Zaterdag 3 maart: opera voor een nieuw Rusland van Nikolaj Rimski-Korsakov. Productie van De Nederlandse Opera
De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja
opera in vier akten
wereldpremière 20 februari 1907, Mariinski Theater, Sint-Petersburg
Componist: Nikolaj Andrejevitsj Rimski-Korsakov
Libretto: Vladimir Nikolajevitsj Belski
Opname gemaakt op 1 maart 2012, Muziektheater Amsterdam
Koor van De Nederlandse Opera (instudering Martin Wright)
Nederlands Philharmonisch Orkest
Dirigent: Marc Albrecht
Vorst Joeri Vsevolodovitsj: Vladimir Vaneev (bas)
Prins Vsevolod Joerjevitsj: Maxim Aksenov (tenor)
Fevronja: Svetlana Ignatovich (sopraan)
Grisjka Koeterma: John Daszak (tenor)
Fjodor Pojarok: Alexey Markov (bariton)
Knaap: Mayram Sokolova (mezzosopraan)
Twee edelen: Morschi Franz (tenor) & Peter Arink (bariton)
Goeslispeler: Gennady Bezzubenkov (bas)
Berenleider: Hubert Francis (tenor)
Bedelaar: Iurii Samoilov (bariton)
Bedjaj: Ante Jerkunica (bas)
Boeroendaj: Vladimir Ognovenko (bas)
Sirin: Jennifer Check (sopraan)
Alkonost: Margarita Nekrasova (mezzosopraan)
Eerste akte
In een dicht woud woont het meisje Fevronja met haar broer. Een vreemdeling verdwaalt tijdens de jacht: prins Vsevolod Joerjevitsj, zoon van vorst Joeri Vsevoloditsj van Kitesj. Fevronja en Vsevolod worden verliefd op elkaar en hij vraagt haar ten huwelijk.
Tweede akte
In Klein Kitesj wacht een menigte de bruid op. Een bard voorspelt een sombere toekomst; de dronkenlap Grisjka bespot Fevronja. Als het gezelschap een begin wil maken met de huwelijksrituelen, vallen plotseling de Tataren binnen. Ze nemen Fevronja en Grisjka gevangen: haar als buit en hem als gids om hen naar Groot Kitesj te leiden. Fevronja bidt dat Groot Kitesj onzichtbaar mag worden voor de vijand.
Derde akte
In Groot Kitesj gaat Joeri zijn volk voor in gebed. Hij benoemt Vsevolod tot bevelhebber van de strijdkracht. Terwijl de soldaten wegmarcheren, daalt een gouden mist neer over Groot Kitesj en de kerkklokken beginnen te luiden.
Als Grisjka de Tataren naar een meer heeft gebracht, vanwaar Groot Kitesj zichtbaar moet zijn, zien ze aan de overkant alleen de gouden mist en dreigen ze Grisjka te doden. Vsevolod sneuvelt op het slagveld. 's Nachts weten Fevronja en Grisjka te ontsnappen. In het meer weerspiegelt zich op wonderbaarlijke wijze het beeld van de stad, die zelf onzichtbaar is gebleven. De Tataren slaan op de vlucht.
Vierde akte
In een bos zoeken de gevluchte Fevronja en Grisjka hun weg. Hij verliest echter zijn verstand en verdwijnt. Terwijl Fevronja ligt te slapen, ondergaat het bos een magische transformatie. De vogel Alkonost voorspelt Fevronja dat ze moet sterven; de geest van Vsevolod brengt haar naar de onzichtbare stad. Volgens de vogel Sirin staat haar het eeuwige leven te wachten.
In de onzichtbare stad wordt Fevronja verwelkomd door vorst Joeri. Vsevolod leidt haar naar het altaar. Fevronja stuurt een boodschap naar Grisjka: ook hij kan in de onzichtbare stad eeuwig leven.
-
-
-