen maar deze week laat ik me graag storen...
    Met de resten PVC doek en de buizen van tyleen wil ik de komende dagen een klassiek sculptuur maken geïnspireerd op de omgeving.

     

    Volg Wouter via zijn Torenkamerblog en luister maandag-, woensdag- en vrijdagavond naar de live updates in Opium.

    • Wouter Klein Velderman - Dag 5


      Once upon a midnight dreary, while I pondered, weak and weary,

      Over many a quaint and curious volume of forgotten lore—

          While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping,

       

      Vogels, vogels, vogels. Ik had er even genoeg van en besloot gisteravond, vlak voor middernacht mijn motor aan te trappen en naar huis te sturen.

      Even geen zee van PVC, geen reporters op safari, geen radicale denkers en ridicule doeners. Vier dagen en vier nachten leven in de publieke radioruimte van Nederland had mij erg mat en moe gemaakt.

       

      In de Torenkamer was het de hele week nogal fris. Thuis had ik een kachel waar ik naar hartelust houten pallets in kon verbranden. Het was al laat, maar ik besloot toch om het vuur nog even hoog op te stoken. Lampenolie, karton en hout. In gedachten zag ik de vlammen al dansend tegen de wanden van mijn Spaanse houtkacheltje. De temperatuur kan nu ieder moment gaan stijgen.

       

      As of some one gently rapping, rapping at my chamber door.

      “’Tis some visitor,” I muttered, “tapping at my chamber door—

                  Only this and nothing more.”

       

      Ik werd wakker van een tik. Of was het een schuif? Iets tikte en schoof. En wat was het nog steeds akelig koud in huis. Ik probeerde zo stil mogelijk op te staan. Halverwege de kamer stopte ik om de herkomst van het geluid te vinden. Maar het bleef stil.

       

      Ah, distinctly I remember it was in the bleak December;

      And each separate dying ember wrought its ghost upon the floor.

       

      Ik opende mijn kachel, een bovenlader. Een dikke grijze rookwolk vloog op. Binnen in de kachel was het koud en nat. Daar snapte ik niets van, want op de schoorsteen, boven op het dak van mijn huis, had ik ooit zelf een kapje geplaatst dat de regen ervan moest weerhouden door te dringen tot mijn droge, warme nestje.

       

          Eagerly I wished the morrow;—vainly I had sought to borrow

          From my books surcease of sorrow—sorrow for the lost Lenore—

      For the rare and radiant maiden whom the angels name Lenore—

                  Nameless here for evermore.

       

      Lampenolie, karton en hout. Ik heb me nooit verdiept in het maken van vuur binnenshuis. Dat was tot nu toe nooit nodig geweest.

       

      Back into the chamber turning, all my soul within me burning,

      Soon again I heard a tapping somewhat louder than before.

       

      Deze keer leek het vuur aan te slaan. Het flesje lampenolie was nu helemaal leeg. Bij het neerlaten van het stalen deksel zag ik nog net hoe de vlammen in vol enthousiasme over elkaar heen stormden, richting het gitzwarte trekgat. Ik knikte zelfgenoegzaam, ik had brand gemaakt.

       

          “Surely,” said I, “surely that is something at my window lattice;

            Let me see, then, what thereat is, and this mystery explore—

      Let my heart be still a moment and this mystery explore;—

                  ’Tis the wind and nothing more!”

       

      Maar het schuiven werd krassen, een intens en ongelijk geluid. Het kwam vanuit de schoorsteenpijp. Een plof klonk, gevolgd door een roetwolk die zich door de kleine openingetjes van asla en luchtkanaal naar buiten perste.

       

      Open here I flung the shutter, when, with many a flirt and flutter,

      In there stepped a stately Raven of the saintly days of yore;

       

      Ik lichtte de klep en zag dat het vuur wederom gedoofd was. Ik besloot het interieur nog aan een laatste inspectie te onderwerpen. Nu voornamelijk uit veiligheidsoverweging. Er was iets mis met het rookkanaal, dat was zeker, en ik wilde niet dat de vlammen mij vannacht uit mijn slaap zouden likken.

