Nu live op Radio 4
Muziekwijzer -

Muziekwijzer

Edwin Rutten gaat met musici en luisteraars op ontdekkingstocht door de klassieke muziek. Een musicus legt bijzondere verbanden tussen bekende en onbekende muziek. Luisteraars vertellen over het muziekstuk dat hun liefde voor klassiek deed ontvlammen.
Kijk voor alle informatie op de Muziekwijzer website

Gids/Speellijsten Luister live

Uitzendingen

Blader in onze kalender en bekijk speellijsten, luister terug en vind er meer info en videofragmenten.

< >
mei 2012
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
30 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
Pelleas et Melisande Geplaatst op

Zaterdag 11 februari: concertante uitvoering in Theatre des Champs-Elysees in Parijs

 

Pelléas et Mélisande

Drame-lyrique in vijf akten

wereldpremière 30 april 1902, l’Opéra-Comique, Parijs

 

Componist: Claude Debussy

Libretto: Maurice Maeterlinck

 

Opname gemaakt op 15 april 2011, Théâtre des Champs Élysées, Parijs

 

Choeur de l’Orchestre de Paris

Orchestre de Paris

Dirigent: Louis Langrée

 

Mélisande: Natalie Dessay (sopraan)

Pelléas: Simon Keenlyside (bariton)

Geneviève: Marie-Nicole Lemieux (mezzosopraan)

Golaud: Laurent Naouri (bariton)

Arkel: Alain Vernhes (bas)

Yniold: Khatouna Gadelia (sopraan)

Le médecin: Nahuel di Pierro (bas)

 

 

Eerste akte

Eerste toneel

Tijdens een jachtpartij in een donker woud verdwaalt Golaud (Je ne pourrai plus sortir de cette forêt). In het bos ontmoet hij bij een bron een huilend meisje met lange, goudblonde haren. Hij vertelt dat hij prins Golaud is, de kleinzoon van de oude koning van Allemonde, Arkel. Zij vertelt hem dat ze Mélisande heet en dat ze is achtergelaten door iemand die haar een kroon gegeven heeft. De kroon heeft zij in de bron laten vallen, maar ze wil niet dat Golaud die eruit haalt. Zij is ontroostbaar en Golaud besluit haar mee te nemen, al weet hij niet waarheen, want hij is zelf de weg krijt.

Tweede toneel
Na een half jaar omzwervingen op zee wil Golaud – hij is inmiddels getrouwd met Mélisande – terugkeren naar het slot van zijn grootvader, koning Arkel. In het kasteel leest Geneviève, de moeder van de halfbroers Golaud en Pelléas, de brief voor, waarin hij schrijft hoe hij Mélisande heeft leren kennen (Voici ce qu’il écrit à son frère Pelléas). Golaud zal vanaf het schip uitkijken naar een licht boven op de toren: het teken dat Arkel bereid is haar te ontvangen.

Pelléas vertelt van een andere brief, afkomstig van zijn vriend Marcellus, die op sterven ligt. Hij wil zijn vriend gaan bezoeken, maar Arkel herinnert Pelléas eraan dat zijn eigen vader ernsitg ziek is. Geneviève draagt hem op in de toren het licht te ontsteken.

Derde toneel

Mélisande is op het slot geïntroduceerd en Geneviève maakt haar vertrouwd met haar nieuwe vaderland en omgeving. De duisternis in het slot en op het landgoed boezemen Mélisande echter een ondefinieerbare angst in. In de slottuin vindt een eerste ontmoeting tussen haar en Pélleas plaats. Ze voelen zich onmiddellijk tot elkaar aangetrokken. Pelléas vertelt dat hij waarschijnlijk de volgende dag zal vertrekken, tot teleurstelling van Mélisande (Oh! Pourquoi partez-vous?).
 
Tweede akte
Eerste toneel

Pélleas leidt Mélisande naar de “Bron der blinden”, waarvan het water blinden weer ziend maakt. Het opent ook de ogen van Pélleas en Mélisande voor elkaar. Terwijl ze aan het spelen is met de ring die Golaud haar gaf, laat zij hem in de fontein vallen. Ze vraagt verschrikt aan Pelléas wat zij aan Golaud zullen vertellen. Hij antwoordt: de waarheid.

