Nu live op Radio 4
Muziekwijzer -

Muziekwijzer

Edwin Rutten gaat met musici en luisteraars op ontdekkingstocht door de klassieke muziek. Een musicus legt bijzondere verbanden tussen bekende en onbekende muziek. Luisteraars vertellen over het muziekstuk dat hun liefde voor klassiek deed ontvlammen.
Kijk voor alle informatie op de Muziekwijzer website

Gids/Speellijsten Luister live

Uitzendingen

Blader in onze kalender en bekijk speellijsten, luister terug en vind er meer info en videofragmenten.

< >
mei 2012
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
30 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
L'oracolo in Messenia Geplaatst op

Zaterdag 24 december: laatste en verloren opera van Antonio Vivaldi, in een reconstructie van Fabio Biondi

 

L’oracolo in Messenia

Dramma per musica in tre atti

wereldpremière deze reconstructie: 8 december 2011, Karol Szymanowski Concertzaal, Krakau

 

Componist: Antonio Vivaldi

Libretto: Apostolo Zeno

 

Opname gemaakt op 8 december 2001 in de Karol Szymanowski Concertzaal in Krakau

 

Europa Galante

Dirigent: Fabio Biondi

 

Polifonte: Magnus Staveland (tenor)

Merope: Ann Hallenberg (sopraan)

Epitide/Cleone: Laura Polverelli (mezzosopraan)

Elmira: Romina Basso (mezzosopraan)

Trasimede: Julia Lezhneva (mezzosopraan)

Licisco: Franzisca Gottwald (sopraan)

Anassandro: Xavier Sabata (countertenor)

 

In Messenia (in het Zuidwesten van de Peleponnesos) nam Polifonte de macht over door   Cresfont en zijn zonen te vermoorden. Alleen de jongste zoon, Epitide, bleef in leven. Hij werd in het geheim ondergebracht in Etolia.

Tien jaar na de moorden wil Polifonte de weduwe van Cresfont – Merope – trouwen, om zo de rechtmatige heerser over het gebied te worden. Maar Epitide keert terug in Messenia. Om niet herkend te worden, doet hij zich voor als Cleone.

 

Eerste akte

Messenia wordt geteisterd door een monsterachtig zwijn. Het dier maakt slachtoffers onder de bevolking. Trasimede vertelt dat Messenia binnenkort van dit beest verlost zal zijn. Bovendien zal ook een ander monster spoedig de dood vinden. De held die Messenia  bevrijdt, zal in het huwelijk treden met een slavin van koninklijke afkomst, zo luid het orakel.

Besloten wordt dat degene die het zwijn doodt, met de gevangen prinses Elmira zal trouwen. Cleone (Epitide) biedt zich aan als vrijwilliger. Hij kent Elmira uit zijn tijd in Etolia en houdt van haar.

Licisco is uit Etolia naar Messenia gekomen en vertelt dat hij onderweg gezien heeft hoe Epitide door rovers is vermoord. Merope besluit, nu haar enig overgebleven zoon ook dood is, een huwelijk met Polifonte niet meer af te houden. Ze zint op een manier om hem nu zelf te doden.

 

Tweede akte

Cleone heeft het zwijn gedood en ontmoet koningin Merope. Merope herkent haar zoon niet. Als hij haar de koninklijke juwelen laat zien, die hij altijd bij zich draagt, vermoedt ze dat hij de moordenaar is van Epitide.

Polifonte draagt de slaaf Anassandro op om publiekelijk te verklaren dat hij destijds Cresfont en diens zonen doodde in opdracht van Merope. Polifonte wil Merope gevangen zetten, maar Cleone, Trasimede en Licisco vertrouwen het niet en houden hem tegen. In het nauw gebracht laat Polifonte nu zijn slaaf Anassandro opsluiten.

 

Derde akte

Polifonte vertelt Elmira dat Cleone in werkelijkheid Epitide is. Ze mag dit echter vooral niet aan Merope vertellen, omdat zij haar jongste zoon dan ongetwijfeld ook zal doden.