       

      Het zicht naar binnen werd geblokkeerd. Iets met witte vlekjes. Vlekjes op iets zachts. Langzaam liet ik mijn hand afzakken de duisternis in. Ik voelde een vleugel. Een vleugel en een levenloos warm pluizig lichaampje.

       

       Met in mijn ene hand wat vlekjes en veertjes begon ik met mijn andere hand te bladeren in de grote Nederlandsche Vogelen van Nozeman & Sepp. Mijn hart stokte op pagina 84: Sturnus et Cinclus, Spreeuw en Waterspreeuw.

       

      Je kan de Torenkamer wel willen verlaten, maar de Torenkamer verlaat jou nooit.

       

      (Uit The Raven van Edgar Allan Poe)

    • Wouter Klein Velderman - Dag 4

      Met één ferme sprong plonste ik vanochtend de torenkamer binnen. Hup, zo met mijn beide natte motorlaarzen in de bont gekleurde kolkende massa PVC doek. Twee rooie stoeltjes dreven mij tegemoed. Ik draaide er één een kwartslag, zodat ze elkaar recht in de ogen keken. Mijn eerste gast van vandaag kon zich ieder moment melden.

       

      We spraken over grote belangrijke Nederlandse firma’s met immens monumentale begrotingen. Over de mogelijkheid om de kunstenaar, zeg maar net als vroeger weer een plekje te geven binnen dit financiële landschap. Hoe er voortaan weer gelden zouden kunnen vloeien. Hoe beekjes en rivieren, vanuit de hoge bergen waar de firma’s staan, zo naar de groene weiden van de kunstenaar zouden kunnen stromen. Niet door de verkoop van kunstwerken, want die stroompjes staan droog, maar op een hele mooie nieuwe manier. Mijn eerste gast kan mooi denken. Fijn om zo de dag te beginnen.

       

      Voor mijn tweede gast blijft kunst altijd een raadsel, en daar schrijft hij mooie lange stukken over. Hij had al vaker gehoord van de torenkamer, maar was er nog nooit binnen geweest.

      Plons, plons. Vijf PVC-vogeltjes krulden wat onhandig van de muur en keken ons met één oog wat angstig aan. Hier en daar dreef nog een geknipt veertje, een snaveltje of een pootje. Ik keek om me heen en vroeg me af of wat hier gebeurde wel raadselachtig genoeg was.

       

      We raakten aan de praat. Eerst over de toren zelf. De toren die eigenlijk deel van het werk was geworden. ‘Waarom dan?’ vroeg mijn gast terecht. ‘Ik heb haar gevuld met mijn materiaal, het is nu een installatie.’ Antwoordde ik. ‘We zitten op een golf van restmateriaal, terwijl we betekenis maken met de zorgvuldig gekozen woorden die we gebruiken in ons gesprek.’ ‘Ah, ja.’ Zei hij. ‘En aan de wanden hangen rotsen. Grote ruimtelijke kleurvlakken, van PVC, dat zijn sculpturen. En in de ruimte zitten wij dus, en we praten over de vogels. De platte vogels die niet alleen door mij gemaakt zijn, maar ook door mijn gasten. Wil je misschien een vogel knippen?’ ‘Nee.’ Zei hij. ‘Mijn collega’s van de Avrotros zijn ook deel van het werk.’ Vervolgde ik. ‘Ze komen af en toe kijken. Soms ook als ik slaap.’ Hij keek ernstig en vroeg ‘Neem je dit dan op?’ ‘Nee.’ Antwoordde ik. ‘Ook niet alleen het geluid?’ ‘Nee. Antwoordde ik nogmaals. ‘En je schrijft er elke dag over in een blog die op Radio 4 bij Opium wordt geplaatst? Is dat ook kunst?’ ‘Het maakt deel uit van het werk.’ Zei ik. ‘Mooi.’ Slaakte hij krachtig. ‘En dit gesprek?’ ‘Dat ook.’ ‘Dank je wel, over ongeveer twee weken schrijf ik op mijn website waarom jouw kunst voor altijd een raadsel zal blijven.’ Ik voelde me vereerd.