Tweede toneel

Op het moment dat Mélisande haar ring liet vallen is Golaud van zijn paard gevallen en gewond geraakt. Mélisande verzorgt hem op het kasteel, maar dan ontdekt hij dat Mélisande haar ring (het onderpand van zijn liefde voor haar) niet om heeft. Mélisande liegt dat ze de ring in een grot verloren heeft. Golaud beveelt haar samen met Pelléas de ring te gaan zoeken.

Derde toneel
De leugen is voorbode geweest van groter onheil, want in het koninkrijk blijken ziekte en hongersnood te heersen. Wanneer Pélleas en Mélisande de grot onderzoeken, wel wetend dat de ring daar niet is, ontwaren ze in het licht van de maan drie bedelaars, die op de grond in een spelonk liggen te slapen. Ontzet geven ze hun voorgewende speurtocht op.
 
Derde akte
Eerste toneel

Mélisande kamt op haar kamer haar goudblonde haar en lokt met een lied vol verlangen Pélleas naar zich toe (Mes longs cheveux descendants). Er ontstaat een spel van gebaren en blikken vol begeerte. Op het moment dat Pelléas zich hult in het haar van Mélisande betrapt Golaud hen. Golaud is argwanend, maar beheerst zich. Hij waarschuwt hen niet als kinderen in het donker te spelen (Vous êtes des enfants… quels enfants!).

Tweede toneel
In de gewelven onder het kasteel leidt Golaud zijn stiefbroer Pelléas rond. Ze komen voor een diepe poel stilstaand water. Hier legt Golaud zijn hand op Pelléas’ schouder, alsof hij hem erin wil duwen. Pelléas begrijpt de waarschuwing en samen zoeken ze het daglicht weer op.

Derde toneel

Buiten, op een terras, geeft Golaud eindelijk uiting aan zijn vermoedens: het kinderspel dat hij gezien heeft moet niet nog eens gespeeld worden.

Vierde toneel

Golaud wil dat zijn zoon Yniold (uit een eerder huwelijk geboren) Pélleas en Mélisande in de gaten houdt. Hij tilt hem op om door het venster te kijken dat verlicht is. Pelléas en Mélisande staan van elkaar af en kijken zwijgend naar het licht. De kleine Yniold is bang en vraagt zijn vader, hem weer op de grond te zetten.

 
Vierde akte

Eerste toneel

Pélleas vertelt Mélisande dat het beter gaat met zijn vader en dat deze hem heeft aangeraden op reis te gaan. Ze spreken af om elkaar vanavond nog één keer te ontmoeten.

De oude koning Arkel probeert Mélisande ondertussen op te vrolijken (Maintenant que le père de Pelléas est sauvé). Golaud komt vertellen dat Pelleás die avond zal vertrekken. Radeloos en jaloers pakt hij Mélisande bij haar haren en begint haar te beledigen, tot hij door Arkel tot bedaren wordt gebracht (Si j’étais Dieu j’aurais pitié du coeur des hommes). 

Tweede toneel

Yniold probeert in het park een grote steen op te lichten. Hij hoort de schapen terugkeren naar de stal. Dan wordt het stil: de herder laat de schapen niet de stal binnen, maar leidt ze naar de slachtbank. Yniold rent weg.

Pelléas komt als eerste bij de fontein aan, waar hij even later Mélisande ontmoet. Plotseling horen ze de kasteelpoorten sluiten. Het is te laat om terug te keren. Wanhopig omhelzen ze elkaar (Oh, oh, toutes les étoiles tombent). Golaud slaat hen gade vanachter een boom. Met een zwaard in de hand komt hij tevoorschijn en slaat Pelléas neer, die op de rand van de fontein valt. Mélisande slaat geschrokken op de vlucht.
 
Vijfde akte
Arkel, Golaud en de dokter staan rond het bed van Mélisande. Ze heeft een dochter gekregen en is nu stervende. Golaud probeert voor zichzelf de moord op Pélleas te rechtvaardigen, maar slaagt daar niet in. Hij ondervraagt Mélisande naar haar liefde voor Pelléas, maar beseft dat hij nooit zal weten wat hij wil. De kamer vult zich met bedienden en als Mélisande sterft, valt iedereen op de knieën. Koning Arkel verlaat het vertrek en zegt dat het kind nu de plaats van de moeder moet innemen: de beurt is aan het arme kleine schepsel (C’est le tour de la pauvre petite).