Men staat op het punt Anassandro te executeren, als de slaaf vertelt dat hij de moord op Cresfont en zijn zonen in opdracht van Polifonte pleegde. Licisco stopt de terechtstelling.

In een laatste poging om zijn toekomst veilig te stellen, arrangeert Polifonte een nieuwe ontmoeting tussen Merope en Cleone. Merope weigert te geloven dat Cleone haar zoon Epitide is. Epitide vraagt Elmira om zijn identiteit te bevestigen. Elmira weigert dit, bang als ze is dat Merope haar zoon zal vermoorden. Pas als ze ziet dat Merope de opdracht geeft om Cleone te vermoorden, vertelt ze de koningin snel de waarheid.

Te laat, lijkt het. Polifonte en Trasimede beschuldigen haar van een nieuwe moord. De wanhopige Merope, die nu denkt dat ze haar eigen zoon heeft laten ombrengen, wordt ter dood veroordeeld. Polifonte beveelt dat ze aan het lijk van haar zoon Epitide gebonden wordt. Maar Epitide blijkt ongedeerd. Licosco heeft hem gered. Het bedrog van Polifonte is uitgekomen en hij wordt ter dood veroordeeld. Anassandro wordt uit de stad verbannen.

Merope en Epitide, moeder en zoon, zijn herenigd. Epitide trouwt met Elmira en wordt koning van Messenia.

 

Fabio Biondi componeerde zelf het overgrote deel van de recitatieven. Hij maakt gebruik van negen aria’s uit Merope van Geminiano Giacomelli, een aria uit de Merope van Riccardo Broschi en een aria uit Siroe, re di Persia van Johann Adolf Hasse. Van Vivaldi zelf gebruikt Biondi zes aria’s uit de volgende opera’s: Atenaide, Catone in Utica, Dorilla in Tempe, Farnace, Griselda en Semiramide.

 

[Sinfonia]

EERSTE AKTE

Scena 1

Recitativo: Questa è Messene. Il patrio Cielo (Epitide)

Scena 2

Coro: Su su Messeni sospiri (Giacomelli Merope)

Recitativo: Quai genti son codeste? (Epitide)

Recitativo: Sperarci giova (Trasimede)

Recitativo: Signor che al ricco amanto (Epitide, Trasimede)

Strumentale (Giacomelli Merope)

Scena 3

Recitativo: Stanco popoli è il Cielo (Polifonte, Trasimede, Epitide)

Aria: Dono d’amica sorte (Giacomelli Merope) (Epitide)

Scena 4

Recitativo: Ver noi se non m’inganno (Polifonte, Trasimede)

Scena 5

Recitativo: Re Polifonte al cui valor (Licisco, Polifonte)

Aria: Non ascolto che furrore (Vivaldi Atenaide) (Polifonte)

Scena 6

Recitativo: Non si lasci sedur candida fede (Licisco)

Aria: Sin che il tiranno (Giacomelli Merope) (Licisco)

Scena 7

Recitativo: Ecco pur giunto il giorno (Merope)

Scena 8

Recitativo: Regina era mia pena (Trasimede, Merope)

Scena 10

Recitativo: Dato dal ciel riceverai il sposo? (Polifonte, Elmira)

Aria: Se mi vedi nel mio pianto (Vivaldi Griselda) (Elmira)

Scena 11

Recitativo: Del cor d’Elmira resti la cura ai Numi (Polifonte, Merope)

Accompagnato: Ma senti qual verrò (Giacomelli Merope)

Aria: Barbaro traditor (Giacomelli Merope) (Merope)

Scena 12

Recitativo: Lasciatemi o custodi (Polifonte, Anassandro)

Scena 13

Recitativo: Guardie a me, lo straniero! (Polifonte, Epitide)

Scena 14

Recitativo: Unitevi ad amore (Epitide)

Aria: Sarebbe un bel diletto (Vivaldi Catone in Utica) (Epitide)

 