       

      ‘s Avonds stonden drie mime-studenten van de academie voor Theater en Dans beneden in de regen op mij te wachten. Bij het verwelkomen liep ik naar buiten en voelde grote natte druppels op mijn kale hoofd vallen. Ik toonde ze de weg naar boven. De studenten gingen mij voor, de Torenkamer binnen: plons, plons, plons, hoorde ik in de verte vanuit het keukentje bij de koffiemachine.

       

      Toen ik even later met mijn volle dienblad de ruimte binnen kwam, wist ik niet wat ik zag. Alle vogels konden vliegen. In mooie sierlijke curves, krachtig aangezet door sterke mime bewegingen zwiepten ze door de ruimte. 

    • De Torenkamer: Wouter Klein Velderman - Dag 3

      woensdag 8 november 2017

      Ik overweeg al enige tijd om in mijn atelier een poes te nemen. Het lijkt me een fijn idee dat wanneer ik ’s avonds na een dag hard werken de deur achter me dicht trek, het leven daar gewoon doorgaat. Dat tussen de koude Sculpturen, de gedoofde kachel en de vieze afwas een lekkere warme pluizebol voortschrijdt, haar geur verspreidend door met gekrulde staart de slijpschijf te begroeten en in vol enthousiasme de PVC föhn, de bonkige naaimachine en de grote Nederlandsche Vogelen van Nozemann & Sepp gedag te koppen. 


      Afgelopen nacht heb ik daarom mijn torenkamer verlaten en ben naar het naastgelegen kantoor van mijn collega’s van de Avrotros geslopen. Tussen middernacht en heel vroeg in de ochtend gaat het alarm in het hele gebouw erop, met uitzondering van de bovenste etage. Dit gaf mij ruim de tijd om hier mijn geur te verspreiden. Ik heb vroeger vaak de poes die wij in huis hadden met zijn voorpootjes zien trappelen, alsof ze deeg aan het kneden was. Ik besloot bij de Avrotros op zoek te gaan naar een zachte ondergrond, waarop ik met mijn pootjes goed kon melktreden, want zo heet dat. 


      Iedere medewerker heeft in dit kantoor een identiek bureau met bijpassende verchroomde Eames stoel en heerlijk zachte witte bekleding. Deze stoelen bieden genoeg ruimte voor twee billen, en dus ook voor twee handen of vuistjes, maar is net te klein om ook nog eens twee voeten bij te plaatsen. Want mensen treden melk met zowel handen als voeten, had ik inmiddels bedacht. Geen punt, ik had die nacht 18 exemplaren tot mijn beschikking. Ik rolde ze allemaal de torenkamer binnen en zag dat er waarschijnlijk gestapeld moest gaan worden.


      Goed, lang verhaal kort, het werkte niet. De zachtste ondergrond binnen een werkvloer is toch altijd die van de kunstenaar. Door de drie kubieke meter stofresten kreeg ik het meubilair niet gestapeld. Ook niet wanneer ik ter ondersteuning de prullenbakken en de magnetron gebruikte. 


      Buiten werd het al licht. Ik hoorde de schoonmakers beneden. Ik besloot toch maar iets met vogels te doen. Ik knipte er vijf. Vijf platte, voor aan de muur. En viel vervolgens voldaan in mijn mandje in slaap.

      Beluisteren
    • Wouter Klein Velderman - Dag 2

      Toen vanochtend om half zeven de wekker ging stapte ik in mijn badjas, en op mijn sloffen, zo vanuit mijn bed het kantoor van de Avrotros binnen. Ik stapte de gang op, langs de montagekamers van AT5 en glipte de lift in. In de kelder groette ik de schoonmakers en vroeg de weg naar de douche. 


      Ik was extra vroeg opgestaan, ten eerste omdat ik voor mijn gevoel nog niet alle Avrotros medewerkers goed genoeg ken om ze in badjas te begroeten bij de koffiemachine. En ten tweede om de vogeltjes in het park te zien ontwaken bij het aanbreken van de dag.


      Het Vondelpark is prachtig in de ochtend. Een onophoudelijke stille sliert fietsers trekt voorbij, terwijl de vogelen van Nozeman & Sepp nog in een half slaap dobberen op het spiegelend wateroppervlak. Een fuut, een duif, de pimpel en de kool, vermoed ik. Ik probeer me voor te stellen dat ik er vandaag in mijn torentje eentje in schaal 10/1 reproduceer van PVC en van tyleen buis en haar dan op een sokkel plaats. Dat voelt nog ver weg.