TWEEDE AKTE

Scena 1

Arioso: Piagge amiche a voi ritorno (Giacomelli Merope) (Epitide)

Recitativo: Lascia che al seno (Polifonte, Epitide, Merope, Licisco)

Aria: No, non meriti pietà (Vivaldi Griselda (Merope)

Scena 2

Recitativo: Di Merope da l’ira la tua vittoria (Polifonte, Epitide, Licisco)

Aria: Se al cader del mostro orrendo (Polifonte)

Scena 3

Recitativo: A me nozze, a me sposa? (Epitide, Licisco)

Aria: So che’è vezzosa (Giacomelli Merope) (Licisco)

Scena 4

Recitativo: Dunque Anassandro è in tuo potere? (Merope, Trasimede )

Scena 5

Recitativo: Voi mi tradite (Anassandro, Merope, Trasimede)

Scena 6

Recitativo: Ripensando al dover (Trasimede)

Aria: Son qual nave che agitata (Broschi Merope) (Trasimede)

Scena 7

Recitativo: Lieto, lieto mio core! (Elmira, Epitide)

Aria: Cara speranza (Vivaldi Dorilla in Tempe) (Elmira)

Scena 8

Recitativo: Seguimi pur Licisco, venga Cleon (Merope, Trasimede, Epitide, Polifonte, Licisco)

Scena 9

Recitativo: Ove sono le scuri? (Anassandro, Trasimede, Polifonte, Merope)

Aria: Un labro, un non v’è (Giacomelli Merope) (Merope)

Scena 11

Recitativo: Messeni, una moglie real (Epitide, Anassandro, Licisco, Trasimede, Polifonte)

Aria: Chi condanna il reggio sangue (Giacomelli Merope) (Epitide)

Scena 12

Recitativo: O Amore, o ardir! (Licisco, Trasimede, Polifonte)

Scena 13

Recitativo: Soli ora siamo (Polifonte, Anassandro)

Aria: Nel mar così funesta (Vivaldi Farnace) (Polifonte)

Scena 14

Recitativo: Morrò, ma di mie colpe (Anassandro)

Aria: Sento già che invendicata (Vivaldi Catone in Utica) (Anassandro )

 

DERDE AKTE

Scena 1

Recitativo: Non è più tempo Elmira (Polifonte, Elmira )

Aria: Spera quest’alma amante (Giacomelli Merope) (Elmira)

Scena 2

Recitativo: Ecco Anassandro (Polifonte, Anassandro)

Aria: Già l’idea del giusto scempio (Vivaldi Semiramide) (Polifonte)

Scena 3

Recitativo: Qui muor lempio (Licisco, Anassandro)

Scena 4

Recitativo: Che intesi mai? (Licisco)

Aria: Nell’orror di notte oscura (Hasse Siroe, rè di Persia) (Licisco)

Scena 5

Recitativo: Al Merope il tiranno (Merope, Trasimede)

Scena 6

Recitativo: Figlie di giusto sdegno ire di Madre (Merope, Epitide)

Scena 7

Recitativo: Più non si nieghi’l figlio ad una Madre (Epitide, Elmira, Merope)

Aria: Sposa, non mi conosci? (Giacomelli Merope) (Epitide)

Scena 8

Recitativo: Quasi m’inteneri (Merope, Elmira)

Scena 9

Recitativo: Fermati! Arresta il pie’ madre spietata (Polifonte, Merope, Elmira)

Scena 10

Accompagnato: Sei dolor, sei furror (Giacomelli Merope) (Merope)

Aria: La’ sul torbido Acheronte (Giacomelli Merope) (Merope)

Scena 11

Recitativo: Strascinata ella venga (Polifonte, Licisco, Trasimede)

Scena 12

Recitativo: Merope non aspetta d’esser trattata a morir (Merope, Polifonte, Licisco, Trasimede)

Scena Ultima

Recitativo: Si Epitide son i (Epitide, Merope, Polifonte, Anassandro, Trasimede, Elmira, Licisco)

Coro finale: Dopo l’orribile fiero timor (Giacomelli Merope)