      Eerst bezoek ontvangen. Vier radicale denkers krijg ik vandaag over de vloer. Wel te verstaan Bonno van Doorn, Yasser Ballemans, Caroline Ruijgrok en Sjim Hendrix. Ze klauteren omstebeurten naar de bovenste etage van de toren. De gesprekken gaan over allesbehalve beeldende kunst of vogels. We voelen ons wel net zelf een vogeltje in een kooitje, maar daar kunnen we samen fijn om gniffelen. Of zit hier misschien een werk in? Het voelt nog erg ver weg.


      Rond vijven besluit ik vroeg te gaan tafelen zodat ik het maakproces daarna met open armen kan verwelkomen en tot diep in de nacht roofbouw kan plegen. Ik wil aan het werk. Aangestoken door de radicale denkers van vanmiddag forceer ik in de Avrotros-toren een radicale beslissing: Ik zwaai mijn gedachten over de vogels en de sokkels gedag en besluit dat de Torenkamer zelf van grote schoonheid is. Zowel de fysieke ruimte, als het sociale experiment dat er al jaren plaatsvindt. Mijn hoofd is leeg, de toren vol met PVC. 


      Ik stap naar binnen en begin de puinzakken leeg te gooien. Eerst beheerst en welgeplaatst, daarna al snel met een trefzekerheid waarvan ik niet meer had verwacht dat ik het vandaag in me zou hebben. Nu moeten de muren er ook aan geloven. De Bouwmaat-puinzakken plak ik met plakband aan elkaar en bevestig ze aan de kozijnen, deels voor de ramen. Ik rangschik de kleuren per zak zodat er aan de wand orde, en op de vloer chaos heerst. Verder verwijder ik alle Eames en Ahrend meubilair uit de ruimte en plaats nog wat objecten onder de PVC resten, zodat er een uitgestrekt berglandschap van het schilderachtige materiaal ontstaat.


      Het resultaat leg ik vast met de Pano-functie van mijn telefoon. Voldaan besluit ik dat het welletjes is geweest voor vandaag. Wel lijkt het me verstandig om alvast voor morgen wat stevige touwen en mijn spiegelreflex uit mijn atelier te halen. Ik spring op mijn motor en betrap mezelf op de gedachte dat ik vanavond mijn blog zou kunnen afsluiten met een vergelijking tussen de vogels in het park en mijzelf op de motor. Maar dat voelt wel erg ver weg.

    • De Torenkamer: Wouter Klein Velderman - Dag 1

      maandag 6 november 2017

      De torenkamer heeft een vloeroppervlak van 9 vierkante meter. Ik schat dat mijn busje op z’n minst 2 vierkante meter kleiner is. Daarom dacht ik bij het inladen voor het transport naar de torenkamer geen rekening te houden met de vraag of de spullen die ik in mijn busje laadde straks wel in de toren zouden passen. Bovendien, stel ik me voor, kan er in een toren  altijd nog verticaal uitgestald worden.


      In de middag arriveerde ik met mijn 20 puinzakken van de Bouwmaat, vol bont gekleurd PVC doek, 200 meter buizen van tyleen in verschillende dikten, gereedschap, schroeven, het grote Nederlandsche Vogelenboek van Nozeman & Sepp en twee gemakkelijke stoelen. 


      Mijn nieuwe collega’s van de Avrotros hielpen me met de verhuizing naar de bovenste etage van het Vondel CS gebouw. Na een kleine berekening besloten we dat de torenvloer niet zou zwichten onder het gewicht van het -halve kilo per vierkante meter wegende- doek.


      Fijn, ik kan beginnen. Maar niet voordat ik op de radio heb uitgelegd wat ik eigenlijk kom doen. Om 23:10u komt de presentator naar boven. 4 minuten duurt het stukje. Met aftrek van de vragen schat ik dat er zo’n 3,2 minuten voor mij over zullen blijven. Mooi, dan kan ik vertellen over… En het was alweer voorbij.


      Morgen word ik wakker in het Vondelpark. Vroeg op, om vogels te kijken. Vogels en sokkels.

      Beluisteren